ECLI:NL:RBAMS:2022:7630

ECLI:NL:RBAMS:2022:7630, Rechtbank Amsterdam, 21-12-2022, AWB - 22 _ 2909

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 21-12-2022
Datum publicatie 05-12-2025
Zaaknummer AWB - 22 _ 2909
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Studiefinanciering (Wsf) - duurzaam verblijfsrecht - eiser heeft met bankafschriften aannemelijk gemaakt dat zijn verblijf van vijf jaar niet onderbroken is geweest - beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 22/2909

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 december 2022 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser

en

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder (hierna: Duo)

(gemachtigde: mr. drs. E.H.A. van den Berg).

Conclusie

1. De rechtbank stelt [eiser] (eiser) in het gelijk. Duo moest aan eiser over de maanden september tot en met december 2021 studiefinanciering toekennen. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.

Wat is de aanleiding voor deze rechtszaak?

Eiser studeerde in Nederland en is burger van de Europese Unie. Op 28 september 2021 heeft Duo besloten dat eiser geen recht heeft op studiefinanciering over de maanden

september 2020 tot en met december 2021. Eiser heeft niet de Nederlandse nationaliteit en voldeed volgens Duo niet aan de vereisten om als burger van de Europese Unie toch in aanmerking te komen voor studiefinanciering.

Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en omdat Duo niet op tijd besliste, heeft hij beroep ingesteld bij de rechtbank vanwege het niet tijdig beslissen. Duo kende eiser in een besluit van 1 juni 2022 een dwangsom toe van € 1.442,00, omdat Duo niet tijdig had beslist. Duo nam op 20 juli 2022 een besluit op bezwaar. Hierin verklaart Duo het bezwaar van eiser gedeeltelijk gegrond, in die zin dat eiser wel recht heeft op studiefinanciering over de periode van november 2020 tot en met juni 2021. Eiser kan in die periode namelijk worden aangemerkt als migrerend werknemer, omdat hij voldoende werkte. Over de periode van juli tot en met december 2021 heeft eiser echter geen recht op studiefinanciering, omdat hij hier geen recht op had vanuit Europeesrechtelijke bescherming.

Eiser is het er niet mee eens dat hij over de periode van juli tot en met december 2021 geen recht heeft op studiefinanciering. Eiser startte daarom deze procedure bij de rechtbank. De rechtbank hield zitting op 12 december 2022, waar de zaak met partijen werd besproken. Op de zitting waren aanwezig de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de gemeente.

De gemachtigde van eiser heeft op de zitting aangegeven dat het gaat om studiefinanciering over de periode van september tot en met december 2021. Eiser stond vanaf september 2021 namelijk vijf jaar in Nederland en had vanaf dat moment recht op studiefinanciering op basis van zijn duurzame verblijfsrecht vanuit het Europese recht.

Verder hebben partijen op de zitting toestemming gegeven dat rechtbank Amsterdam deze zaak behandelt vanwege proces-economische redenen. Eigenlijk was rechtbank Den Haag bevoegd de zaak te behandelen, omdat eiser niet in meer in Nederland woont. De zaak was echter al gestart bij rechtbank Amsterdam.

Waarom stelt de rechtbank eiser in het gelijk?

Het standpunt van Duo

Eiser heeft zich sinds 1 september 2016 ingeschreven bij de gemeente Rotterdam. Een student kan op grond van het Europees recht voor studiefinanciering in aanmerking komen als hij onafgebroken vijf jaar of langer in een lidstaat woont. Volgens Duo was hiervan geen sprake bij eiser op 1 september 2021. Eiser stond in de periode van september 2018 tot en met april 2019 namelijk niet in de BRP ingeschreven in Nederland, waardoor zijn verblijf in Nederland is onderbroken voor langer dan een half jaar. Op grond van het beleid geldt een inschrijving in de BRP als bewijs dat iemand in Nederland woont. Uit de bewijsstukken die eiser heeft overgelegd, blijkt niet dat hij in Nederland woonde. Het gaat echt om de inschrijving in de BRP. Verder wijst verweerder erop dat eiser in de betreffende periode stond ingeschreven in het Register Niet-ingezetenen (RNI). Omdat eiser vanaf september 2021 niet langer dan vijf jaar onafgebroken in Nederland verbleef, komt aan hem geen recht op studiefinanciering toe op basis van het duurzame verblijfsrecht vanuit de Europeesrechtelijke bescherming.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de periode van september 2018 tot en met april 2019 in Nederland woonde, al stond hij niet ingeschreven op een adres in de BRP. Eiser heeft uitgelegd dat hij in deze periode vanwege de woningnood in Amsterdam geen woning had. Hij sliep bij verschillende vrienden. Hij is alleen in de periode van 23 november 2018 tot en met 3 januari 2019 voor een langere tijd op vakantie geweest bij zijn familie. Eiser heeft ook uitgelegd dat hij zich in de tussentijd inschreef in het RNI, zodat hij zonder woning toch ingeschreven bleef in de gemeentelijke registers. De rechtbank volgt niet het standpunt van Duo dat de vraag of iemand ononderbroken in Nederland heeft verbleven alleen aannemelijk kan worden gemaakt met een inschrijving in de BRP in Nederland.

Wat de rechtbank doorslaggevend vindt, is dat eiser bankafschriften heeft overgelegd over de periode van september 2018 tot en met april 2019. Hieruit blijkt dat eiser in de betreffende periode vrijwel elke dag met zijn pinpas heeft betaald in Amsterdam, bijvoorbeeld bij winkels. Eiser pinde op verschillende tijdstippen en ook ’s avonds laat. Hieruit blijkt dat eiser vrijwel elke dag in Amsterdam was. De enige mogelijkheid dat hij in die situatie niet in Nederland zou wonen, zou dan moeten zijn dat hij in het buitenland (Duitsland of België) woonde en min of meer dagelijks op en neer reisde. Hoewel niet onmogelijk, vindt de rechtbank een dergelijk ongebruikelijke gang van zaken in dit geval onvoldoende aannemelijk om serieus rekening mee te houden, ook omdat niets in de rekeningafschriften van eiser daarop duidt. Er zijn geen uitgaven te zien die wijzen op verblijf in een ander land of op (de kosten van) een dagelijkse verplaatsing daar naartoe. Tegelijkertijd wekt de verklaring die eiser geeft voor het niet in de BRP ingeschreven staan -namelijk dat hij door de krapte op de woningmarkt in Amsterdam tijdelijk geen eigen woning had - bij de rechtbank geen verbazing. De inschrijving van eiser in de RNI roept wel vragen op, maar betreft uiteindelijk een administratieve inschrijving, die mogelijk in dit geval niet correct is gebruikt. Eiser heeft wel een op zichzelf begrijpelijke uitleg gegeven over zijn reden om zich in de RNI te laten inschrijven. De rechtbank heeft over de gang van zaken rond die inschrijving verder onvoldoende informatie om het oordeel daardoor anders te laten uitvallen.

Anders dan Duo stelt blijkt uit de door eiser overgelegde stukken dus dat eiser in de bedoelde periode in Nederland verbleef, althans dat hij niet langer dan zes maanden in het buitenland is geweest waardoor zijn verblijfsduur van vijf jaar is onderbroken. Eiser had om deze reden vanaf september 2021 recht op studiefinanciering op basis van duurzaam verblijf in Nederland.

Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak?

Het beroep is gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak, omdat er maar één uitkomst mogelijk in de zaak van eiser. Namelijk dat hij over de periode van september tot en met december 2021 recht heeft op studiefinanciering op basis van zijn toenmalige duurzame verblijfsrecht. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en herroept het primaire besluit. Deze uitspraak komt in de plaats van de besluitvorming van de gemeente. De rechtbank draagt Duo op eiser alsnog studiefinanciering toe te kennen over de periode van september tot en met december 2021.

Omdat de rechtbank eiser in het gelijk stelt, bepaalt zij dat Duo aan eiser het door hem betaalde griffierecht voor deze procedure van € 50,- vergoedt.

Eiser heeft voor deze procedure een gemachtigde ingeschakeld. De rechtbank veroordeelt de gemeente in de proceskosten die eiser daarvoor heeft gemaakt. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 2.059,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift (€ 541,-), 1 punt voor het indienen van het beroepschrift (€ 759,-) en 1 punt voor het verschijnen op de zitting (€ 759,-).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond.

- vernietigt het bestreden besluit.

- herroept het primaire besluit.

- draagt Duo op eiser alsnog studiefinanciering toe te kennen over de maanden september tot en met december 2021.

- draagt de gemeente op het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser te vergoeden.

- veroordeelt de gemeente in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 2.059,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.F. Ferdinandusse, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.V.A. Teggelaar, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

21 december 2022.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Partijen kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na verzending van de uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Dit kan ook digitaal. Aan het instellen van hoger beroep zijn kosten verbonden.

BIJLAGE

Wettelijk kader

RICHTLIJN 2004/38/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Artikel 16 (Duurzaam verblijfrecht)

1. Iedere burger van de Unie die gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar legaal op het grondgebied van het gastland heeft verbleven, heeft aldaar een duurzaam verblijfsrecht. 3. Het ononderbroken karakter van het verblijf wordt niet beïnvloed door tijdelijke afwezigheden van niet meer dan zes maanden per jaar, door afwezigheden van langere duur voor de vervulling van militaire verplichtingen, door één afwezigheid van ten hoogste twaalf achtereenvolgende maanden om belangrijke redenen, zoals zwangerschap en bevalling, ernstige ziekte, studie of beroepsopleiding, noch door uitzending om werkzaamheden te verrichten in een andere lidstaat of een derde land.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.F. Ferdinandusse

Griffier

  • mr. A.V.A. Teggelaar

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?