ECLI:NL:RBAMS:2023:9100

ECLI:NL:RBAMS:2023:9100, Rechtbank Amsterdam, 14-12-2023, 13/160104-23

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 14-12-2023
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer 13/160104-23
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Veroordeling voor het medeplegen van een poging tot het uitvoeren van drie kilogram cocaïne (feit 1, primair). Vrijspraak voor het medeplegen van zowel het opzet- als schuldwitwassen van een geld bedrag van € 987.960, - (feit 2). Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zestien maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht Team Strafrecht

Parketnummer: 13/160104-23 Datum uitspraak: 14 december2023

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboortegegevens] 1964, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in de [verblijfsplaats] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting

-van 14 december 2023.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. K. van der Willigen en van wat verdachte en zijn raadsman mr. V.P.J. Tuma naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij zich op 29 juni 2023 in Aalsmeer en Duiven, althans in Nederland, heeft schuldig gemaakt aan

Feit 1

Primair: medeplegen van een poging tot het uitvoeren van 3 kilogram cocaïne

Subsidiair: aanwezig hebben van 3 kilogram cocaïne

Feit2

Primair: medeplegen van opzetwitwassen van€ 987.960,­

Subsidiair: medeplegen van schuldwitwassen van€ 987.960,- De tenlastelegging is

opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.

3. Waardering van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt dat uit de bewijsmiddelen in het dossier volgt dat verdachte een poging heeft gedaan om 3 kilogram cocaïne buiten het grondgebied van Nederland te brengen. De cocaïne is gevonden in een tas bij het ventilatiesysteem in de vrachtwagen van verdachte. Het primair ten laste gelegde onder feit 1 kan daarmee wettig en overtuigend worden bewezen. Verder stelt zij dat er onvoldoende bewijs is voor feit 2, het medeplegen van het witwassen van€ 987.960,-. Zij verzoekt daarom verdachte daarvan vrij te spreken.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat verdachte voor beide feiten moet worden vrijgesproken. Verdachte heeft in opdracht van iemand anders de tas verstopt in zijn vrachtwagen. Hij wist niet dat er cocaïne in zat. Het is daarom niet buiten redelijke twijfel vast komen te staan dat verdachte opzet had op het uitvoeren van cocaïne. Er had immers ook iets anders in de tas kunnen zitten.

Oordeel van de rechtbank

Vrijspraak feit 2

De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de raadsman, dat het medeplegen van witwassen (feit 2) niet bewezen kan worden m; daartoe onvoldoende bewijs voorhanden is. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Feit 1

De rechtbank vindt wel dat het uitvoeren van 3 kilogram cocaïne (feit 1 primair) kan worden bewezen en overweegt daartoe als volgt.

Op 28 juni 2023 ontvangt de politie via een chatbot een anonieme melding dat op 29 juni 2023 een grote hoeveelheid geld in vier vrachtwagens naar Turkije zal worden gereden vanaf het bedrijf Flora Holland in Aalsmeer. Naar aanleiding van deze melding wordt er in de ochtend van 29 juni 2023 een observatie gestart. Gezien wordt dat er drie vrachtwagens op het terrein van Flora Holland staan waarvan de melder de kentekens heeft genoemd.

Twee van de drie vrachtwagens rijden het terrein af en worden vervolgens langs de rijksweg A12 staande gehouden. Verdachte is de bestuurder van één van deze vrachtwagens met kenteken [kenteken] , inclusief aanhanger met kenteken [kenteken] . Zijn vrachtwagen wordt doorzocht en er wordt een tas met ongeveer 3,5 kilo cocaïne aangetroffen in het ventilatiesysteem. Verdachte wordt hierop aangehouden. In de derde vrachtwagen die nog op het terrein van Flora Holland stond, is€ 987.960,- contant geld aangetroffen.

Verdachte heeft verklaard dat iemand hem heeft gevraagd of hij een tas mee kon nemen naar Turkije. Verdachte zou daar bij aflevering ongeveer€ 5.000,- voor krijgen. Verdachte is hiermee akkoord gegaan. Vervolgens heeft hij de tas opgehaald in Den Haag, heeft deze

op aanwijzing verstopt in het ventilatiesysteem van zijn vrachtwagen en was van plan daarmee naar Turkije te rijden.

De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier en de verklaring van verdachte niet kan worden vastgesteld dat verdachte wist dat er cocaïne in de tas zat en dat hij daarmee het volle opzet had om de 3 kilo cocaïne buiten Nederland te brengen. De vraag die dan vervolgens moet worden beantwoord is of er sprake is van voorwaardelijk opzet. Daarvoor is vereist dat naar algemene ervaringsregels de kans bestond dat er cocaïne in de tas zou zitten en dat verdachte die kans bewust heeft aanvaard, dus op de koop toe heeft genomen. Dat is in dit geval aan de orde.

Verdachte heeft verklaard dat hij benaderd is door een persoon met de vraag of hij een tas van Nederland naar Turkije in zijn vrachtwagen zou willen meenemen tegen betaling van een bedrag tussen de vier- en vijfduizend euro. Verdachte heeft vervolgens de tas opgehaald bij een voor hem onbekende persoon en kreeg daarbij de opdracht deze te verstoppen in zijn vrachtwagen.

Het is een feit van algemene bekendheid dat er een internationale handel is in harddrugs en dat cocaïne een behoorlijke straatwaarde vertegenwoordigt. Gelet op de omstandigheden waaronder verdachte de tas moest ophalen en het bedrag dat hij zou krijgen, was de kans dus groot dat het om harddrugs zou gaan. Dat verdachte zich ook bewust was van dit risico, blijkt uit zijn verklaring ter zitting op 14 december 2023 waar hij heeft verklaard dat hij niet wist wat er in de tas zat maar dat hij wel vennoedde dat er iets illegaals in zat. Desondanks heeft verdachte ervoor gekozen om de tas mee te nemen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat er sprake is van voorwaardelijk opzet nu verdachte bewust de aanmerkelijke kans he•eft aanvaard dat er cocaïne in de tas zou zitten.

Verdachte heeft niet alleen gehandeld. Hij heeft van iemand anders de opdracht gekregen om de drugs te vervoeren en hij heeft de tas bij iemand in Den Haag opgehaald. Hierdoor is er sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en deze personen waardoor het handelen van verdachte kan worden aangemerkt als medeplegen.

De rechtbank vindt dan ook bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging tot het opzettelijk uitvoeren van 3 kilogram cocaïne.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn opgenomen, bewezen dat hij:

Feit 1 primair

op omstreeks 29 juni 2023, in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte en één of meer anderen voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland te brengen (ongeveer) 3 kilogram cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, immers hebben verdachte en zijn mededaders voornoemde hoeveelheid cocaïne in een vrachtwagen met kenteken [kenteken] en aanhanger met kenteken [kenteken] geplaatst terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

4. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

6. Motivering van de straf en maatregelen

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar onder l bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

Het standpun.t/strafmaatvenveer van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Indien de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, is verzocht om verdachte een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft doorgebracht of om daarnaast aan verdachte een taakstraf op te leggen.

Verder heeft de raadsman verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is de kostwinner van zijn familie en wil graag zo snel mogelijk terug naar Turkije.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot het uitvoeren van 3 kilogram cocaïne door de tas waar dit in zat te verstoppen in het ventilatiesysteem van zijn vrachtwagen. Hij was van plan daarmee naar Turkije te rijden en zou daar vervolgens

€ 5.000,- voor ontvangen.

Verdachte heeft zich bij het plegen van dit feit enkel laten leiden door financieel gewin en heeft daarbij geen rekening gehouden met de gezondheidsrisico's en veiligheidsrisico's voor anderen. Het gebruik van harddrugs is schadelijk voor de volksgezondheid en de handel in harddrugs gaat vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit. Dit kan zowel lichte criminaliteit zijn die gepleegd wordt door drugsgebruikers als zware criminaliteit in·de vorm van ernstige geweldsdelicten in het criminele circuit. Verdachte heeft met de poging tot het uitvoeren van harddrugs deel uitgemaakt van het internationale netwerk van de handel in harddrugs en heeft daarmee ook een bijdrage geleverd aan de instandhouding daarvan.

De uitvoer van harddrugs is een ernstig feit en daarop staan zware straffen. De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor strafoplegging, die de rechtbanken en hoven onderling hebben afgesproken. Voor het uitvoeren van 2 tot 3 kilo harddrugs is een gevangenisstraf van 24 - 30 maanden het uitgangspunt bij een voltooid delict. Bij een poging wordt dit uitgangspunt met een derde verminderd waardoor de rechtbank een gevangenisstraf van 16 - 20 maanden als oriëntatie heeft gebruikt.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank meegewogen dat verdachte in Nederland geen strafblad heeft en dus niet eerder is veroordeeld voor Opiumwetdelicten. Verder blijkt uit het pleidooi van de raadsman dat verdachte zijn leven verder goed op orde heeft en dat hij kostwinner is van zijn gezin in Turkije. Anders dan de raadsman is de rechtbank echter van oordeel dat die omstandigheden niet maken dat volstaan kan worden met de door de raadsman bepleite straf. Er is sprake van een ernstig strafbaar feit waarvoor een langere gevangenisstraf passend en geboden is.

Alles•afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisst;af opleggen voor de duur van 16 maanden, met aftrek van voorarrest.

8. Beslag

Onder verdachte zijn, blijkens de in het dossier gevoegde beslaglijst, de volgende voorwerpen in beslag genomen:

1240 euro (6361301)

2000 euro (6361294)

1 STK Verdovende middelen, Cocaïne crack (6361285) 1 STK Telefoontoestel (6361270)

1 STK Telefoontoestel (6361276)

1 STK Telefoontoestel (6361278)

1 STKZak(6361415)

1 STK Sok (6361280)

1 STK Vuilniszak (6361275)

1 STK Rugzak (6361268)

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht de verdovende middelen (6361285) te onttrekken aan het verkeer. Verder heeft zij verzocht om twee telefoons (636270 en 6361276), de vuilniszak (6361275) en de rugzak (6361268) verbeurd te verklaren. In deze telefoons staan de contacten met de mensen die te koppelen zijn aan de verdovende middelen. In de vuilniszak en de rugzak

zijn de verdovende middelen aangetroffen. Tot slot heeft zij verzocht om de geldbedragen (6361301 en 6361294), de sok (6361280) en de andere telefoon (6361278) te retourneren aan verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het beslag en heeft zich aangesloten bij het standpunt van de officier van justitie.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de verdovende middelen (6361285) aan het verkeer moeten worden onttrokken, aangezien het ongecontroleerde bezit gelet op de inhoud daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

De twee telefoons (636270 en 6361276), de vuilniszak (6361275), de rugzak (6361268) en de plastic zak (6361415) worden verbeurdverklaard. Met behulp van deze voorwerpen heeft verdachte het bewezen geachte feit gepleegd.

De geldbedragen (6361301 en 6361294), de sok (6361280) en de andere telefoon (6361278) behoren aan verdachte toe en zijn niet bij het bewezen geachte feit betrokken. Deze zullen daarom aan verdachte worden geretourneerd.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 45 en 47 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 2 en 10 van de Opiumwet en de daarbij behorende lijst l.

8. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder feit 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder feit I primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

poging tot medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 16 (zestien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering (en in voorlopige hechtenis) is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

1 STK Verdovende middelen, Cocaïne crack (6361285)

Verklaart verbeurd:

1 STK Telefoontoestel (6361270)

1 STK Telefoontoestel (6361276)

1 STK Zak (6361415)

1 STK Vuilniszak (6361275)

1 STK Rugzak (6361268)

Gelast de teruggave aan veroordeelde van: 1240 euro (6361301)

2000 euro (6361294)

1 STK Sok (6361280)

1 STK Telefoontoestel (6361278)

Dit vonnis is gewezen door mr. P.P.C.M. Waarts,

mrs. A. Eichperger en M.H. van Haeften, in tegenwoordigheid van mr. M. Madiol,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 december 2023.

voorzitter, rechters, griffier,

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?