RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/224956-23
Datum uitspraak: 8 december 20243
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 2002 te [geboorteplaats] ,
verblijvende op het adres [adres 1] .
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 december 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. P.L.J. Smit, en van wat verdachte en haar raadsvrouw, mr. F. van den Brink, naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort samengevat – ten laste gelegd dat zij zich op 4 september 2023 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan
Feit 1: medeplegen van diefstal met geweld tegen [slachtoffer] ;
Feit 2: plegen van openlijk geweld, subsidiair ten laste gelegd als mishandeling van [slachtoffer]
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.
3. Waardering van het bewijs
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat diefstal met geweld in vereniging heeft plaatsgevonden. Dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan diefstal van de schoenen en van de tas is te bewijzen omdat op de camerabeelden te zien is dat verdachte de schoenen van aangeefster uittrekt en vervolgens naar achteren gooit. Uit de verklaring van aangeefster blijkt dat ook haar tas is weggenomen. De tas is vervolgens bij [persoon 1] , de vriend van verdachte, aangetroffen. Diefstal met geweld in vereniging ten aanzien van de telefoon kan echter niet worden bewezen, omdat de telefoon niet door verdachte uit de zak van aangeefster is gepakt. Verdachte dient daarom voor de diefstal in vereniging van de telefoon te worden vrijgesproken. Ook het openlijk geweld kan worden bewezen op grond van de aangifte, de camerabeelden en de twee getuigenverklaringen. Hieruit blijkt dat aangeefster door twee meiden in elkaar is geslagen. Zelfs toen aangeefster op de grond lag werd er tegen haar aan geslagen en geschopt.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld in vereniging. Allereerst heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat zij de schoenen van aangeefster had uitgedaan, zodat de trappen van aangeefster minder hard aan kwamen. Het opzet van verdachte was dus niet gericht op het wegnemen van de schoenen. Voorts is de tas van aangeefster niet door verdachte weggenomen. Tot slot blijkt uit de camerabeelden dat [persoon 2] de telefoon uit de achterzak van de broek van aangeefster heeft gepakt en in haar eigen broekzak heeft gestopt. Van medeplegen is geen sprake nu er geen sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verachte en medeverdachten. Verdachte dient om deze redenen voor het onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank wat betreft feit 2, met uitzondering van het onderdeel trappen in het gezicht. Ten aanzien van dit onderdeel moet vrijspraak volgen, omdat dit niet is te zien op de camerabeelden.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak van diefstal met geweld (feit 1)
Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte de tas en telefoon van aangeefster heeft gestolen. Wel is vast te stellen dat verdachte de schoenen van aangever heeft uitgetrokken en weggegooid, die vervolgens door haar vriend zijn opgepakt, waarna zij samen op de vlucht zijn gegaan. Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte echter geen oogmerk om de schoenen zich toe te eigenen.De verdachte zal daarom van de diefstal worden vrijgesproken.
Openlijke geweldpleging (feit 2)
De rechtbank acht op basis van de aangifte, de bekennende verklaring van verdachte en de camerabeelden het onder 2 ten laste gelegde bewezen. De rechtbank acht echter niet bewezen dat verdachte in het gezicht van aangeefster heeft getrapt dan wel geschopt. Verdachte zal van het trappen/schoppen in het gezicht worden vrijgesproken.
4. Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in bijlage II opgenomen bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:
op 4 september 2023 te Amsterdam openlijk op een perron van station Amsterdam Lelylaan in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer]
door
- die [slachtoffer] mee te trekken en vast te pakken en tegen het hek te duwen en
- meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer] te trappen/schoppen en
- meermalen in het gezicht en/of tegen het
lichaam van die [slachtoffer] te slaan/stompen en
- die [slachtoffer] aan haar haren trekken en
- die [slachtoffer] te omsingelen en
- het incident te filmen.
5. Strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6. Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
7. Motivering van de straf
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte volgens het adolescentenstrafrecht moet worden berecht en dat zij zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 60 dagen waarvan 46 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts vordert de officier van justitie dat verdachte zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 150 uren. Daarbij moeten alle door de reclassering geadviseerde voorwaarden worden opgelegd.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht om het adolescentenstrafrecht toe te passen. Zij heeft verzocht om aan verdachte geen onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen die langer is dan de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten. Ook verzoekt de raadsvrouw een gedeelte van een eventuele werkstraf voorwaardelijk op te leggen met daarbij de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden. Verder is bepleit dat in de strafmaat rekening moet worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging, waarbij het slachtoffer zelfs toen zij op de grond lag, meermalen is geschopt en geslagen. De rechtbank rekent verdachte dit aan. Voorts is dit geweld op straat door meerdere willekeurige passanten gezien. Door zo te handelen heeft verdachte bijgedragen aan in de maatschappij heersende gevoelens van angst en onveiligheid.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 1 november 2023. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op het reclasseringsrapport van 29 november 2023 omtrent verdachte. Hieruit blijkt dat het psychosociaal functioneren van verdachte ten grondslag heeft gelegen aan het delictgedrag. Er is bij verdachte sprake van hechtingsproblematiek, verlatingsangst en een licht verstandelijke beperking.. Tevens wordt geadviseerd om het adolescentenstrafrecht toe te passen, nu verdachte zich niet naar haar kalenderleeftijd lijkt te gedragen. Verdachte is impulsief en organiseert haar eigen gedrag niet of nauwelijks. De reclassering adviseert om een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op te leggen, in de vorm van een meldplicht, ambulante behandeling, begeleid wonen of maatschappelijk opvang en meewerken aan schuldhulpverlening.
Toepassing van het adolescentenstrafrecht ?
Verdachte was ten tijde van het plegen van de feiten 21 jaar oud. De rechtbank ziet gelet op het reclasseringsadvies van 29 november 2023 en de persoon van de verdachte aanleiding om recht te doen overeenkomstig de bepalingen van het jeugdstrafrecht. Daarbij is voor de rechtbank een belangrijk aspect dat de reclassering heeft aangegeven dat een pedagogische invalshoek bij de strafoplegging de voorkeur heeft bij verdachte. Verdachte heeft op de zitting verklaard dat zij graag hulp wilt krijgen en dat zij bereid is zich te houden aan de voorwaarden. De rechtbank onderschrijft de conclusies van het rapport en zal het advies overnemen. Dat betekent dat de rechtbank het adolescentenstrafrecht zal toepassen.
Strafoplegging
Om te bevorderen dat landelijk door rechtbanken voor dezelfde feiten ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf voor het bewezen verklaarde feit gekeken naar deze oriëntatiepunten. Voor openlijk geweld tegen personen is het uitgangspunt een werkstraf vanaf 40 uren. Strafverzwarend vindt de rechtbank dat verdachte samen met haar vriendin aangeefster op een druk bezocht station langdurig heeft mishandeld door haar meermalen tegen het gezicht te slaan en meermalen tegen het lichaam te slaan en te schoppen. De rechtbank vindt het ook van belang dat verdachte een flinke stok achter de deur heeft, zodat zij ervan wordt weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet daarom ook aanleiding om een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een werkstraf van 100 uren waarvan 50 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar passend. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht zal daarop in mindering worden gebracht, waarbij geldt dat voor iedere dag dat verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht 2 uren op de taakstraf in mindering worden gebracht. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke strafdeel naast de algemene ook de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op artikelen 77c, 77g, 77h, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
9. Beslissing
[...]
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het onder 1 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
feit 2:
openlijk geweld
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 100 (honderd) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 (vijftig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 (twee) uren per dag.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 50 uren, van deze werkstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet naleeft.
Algemene voorwaarden:
1. Veroordeelde maakt zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig aan een strafbaar feit;
2. Veroordeelde verleent ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of biedt een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan;
3. Veroordeelde verleent medewerking aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.
Bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij reclassering
Veroordeelde meldt zich bij Reclassering Leger Des Heils op het adres [adres 2] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Mevrouw [verdachte] stelt zich proactief op in het op orde stellen van haar praktische zaken zoals het aanvragen van een ID, inzichtelijk krijgen in haar schulden en het aanvragen van een betaalrekening. Wanneer de reclassering het noodzakelijk acht dat veroordeelde hier extra hulp bij nodig heeft wordt er een maatschappelijk werker gekoppeld aan veroordeelde of begeleiding, bijvoorbeeld een IFA-Coach. De reclassering houdt frequent contact met andere instanties die bij mevrouw [verdachte] betrokken zijn.
Ambulante behandeling
Veroordeelde laat zich behandelen door Humanitas (Den Haag) of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
Begeleid wonen of maatschappelijke opvang
Veroordeelde verblijft in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang of een soortgelijke instelling, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt zolang de reclassering dat nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor haar heeft opgesteld.
Meewerken aan schuldhulpverlening
Veroordeelde werkt mee aan het aflossen van haar schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Veroordeelde geeft de reclassering inzicht in haar financiën en schulden.
Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Dit vonnis is gewezen door
mr. P.P.C.M. Waarts, voorzitter,
mrs. R. van de Water en A.W. van Gemert, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.S. Eisses, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 december 2023.
[...]