RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/224963-23
Datum uitspraak: 8 december 2023
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
wonende op het adres [adres] .
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 december 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. P.L.J. Smit, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. R. Heemskerk, naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort samengevat – ten laste gelegd dat hij zich op 4 september 2023 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan
Feit 1: medeplegen van diefstal met geweld tegen [persoon 1] ;
Feit 2: openlijk geweldpleging tegen [persoon 1] .
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.
3. Waardering van het bewijs
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de diefstal van de tas en de schoenen met geweld in vereniging heeft plaatsgevonden. De schoenen van aangeefster zijn met geweld door medeverdachte [medeverdachte] weggenomen en verdachte heeft vervolgens de schoenen en de tas van aangeefster gepakt en is met de spullen weggerend. Ook het openlijk geweld kan worden bewezen, omdat uit de camerabeelden is gebleken dat aangeefster werd omsingeld door de groep waar verdachte onderdeel van was. Vervolgens heeft verdachte het geweld jegens aangeefster gefilmd.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging. Verdachte heeft verklaard dat hij de tas en de schoenen heeft gepakt, omdat hij in de veronderstelling was dat deze spullen van zijn vriendin [medeverdachte] waren. Daarnaast is er geen nauwe en bewuste samenwerking ten aanzien van het gepleegde geweld. Verdachte dient daarom voor het onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken. Het plegen van openlijk geweld kan evenmin worden bewezen. Verdachte heeft verklaard dat hij niet aan het filmen was, maar dat hij met een vriend aan het videobellen was. Hij heeft daarvoor ook zijn telefoon beschikbaar gesteld en uit onderzoek is niet gebleken dat verdachte daadwerkelijk aan het filmen was. Verder heeft verdachte geen significante bijdrage geleverd aan het openlijk geweld. Het enkel niet-distantiëren maakt dat niet anders. Verdachte dient ook voor het onder 2 ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.
Oordeel van de Rechtbank
Vrijspraak van openlijke geweldpleging (feit 2)
De rechtbank vindt niet bewezen dat verdachte een significante bijdrage heeft geleverd aan het openlijk in vereniging plegen van geweld en spreekt verdachte daarvan vrij. Op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte het ten laste gelegde geweld heeft gefilmd. Verdachte heeft verklaard dat hij aan het videobellen was en hij heeft zijn telefoon afgegeven aan de politie om dit te laten verifiëren. Er is echter geen nader onderzoek gedaan naar de telefoon van verdachte. Voorts kan evenmin worden vastgesteld dat verdachte aangeefster samen met de groep heeft omsingeld. De rechtbank ziet namelijk op de camerabeelden dat verdachte afstand neemt op het moment dat het geweld tegen aangeefster begint. Niet is gebleken dat verdachte op enige wijze door verbale of fysieke handelingen de geweldshandelingen heeft ondersteund of anderszins heeft bijgedragen in het ontstaan of het voortduren daarvan. Daarmee is niet komen vast te staan dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het tenlastegelegde geweld.
Diefstal (feit 1)
De rechtbank acht diefstal van de schoenen en de tas wel bewezen. Uit de aangifte blijkt dat de tas en schoenen van aangeefster zijn weggenomen. Verder blijkt ook uit het proces-verbaal van bekijken van camerabeelden dat de tas en schoenen van aangeefster zijn weggenomen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij dacht dat de schoenen en de tas van zijn vriendin waren en hij de spullen daarom had gepakt. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig omdat uit camerabeelden blijkt dat verdachte naast het gevecht stond dat tussen zijn vriendin en aangeefster plaatsvond. Gelet op het proces-verbaal van camerabeelden gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte heeft gezien dat [medeverdachte] de schoenen van aangeefster heeft uitgetrokken en dat [medeverdachte] de schoenen vervolgens in zijn richting heeft gegooid, waarna hij in de richting van de schoenen is gelopen en de schoenen heeft opgepakt. Uit de camerabeelden blijkt ook dat verdachte vervolgens met de schoenen en de tas van aangeefster is weggerend. Duidelijk te zien is dat hij de tas en de schoenen vast heeft toen hij probeerde met deze spullen weg te komen door over de toegangspoortjes van het station te springen. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de schoenen en de tas van aangeefster.
De rechtbank acht diefstal van de telefoon niet bewezen, aangezien niet is gebleken dat verdachte de telefoon uit de zak van aangeefster heeft gepakt of zich deze anderszins heeft toegeëigend. Uit de camerabeelden blijkt bovendien dat een ander persoon de telefoon van aangeefster wegneemt. Niet is gebleken dat verdachte aan deze diefstal enige bijdrage heeft geleverd. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van de diefstal van de telefoon. Ook is niet komen vast te staan dat verdachte een bijdrage heeft geleverd aan het geweld dat met de diefstal gepaard ging. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het ten laste gelegde geweld.
4. Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
op 4 september 2023 te Amsterdam een tas en een paar schoenen die aan [persoon 1] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om die zich
wederrechtelijk toe te eigenen.
5. Strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6. Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
7. Motivering van de straf
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd, gelet op artikel 63 Wetboek van Strafrecht (Sr), dat aan verdachte een taakstraf van 180 uren wordt opgelegd, waarvan 80 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarde van een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden zoals door de reclassering is geadviseerd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht om de bijzondere voorwaarde van gedragsinterventie cognitieve vaardigheden niet op te leggen. Bij vonnis van 9 november 2023 zijn aan verdachte meerdere bijzondere voorwaarden opgelegd. Voor verdachte is het niet haalbaar om zich te houden aan meer bijzondere voorwaarden dan momenteel van kracht zijn. Ten aanzien van de strafmaat is artikel 63 Sr van toepassing.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal, terwijl door zijn vriendin geweld werd gepleegd jegens het slachtoffer. Verdachte heeft niet ingegrepen bij het geweld en hij heeft in plaats daarvan de schoenen en de tas van het slachtoffer weggenomen. Verdachte heeft met zijn handelen blijk gegeven geen respect te hebben voor andermans eigendommen.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 2 december 2023.
De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsrapport omtrent verdachte van 1 december 2023. Hieruit blijkt dat verdachte kampt met een licht verstandelijke beperking. De reclassering adviseert extra reclasseringstoezicht op te leggen met een gedragsinterventie cognitieve vaardigheden als bijzondere voorwaarde.
Strafoplegging
Voor het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de straffen die in vergelijkbare zaken zijn opgelegd. Diefstal rechtvaardigt in beginsel een geldboete of een taakstraf. De rechtbank ziet echter aanleiding om te kiezen voor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De diefstal is gepleegd in het openbaar op het perron van een druk bezocht station. Daarnaast heeft verdachte de spullen van het slachtoffer gestolen terwijl zij al op de grond lag omdat de vriendin van verdachte geweld op het slachtoffer uitoefende. Een door de officier van justitie geëiste taakstraf, die de rechtbank in beginsel passend acht, zou in de modaliteit van een vrijheidsstraf neerkomen op anderhalve maand gevangenisstraf. De rechtbank is echter van oordeel dat aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd en houdt aldus in strafverminderende zin rekening met de licht verstandelijke beperking van verdachte en zijn overige persoonlijke omstandigheden. Verdachte heeft een belast verleden, waardoor hij gedragsproblemen heeft ontwikkeld. Onder deze omstandigheden vindt de rechtbank een straf gelijk aan het voorarrest op zijn plaats. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van drie dagen.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op artikelen 63 en 310, van het Wetboek van Strafrecht.
9. Beslissing
[...]
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
feit 1:
diefstal
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) dagen.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit vonnis is gewezen door
mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,
mrs. R. van de Water en A.W. van Gemert, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.S. Eisses, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 december 2023.
[...]