ECLI:NL:RBAMS:2023:9099

ECLI:NL:RBAMS:2023:9099, Rechtbank Amsterdam, 06-10-2023, 13/160661-23

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 06-10-2023
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer 13/160661-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Veroordeling voor het primair ten laste gelegde medeplegen van opzetwitwassen van een geldbedrag van 970.460 euro. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan acht maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/160661-23

Datum uitspraak: 6 oktober 2023

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd te: [naam PI] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 oktober 2023.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. E. de Bruijn, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. C.C. Polat, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

primair: medeplegen van opzetwitwassen op 29 juni 2023 in Aalsmeer;

subsidiair: medeplegen van schuldwitwassen op 29 juni 2023 in Aalsmeer.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I, die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde. Uit het dossier volgt dat verdachte met een gigantische hoeveelheid contant geld is aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij contact heeft gehad met iemand om het aan hem overhandigde bedrag weer te laten ophalen, omdat hij ervan af wilde, maar dat dit niet goed verliep en dat zijn gezin hierbij werd bedreigd. Hieruit kan worden afgeleid dat verdachte wist dat het ging om geld dat uit misdrijf afkomstig was. Subsidiair heeft de officier van justitie aangevoerd dat verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het ging om geld dat uit misdrijf afkomstig was. Dit kan worden afgeleid uit de omstandigheid, dat iemand vraagt om een groot geldbedrag mee te nemen in een vrachtwagen naar Turkije. Verdachte heeft verklaard dat hij wist van een bepaalde grens tot waar het uitvoeren van contant geld in Nederland was toegestaan. Hij heeft om die reden gevraagd het geldbedrag weer te laten ophalen. Ook ten aanzien van een geldbedrag van € 17.500,-, waarvan verdachte heeft verklaard dat hij dat van familie heeft ontvangen om zijn door de aardbeving vernielde huis in Turkije weer te kunnen opbouwen, heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring, aangezien de verklaring van verdachte over dit bedrag niet overeenkomt met hetgeen door de politie in de vrachtwagen is aangetroffen. Blijkens de afbeeldingen in het dossier lagen overal losse bundeltjes met geld. Er lag dus geen geldbedrag op één plek apart. Tevens komen de coupures waaruit dit geldbedrag bestaat overeen met die van de rest van het geld. Op basis van het dossier kan dus niet worden vastgesteld dat dit geldbedrag toebehoort aan verdachte.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich gerefereerd ten aanzien van een bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Wel heeft de raadsman verzocht verdachte partieel vrij te spreken van het geldbedrag van € 17.500,-, omdat uit het dossier volgt dat verdachte dit geld verkregen had uit een inzamelingsactie van familieleden en vrienden ten behoeve van zijn gezin, dat na de aardbeving in Turkije in moeilijke omstandigheden verkeert. Het geldbedrag lag gescheiden van het andere geld en was niet geseald. Verdachte heeft over de herkomst van dit geldbedrag ook een concrete en verifieerbare verklaring afgelegd. De verdediging heeft ter ondersteuning van deze verklaring een lijst met namen, bedragen en handtekeningen van deze familieleden en vrienden overgelegd. Het ligt op de weg van het Openbaar Ministerie om bewijs te leveren waaruit blijkt dat ook dit geld uit enig misdrijf afkomstig is. Dit heeft het Openbaar Ministerie nagelaten.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat het dossier en de terechtzitting geen aanleiding geven om de verklaringen van verdachte in twijfel te trekken. Zij zal deze verklaringen dan ook als uitgangspunt nemen bij de beoordeling van deze zaak. Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank de volgende relevante feiten en omstandigheden af.

Op 28 juni 2023 ontvangt de politie via een chatbot een anonieme melding, dat er op 29 juni 2023 meer dan een miljoen euro in vier vrachtwagens naar Turkije zal worden gereden vanaf het bedrijf [naam bedrijf] in [plaats] . Naar aanleiding van deze melding wordt er in de ochtend van 29 juni 2023 een observatie gestart. Gezien wordt dat drie van de vrachtwagens waarvan de melder de kentekens had genoemd, op het terrein van [naam bedrijf] staan. Verdachte is aanwezig in één van deze vrachtwagens met kenteken [kenteken] , inclusief aanhanger met kenteken [kenteken] . Verdachte wordt hierop aangehouden. In de cabine van zijn vrachtwagen worden op verschillende plekken in tassen al dan niet verpakte bundels contant geld aangetroffen. Dit blijken na telling 24.522 biljetten te zijn met een totale waarde van € 987.960,-.

Om het witwassen van dit geldbedrag te kunnen bewijzen, moet de rechtbank kunnen vaststellen dat dit geldbedrag afkomstig is uit een misdrijf. Daarvoor geldt het volgende beoordelingskader.

Beoordelingskader ‘afkomstig uit enig misdrijf’

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’ is niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat een voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor deze bewezenverklaring vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat een voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, bewezen worden geacht als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat dit voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet uit misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo’n verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet uit misdrijf afkomstig is. Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of, ondanks de verklaring van de verdachte, het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als zo’n verklaring is uitgebleven, mag de rechter die omstandigheid betrekken in zijn bewijsoverwegingen (vgl. HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352).

Voor een beoordeling binnen dit kader zal de rechtbank, gelet op de verklaring van verdachte en het verweer van de raadsman, het totaal aangetroffen bedrag onderverdelen in een bedrag van € 970.460,- en een bedrag van € 17.500,-.

Bewezenverklaring van het witwassen van € 970.460,-

De hoogte van het bedrag, de coupures, de wijze van verpakking en de plek waarop het is aangetroffen rechtvaardigen het vermoeden dat het niet anders kan zijn dan dat dit geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is.

Verdachte heeft verklaard dat hij werd benaderd om geld in zijn vrachtwagen naar Turkije te vervoeren. Er werd tegen hem gezegd dat dit ongeveer € 10.000,- tot € 15.000,- zou zijn en dat dit geld opgespaard was met werken. Verdachte zou met het vervoer € 200,- verdienen. Toen hij acht dagen voor zijn aanhouding het geldbedrag van een Syrische man ontving, zag hij dat het veel meer dan € 15.000,- was. Daarnaar gevraagd, werd hem verteld dat het € 300.000,- betrof, maar dat het meer dan € 300.000,- leek, omdat het uit kleine coupures bestond. Verdachte zou met het vervoer van dit bedrag ongeveer € 500,- tot € 1.000,- verdienen. Hij heeft toen gezegd dat dit te veel was om te vervoeren en dat hij wilde dat het weer zou worden teruggenomen. Hoewel hij daarvoor naar verschillende locaties werd gestuurd, is het bedrag nooit opgehaald. Verdachte heeft gedreigd om naar de politie te gaan, maar een tussenpersoon, die hij ‘de directeur’ noemt, vertelde hem dat hij dan zou worden aangehouden en dat zijn familie bovendien iets zou worden aangedaan.

Gelet op het bovenstaande heeft verdachte geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring over de herkomst van het geld afgelegd. Aan verdachte is immers voorgespiegeld dat een veel kleiner bedrag dan dat bij hem is aangetroffen spaargeld zou zijn. Ten aanzien van het veel grotere bedrag dat bij hem is aangetroffen, heeft verdachte geen verklaring over de herkomst gegeven.

Gelet hierop kan bewezen worden dat het niet anders kan zijn dan dat bedrag van € 970.460,- uit enig misdrijf afkomstig is.

De volgende vraag is of verdachte wist dat dit geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en leidt dit af uit de verklaring van verdachte dat hij het ontvangen geldbedrag te veel vond, dat hij bang werd en ermee naar de politie wilde gaan, maar dit vanwege dreigementen tegenover zijn familie niet heeft gedaan.

Verdachte heeft bekend dat hij dit geldbedrag op de tenlastegelegde datum voorhanden heeft gehad. Hierbij heeft hij voldoende nauw en bewust samengewerkt met de Syrische man die hem het geldbedrag heeft gegeven en met wie hij contact heeft onderhouden over het weer ophalen daarvan, zodat deze persoon ook op de tenlastegelegde datum feitelijke zeggenschap is blijven uitoefenen over dit geldbedrag.

Partiële vrijspraak van het witwassen van € 17.500,-

Ten aanzien van het geldbedrag van € 17.500,- gelden dezelfde omstandigheden op grond waarvan ten aanzien van het grotere geldbedrag een vermoeden van witwassen is aangenomen.

Verdachte heeft verklaard dat dit geld is ingezameld door familieleden voor de wederopbouw van zijn woning, die door de aardbeving in Turkije is verwoest. De verdediging heeft in dit verband een lijst met namen, bedragen en handtekeningen, en foto’s van de aardbevingsgevolgen voor verdachte en zijn gezin overgelegd.

Verdachte heeft daarmee een verklaring over de herkomst van het bedrag gegeven, die concreet, verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is.

Het Openbaar Ministerie heeft nagelaten enig nader onderzoek te verrichten naar de verklaring van verdachte. Dit betekent dat een legale herkomst van dit bedrag niet met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten. De rechtbank komt daarmee tot een partiële vrijspraak ten aanzien van het geldbedrag van € 17.500,-.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

primair:

op 29 juni 2023 te Aalsmeer, tezamen en in vereniging met een ander, een voorwerp, te weten een contant geldbedrag van in totaal € 970.460,-, voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededader wisten dat dit voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit enig misdrijf.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straffen

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de eis van de officier van justitie aanzienlijk te matigen en aansluiting te zoeken bij een drietal uitspraken in soortgelijke zaken, waarin een onvoorwaardelijk strafdeel gelijk aan het reeds ondergane voorarrest is opgelegd, te weten: een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 9 november 2022 (parketnummer 09/06537221) en twee uitspraken van de rechtbank Rotterdam van 23 november 2022 (parketnummers 10/110820-22 en 10/130571-22).

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van een geldbedrag van € 970.460,-. Door middel van witwassen worden de inkomsten uit misdrijven in het legale betalingsverkeer gebracht en wordt de zware criminaliteit gefaciliteerd. Dit is een gevaar voor de integriteit van het financiële en economische verkeer en vormt een bedreiging voor de legale economie. De rechtbank rekent dit hem aan.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank komt daarbij tot een lagere gevangenisstraf dan door de officier van justitie is geëist, gelet op de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd en de ogenschijnlijk beperkte rol van verdachte in dit witwastraject. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 5 september 2023, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld. Tevens heeft zij rekening gehouden met de meewerkende houding die verdachte heeft getoond gedurende het onderzoek en de zeer schrijnende omstandigheden van verdachte en zijn gezin na de aardbeving in Turkije.

8. Beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1. EUR (6366896);

2 1 STK Fust (6361396) (Rol folie);

3 1 STK Fust (6361414) folie);

4 1 STK Telefoontoestel (6361436) (Apple Iphone);

5 1 STK Telefoontoestel (6361438) Apple Iphone);

19 1 STK Kantoorbenodigheden (6363594) (Elastieken);

6 1 STK Enveloppe (6361437);

7 1 STK Tas (6361448) (plastic tas jumbo);

8 1 STK Tas (6361453) (Jute tas AHA);

9 1 STK Tas (6361455) (Plastic tas Kruidvat);

10 1 STK Tas (6361461) (Plastic tas AH);

11 1 STK Tape (6361463) (rol tape);

12 1 STK Tape (6361467) (rol tape);

13 1 STK Identiteitsbewijs (6361468) (Turks ID);

14 1 STK Tape (6363618);

20 1 STK Kantoorbenodigheden (6363590) (Elastiek);

15 1 STK Kantoorbenodigheden (6363807) (Elastiekjes);

18 1 STK Kantoorbenodigheden (6363805) (Folie en tape);

16 1 STK Kantoorbenodigheden (6363803) (Folie en tape);

17 1 STK Kantoorbenodigheden (6363599) (Elastieken);

21 1 STK Kantoorbenodigheden (6363623) (Folie en tape);

22 1 STK Kantoorbenodigheden (6363793) (Elastieken);

23 1 STK Kantoorbenodigheden (6363802);

24 1 STK Kantoorbenodigheden (6363797) (Elastieken);

25 1 STK Kantoorbenodigheden (6363790) (Elastieken);

26 1 STK Zak (6363611) (Papieren zak);

27 1 STK Kantoorbenodigheden (6363787) (Elastieken);

28 1 STK Kantoorbenodigheden (6363800) (Elastieken);

29 1 STK Kantoorbenodigheden (6363792) (Elastieken).

Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe.

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd ten aanzien van de onder 4, 5 en 13 genoemde voorwerpen de teruggave aan verdachte te gelasten. Daarnaast heeft zij gevorderd het volledige, onder 1 genoemde geldbedrag verbeurd te verklaren en de overige goederen te onttrekken aan het verkeer. Subsidiair heeft de officier van justitie ten aanzien van het onder 1 genoemde gevorderd de teruggave te gelasten van een deel van het geldbedrag (€ 17.500,‑) en het overige deel (€ 970.460,-) verbeurd te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de teruggave te gelasten van het geldbedrag van € 17.500,-, gezien de bepleite partiële vrijspraak. Voor het overige heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

Omdat met betrekking tot de voorwerpen genoemd onder 2 tot en met 29 (met uitzondering van de voorwerpen genoemd onder 4, 5 en 13) het bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard. Ten aanzien van het onder 1 genoemde geldt dat het bewezenverklaarde geldbedrag van € 970.460,- wordt verbeurdverklaard.

Teruggave aan verdachte

Omdat verdachte partieel wordt vrijgesproken ten aanzien van het geldbedrag van € 17.500,- (onder 1 genoemd), gelast de rechtbank de teruggave hiervan aan verdachte. Tevens gelast zij de teruggave aan verdachte van de voorwerpen onder 4, 5, en 13 genoemd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van witwassen

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, groot 8 (acht) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaar vast.

De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Verklaart verbeurd:

1. EUR (6366896);

2 1 STK Fust (6361396) (Rol folie);

3 1 STK Fust (6361414) folie);

19 1 STK Kantoorbenodigheden (6363594) (Elastieken);

6 1 STK Enveloppe (6361437);

7 1 STK Tas (6361448) (plastic tas jumbo);

8 1 STK Tas (6361453) (Jute tas AHA);

9 1 STK Tas (6361455) (Plastic tas Kruidvat);

10 1 STK Tas (6361461) (Plastic tas AH);

11 1 STK Tape (6361463) (rol tape);

12 1 STK Tape (6361467) (rol tape);

14 1 STK Tape (6363618);

20 1 STK Kantoorbenodigheden (6363590) (Elastiek);

15 1 STK Kantoorbenodigheden (6363807) (Elastiekjes);

18 1 STK Kantoorbenodigheden (6363805) (Folie en tape);

16 1 STK Kantoorbenodigheden (6363803) (Folie en tape);

17 1 STK Kantoorbenodigheden (6363599) (Elastieken);

21 1 STK Kantoorbenodigheden (6363623) (Folie en tape);

22 1 STK Kantoorbenodigheden (6363793) (Elastieken);

23 1 STK Kantoorbenodigheden (6363802);

24 1 STK Kantoorbenodigheden (6363797) (Elastieken);

25 1 STK Kantoorbenodigheden (6363790) (Elastieken);

26 1 STK Zak (6363611) (Papieren zak);

27 1 STK Kantoorbenodigheden (6363787) (Elastieken);

28 1 STK Kantoorbenodigheden (6363800) (Elastieken);

29 1 STK Kantoorbenodigheden (6363792) (Elastieken).

Gelast de teruggave aan [verdachte] van:

1. EUR (6366896);

4 1 STK Telefoontoestel (6361436) (Apple Iphone);

5 1 STK Telefoontoestel (6361438) Apple Iphone);

13 1 STK Identiteitsbewijs (6361468) (Turks ID).

Dit vonnis is gewezen door

mr. A.H.E. van der Pol, voorzitter,

mrs. M.R.J. van Wel en R.K. Pijpers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.S. Schakenraad, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 oktober 2023.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.H.E. van der Pol

Griffier

  • mr. E.S. Schakenraad

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?