ECLI:NL:RBAMS:2023:9080

ECLI:NL:RBAMS:2023:9080, Rechtbank Amsterdam, 08-12-2023, 13/213099-23

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 08-12-2023
Datum publicatie 13-01-2026
Zaaknummer 13/213099-23
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Veroordeling witwassen en opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C en artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/213099-23 (Promis)

Datum uitspraak: 8 december 2023

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1971 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),

verblijvend op het adres [adres] ,

thans gedetineerd te: [detentieadres] .

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 november 2023.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Bertels en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. C.E.D. de Koning naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 23 augustus 2023 in Amsterdam, althans in Nederland heeft schuldig gemaakt aan

Feit 1: witwassen van € 249.750,00, een Cartier-horloge, een Mini Cooper en een sloep;

Feit 2: aanwezig hebben 2,57 gram cocaïne;

Feit 3: aanwezig hebben 157 gram hennep.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.

3. Formeel verweer

Verweer van de verdediging

De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van art. 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De doorzoeking van de auto is onrechtmatig geweest, omdat er op dat moment geen sprake was van een redelijke verdenking van een misdrijf zoals bedoeld in artikel 67, eerste lid, Sv. Er was immers geen sprake van een actueel redelijk vermoeden van schuld vanwege het tijdsverloop tussen het ontdekken van de verborgen ruimte (december 2021) en de doorzoeking van de auto van verdachte (augustus 2023). Ook kan er geen redelijk vermoeden van schuld worden aangenomen op basis van de verklaring van verdachte ter plaatse en evenmin op basis van de reisbewegingen van verdachte. Hierdoor is sprake van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek. Het bewijs dat is verkregen tijdens de doorzoeking van de auto en de daarop volgende doorzoeking van verdachte zijn woning dient daarom te worden uitgesloten van het bewijs.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een vormverzuim en als de rechtbank daar anders over zou oordelen dat dat dan niet zou moeten leiden tot uitsluiting van het bewijs. Uit de rechtspraak volgt dat het uitgangspunt is dat het eerder aantreffen van een verborgen ruimte, ook anderhalf jaar later voldoende reden is voor doorzoeking van de auto. In deze zaak komen daar nog de afwijkende reisbeweging en de antecedenten van verdachte, waaronder op het gebied van de Opiumwet en de Wet Wapens en Munitie, bij. Op basis van al die omstandigheden heeft de politie de auto van verdachte gecontroleerd en doorzocht. Daarnaast heeft de verdediging niet geconcretiseerd wat het rechtens te respecteren belang is dat zou zijn geschaad en welk nadeel verdachte heeft geleden door de vermeend onrechtmatige doorzoeking.

Oordeel van de rechtbank

In november 2021 wordt de auto van verdachte met kenteken [kenteken] voor een jaar in het ANPR-systeem (Automatic Numberplate Recognition) geplaatst. Op 3 december 2021 wordt bij een doorzoeking van de auto van verdachte door de politie een ingebouwde verborgen ruimte aangetroffen. Omdat de auto na het aantreffen van de verborgen ruimte nog niet opnieuw is gecontroleerd, wordt de plaatsing in het ANPR-systeem met een jaar verlengd.

Op 23 augustus 2023 ontvangen verbalisanten een ANPR-melding waaruit volgt dat het voertuig van verdachte een afwijkende reisbeweging maakt, namelijk buiten de omgeving van zijn woonplaats [plaats]. Naar aanleiding van deze melding wordt verdachte staande gehouden en nemen zij de auto van verdachte in beslag om deze op grond van artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering (Sv.) te doorzoeken. Bij die doorzoeking is in de verborgen ruimte een tas met een contant geldbedrag van € 249.750,00 aangetroffen.

De rechtbank is van oordeel dat de doorzoeking van de auto rechtmatig was. De ervaring heeft geleerd dat wanneer een verborgen geprepareerde ruimte in een auto wordt ingebouwd, deze is bedoeld om goederen aan het zicht te onttrekken. In dergelijke verborgen ruimtes worden geregeld drugs, geld en/of vuurwapens aangetroffen. Het is dan ook inmiddels een feit van algemene bekendheid dat dergelijke verborgen ruimtes vaak gebruikt worden voor criminele doeleinden. Om deze reden levert de wetenschap van de aanwezigheid van de ingebouwde verborgen ruimte in de auto van verdachte een redelijk vermoeden van schuld aan een misdrijf als bedoeld in artikel 67, eerste lid, Sv. op. Doorzoeking van de auto op grond van artikel 96b Sv. was dan ook toegestaan. De verdenking was behalve concreet ook voldoende actueel. Het tijdsverloop tussen de ontdekking van de verborgen ruimte op 3 december 2021 en de doorzoeking op 23 augustus 2023 maakt dat niet anders. Voor het verwijderen van een ingebouwde verborgen ruimte is een nieuwe verbouwing nodig waarvoor kosten moeten worden gemaakt. Zonder aanwijzingen dat dat was gebeurd, hoefde de politie er daarom geen rekening mee te houden dat de verborgen ruimte zou zijn verwijderd.. Er is dus geen sprake van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, zodat bewijsuitsluiting niet aan de orde is. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen.

4. Waardering van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het witwassen van € 249.750,00, een Cartier-horloge en een Mini Cooper (feit 1) kan worden bewezen. Het witwassen van de sloep en medeplegen onder feit 1 kan niet worden bewezen, dus daarvan moet verdachte worden vrijgesproken. Ook het aanwezig hebben van de cocaïne (feit 2) en de hennep (feit 3) kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van alle feiten, omdat gelet op het vormverzuim bewijsuitsluiting moet volgen van wat bij de doorzoekingen van de auto en de woning is aangetroffen. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om verdachte vrij te spreken van het witwassen van het Cartier horloge, de Mini Cooper en de sloep omdat hiervan niet kan worden vastgesteld dat deze uit misdrijf afkomstig zijn.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt dat alle drie de ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen, zoals hierna in rubriek 5 is weergegeven. De rechtbank overweegt ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 als volgt.

Feit 1

Beoordelingskader witwassen

Op basis van het dossier kan niet worden vastgesteld dat de in de tenlastelegging genoemde voorwerpen afkomstig zijn van een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Echter, ook als niet duidelijk is uit welk specifiek misdrijf de voorwerpen afkomstig zijn, kan witwassen worden bewezen. Het gaat dan om gevallen waarbij het op grond van de feiten en omstandigheden niet anders kan dan dat in dit geval deze goederen van misdrijf afkomstig zijn. Als de feiten en omstandigheden in het dossier zodanig zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft over de legale herkomst van de goederen. Zo’n verklaring moet concreet en verifieerbaar zijn, en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk. Als zo'n verklaring uitblijft, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn overwegingen over het bewijs. Als de verdachte een dergelijke verklaring heeft afgelegd, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie om hier nader onderzoek naar te doen. Als uit dit onderzoek blijkt dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat de voorwerpen een legale herkomst hebben en dat dus een criminele herkomst de enige aanvaardbare verklaring is, kan witwassen van de voorwerpen worden bewezen.

Contant geld

De rechtbank stelt vast dat in een verborgen ruimte in de auto van verdachte een contant geldbedrag is aangetroffen van € 249.750,-. Vanwege de hoogte van het geldbedrag en de aard van de ruimte waarin dit geld is aangetroffen, acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat dit bedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Dat betekent dat van verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de legale herkomst van het geld. Verdachte heeft geen verklaring over de legale herkomst van het geldbedrag gegeven. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij wist dat het strafbaar is om met zo’n groot contant geldbedrag rond te rijden en dat hij geen namen of locaties wilde noemen, omdat hij daardoor in de problemen zou kunnen komen. Gelet hierop oordeelt de rechtbank dat het niet anders kan dan dat het aangetroffen geldbedrag van misdrijf afkomstig was en dat verdachte dat ook wist.

Horloge en auto

De rechtbank oordeelt dat het horloge van het merk Cartier en de Mini Cooper een aanzienlijke waarde vertegenwoordigen. Uit het dossier blijkt daarnaast dat verdachte geen legaal, geregistreerd inkomen heeft. Daarnaast wordt verdachte in dit vonnis veroordeeld voor het witwassen van een geldbedrag van € 249.750,-. De rechtbank acht daarom een witwasvermoeden gerechtvaardigd. Het mag daarom van verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de legale herkomst van het Cartier horloge en de Mini Cooper, die concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij het horloge van een vriend heeft gekocht met geld dat hij had verkregen door de verkoop van zijn Rolex niet concreet en verifieerbaar. Voor de financiering van de auto heeft verdachte evenmin een concrete, verifieerbare verklaring gegeven. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat het horloge en de auto (onmiddellijk of middellijk) van enig misdrijf afkomstig zijn en dat verdachte dit ook wist. De rechtbank acht het witwassen van deze voorwerpen dan ook bewezen.

Vrijspraak medeplegen

Dat verdachte deze goederen samen met anderen heeft witgewassen kan echter niet worden bewezen, waardoor er van medeplegen geen sprake is. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van medeplegen.

Vrijspraak sloep

Ook ten aanzien van de sloep bestond er een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen. Ook voor de sloep geldt dat die een aanzienlijke waarde vertegenwoordigt terwijl verdachte niet beschikte over legaal inkomen om een dergelijke sloep te kunne aanschaffen. Verdachte heeft concreet en verifieerbaar verklaard dat de sloep niet van hem was, maar van de partner van zijn moeder. De moeder en haar partner zijn gehoord en zij bevestigden de verklaring van verdachte. Daarmee is het vermoeden dat verdachte deze sloep heeft verkregen met geld dat afkomstig is uit enig misdrijf afdoende ontkracht. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het witwassen van de sloep.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte

Feit 1

op 23 augustus 2023 in Nederland zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft verdachte van voorwerpen te weten:

- een geldbedrag met een totale waarde van 249.750,-- euro en

- een horloge van het merk Cartier en

- een Mini Cooper met het kenteken [kenteken]

de vindplaats en/of verplaatsing verborgen, dan wel verhuld wie de

rechthebbende op voornoemde voorwerpen was en/of voornoemde

voorwerpen voorhanden heeft gehad en/of van voornoemde voorwerpen gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat die voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf;

Feit 2

op 23 augustus 2023 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 2,57 gram cocaïne;

Feit 3

op 23 augustus 2023 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 197 gram hennep.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf van twaalf maanden wordt opgelegd met aftrek van voorarrest, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Strafmaatverweer van de verdediging

De raadsvrouw verzoekt een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan in de LOVS oriëntatiepunten voor fraude, die ook voor witwassen worden gebruikt, wordt aangegeven, vanwege de strafmatigende omstandigheden zoals de ernst van het vormverzuim en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Bij een strafoplegging voor de feiten 2 en 3 kan worden volstaan met een geldboete.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van meerdere goederen en aan het aanwezig hebben van cocaïne en hennep. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Drugs vormen daarnaast een gevaar voor de volksgezondheid. De handel in verdovende middelen gaat daarnaast vaak gepaard met (ernstige) criminaliteit, wat ontwrichtend is voor de maatschappij.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 20 oktober 2023. Verdachte is eerder veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, maar dit gaat om oude feiten waarmee de rechtbank geen rekening houdt bij het bepalen van de straf in deze zaak.

Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het rapport van Reclassering Nederland van 6 november 2023. Hieruit volgt – kort gezegd – dat de reclassering geen onderzoek heeft kunnen doen naar dat wat ten grondslag ligt aan het ten laste gelegde en welke mogelijke interventies geïndiceerd zijn om herhaling te voorkomen. Verdachte heeft namelijk maar deels zijn medewerking verleend. Verdachte toont zich ook niet gemotiveerd voor een reclasseringstraject.

Strafoplegging

Om te bevorderen dat landelijk door rechtbanken voor dezelfde feiten ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf voor de bewezen verklaarde feiten gekeken naar de oriëntatiepunten voor fraude, die ook voor witwassen worden gebruikt. Voor een geldbedrag van € 249.750,- is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen tot twaalf maanden. Tevens heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een horloge en een Mini Cooper en het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne en hennep. Het uitgangspunt bij het aanwezig hebben van 2,57 gram cocaïne is een geldboete van € 750,- en het uitgangspunt bij het aanwezig hebben van 197 gram hennep is een geldboete van € 400,- . Vanwege de ernst van feit 1 vindt de rechtbank een grotendeels onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Daarbij vindt de rechtbank het van belang dat verdachte een stok achter de deur heeft om niet opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet daarom aanleiding om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen om verdachte ervan te weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. Alles afwegende acht de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, en een proeftijd van twee jaren passend en geboden.

9. Beslag

Onder verdachte zijn, blijkens de beslaglijst van 24 november 2023, de volgende voorwerpen in beslag genomen:

Afstand door verdachte

Ter terechtzitting heeft verdachte afstand gedaan van de onder 1 en 9 genoemde voorwerpen. Om die reden zal er geen beslissing van de rechtbank volgen over deze goederen.

Verbeurdverklaring

De onder 8 en 10 genoemde voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, dienen te worden verbeurd verklaard en zijn daarvoor vatbaar, aangezien met betrekking tot deze goederen feit 1 is begaan.

Onttrekking aan het verkeer

Omdat met betrekking tot de onder 2 en 4 tot en met 7 genoemde voorwerpen het bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Omdat het onder 3 genoemde voorwerp is aangetroffen in het onderzoek naar het misdrijf waarvan verdachte wordt verdacht, terwijl dit voorwerp kan dienen tot de belemmering van de opsporing van het begaan van een soortgelijk misdrijf en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang wordt dit voorwerp onttrokken aan het verkeer.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 57, 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1

Witwassen, meermalen gepleegd

Feit 2

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet

gegeven verbod

Feit 3

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet

gegeven verbod

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, groot 3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Verklaart verbeurd:

- 1 STK Horloge (Omschrijving: PL1300-2023190822-G6385509, Cartier);

- 1 STK Personenauto [kenteken] (Omschrijving: PL1300-2023190822-G5592408, Wit, merk: Mini Cooper, chassisnr: [chassisnummer] , bouwjaar 2012).

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

- 1 STK Tas (Omschrijving: PL1300-2023190822-G6385424, plastic AH tas);

- 1 STK Computer (Omschrijving: PL1300-2023190822-G6385505, Stoorzender);

- 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2023190822-G6385521);

- 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2023190822-G6385525);

- 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2023190822-G6385526);

- 1 STK Verdovende Middelen (Omschrijving: PL1300-2023190822-G6385503 // 197g, Henneptoppen);

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Smit, voorzitter,

mrs. C. Wildeman, A.W. Gemert, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.S. Eisses, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 december 2023.

[...]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Smit

Griffier

  • mr. L.S. Eisses

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?