ECLI:NL:RBAMS:2024:1712

ECLI:NL:RBAMS:2024:1712, Rechtbank Amsterdam, 26-03-2024, AMS 23/5543

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 26-03-2024
Datum publicatie 03-11-2025
Zaaknummer AMS 23/5543
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken

Aangehaald door

Samenvatting

AOW. Verzekerde tijdvakken. In bestreden besluit alsnog bepaalde periode als niet verzekerd aangemerkt. In dit geval heeft de heroverweging in bezwaar tot een verslechtering van de positie van eiseres geleid. Reformatio in peius.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 maart 2024 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats], eiseres,

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 23/5543

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder (hierna: de Svb)

(gemachtigde: mr. C.A. van der Vlist).

Procesverloop

Bij besluit van 6 januari 2023 (het primaire besluit) heeft de Svb aan eiseres een ouderdomspensioen toegekend op grond van de AOW. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 28 juli 2023 (het bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar gegrond verklaard en daarbij eiseres over een bepaalde periode alsnog verzekerd geacht.

Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft de zaak op 13 februari 2024 op een zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en de gemachtigde van de Svb deelgenomen.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

1. Eiseres woont in [woonplaats]. In het verleden heeft zij ook in Duitsland gewoond en gewerkt.

2. Op 14 november 2022 heeft eiseres de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.

3. De Svb heeft eiseres met ingang van 14 november 2022 AOW-pensioen toegekend naar een hoogte van 90% van een volledig pensioen omdat eiseres in totaal ruim vijf jaar niet in Nederland verzekerd was. Daarom wordt een korting toegepast van 10%. Eiseres wordt niet verzekerd geacht in de volgende perioden:

-van 1 april 2000 tot en met 23 juli 2000;

-van 5 maart 2007 tot en met 31 juli 2007;

-van 16 oktober 2007 tot en met 30 juni 2012.

4. Het bezwaar van eiseres is gericht tegen de jaren 2007 tot en met 2009. Na de heroverweging in bezwaar heeft de Svb eiseres met het bestreden besluit alsnog in de hiervoor genoemde periode in 2007 verzekerd geacht. De einddatum van de periode van niet-verzekerd zijn ligt nu op 30 september 2012. Afgerond blijft sprake van een niet verzekerde periode van vijf jaar, aldus de Svb. De korting blijft 10%.

Beoordeling door de rechtbank

5. Nu eiseres in Nederland en Duitsland heeft gewoond en gewerkt is sprake van een grensoverschrijdende situatie. De Svb heeft de AOW-aanvraag dan ook terecht mede beoordeeld aan de hand van de Europese Verordening over sociale zekerheid. Voor de periode tot 1 mei 2010 is relevant Verordening 1408/71, daarna Verordening 883/2004.

De Svb heeft terecht overwogen dat nu eiseres in beide landen heeft gewoond en gewerkt, van belang is waar eiseres in de perioden in geding woonde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Svb de feiten en omstandigheden die bij de beoordeling daarvan van belang zijn op juiste wijze weergegeven.

6. Eiseres is van mening dat nu het jaar 2007 niet meer als niet-verzekerde periode geldt, de korting van 10% zou moeten worden omgezet in een korting van 8%.

7. Op de zitting heeft de Svb toegelicht dat de berekening plaatsvindt aan de hand van een optelsom van alle niet-verzekerde perioden en dat in dit geval de niet-verzekerde periode, ook als 2007 buiten beschouwing wordt gelaten, nog steeds vijf jaar bedraagt.

8. De rechtbank geeft hierna eerst een oordeel over de jaren 2008 en 2009. Daarna zal zij ingaan op de niet-verzekerde periode in 2012.

De jaren 2008-2009

9. De Svb heeft de conclusie dat eiseres in deze jaren niet verzekerd is geweest voor de (Nederlandse) volksverzekeringen gebaseerd op eigen verklaringen van eiseres en gegevens van de Deutsche Rentenversicherung (DRV) over de verzekeringspositie van eiseres in Duitsland.

10. Niet in geschil is dat eiseres in 2008 en 2009 naast het werk in Duitsland ook werkzaamheden heeft verricht bij een zorginstelling in Nederland. Ter ondersteuning van haar standpunt dat zij in die tijd in Nederland verzekerd was heeft eiseres gegevens verstrekt over haar pensioenopbouw en over de afgedragen premies voor de werknemersverzekeringen. Voor de beoordeling of iemand ook verzekerd is voor de AOW gelden echter andere criteria dan voor werknemersverzekeringen. Zeker als sprake is van grensoverschrijdende situaties is niet alleen van belang waar iemand werkt maar ook waar hij of zij in de te beoordelen periode woonde.

11. Uit de gedingstukken blijkt dat eiseres haar woning in Amsterdam alle jaren heeft aangehouden. Daarnaast verbleef zij veel in Duitsland. Eiseres heeft op diverse momenten verklaard dat zij (ook) in Duitsland woonde; zij woonde dan in het huis van haar vriend in Berlijn. Gevraagd naar de duur van het verblijf in Duitsland heeft zij verklaard dat zij in 2008 en 2009 ongeveer 40% van de tijd in Nederland woonde en werkte en ongeveer 60% in Duitsland. Op de zitting heeft eiseres gezegd dat die opgave is gebaseerd op een gok omdat zij dat achteraf niet meer goed wist.

12. De rechtbank kan begrijpen dat eiseres de feitelijke woonsituatie niet meer precies voor ogen stond op het moment dat haar daarnaar is gevraagd. Dat neemt niet weg dat geen gegevens beschikbaar zijn waaruit blijkt dat de woonsituatie anders was dan door eiseres geschetst. Daar komt bij dat uit de gegevens van de DRV blijkt dat eiseres in 2008 en 2009 in Duitsland verzekerd is geweest.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de Svb mede uit kon gaan van de verklaringen van eiseres en dat hij op goede gronden heeft geconcludeerd dat eiseres in 2008 en 2009 niet verzekerd is geweest voor de AOW.

Het jaar 2012

13. Zoals hiervoor onder 4 is vastgesteld heeft de Svb de einddatum van de als niet-verzekerde tijdvakken in het primaire besluit vastgesteld op 30 juni 2012 en in het bestreden besluit op 30 september 2012. De periode van 1 juli 2012 tot en met 30 september 2012 stond in het primaire besluit niet genoemd in de opsomming van niet-verzekerde perioden. Eiseres heeft hier in bezwaar dus niet tegen kunnen opkomen. Uit de stukken die eiseres in beroep heeft ingezonden kan worden afgeleid dat eiseres het ook met de conclusie over die periode in 2012 niet eens is met het besluit van de Svb.

14. In vergelijking met het primaire besluit leidt het bestreden besluit tot een verslechtering van de rechtspositie van eiseres omdat de maanden juli, augustus en september 2012 in het besluit op bezwaar alsnog als niet verzekerde jaren zijn meegeteld. Uit het besluit op bezwaar valt niet af te leiden dat deze verslechtering ook mogelijk zou zijn geweest als eiseres geen bezwaar had gemaakt.

15. De Svb heeft het standpunt ingenomen dat ook na het meetellen van het jaar 2007 als verzekerd jaar de rechtspositie van eiseres niet is aangetast omdat eiseres onderaan de streep nog steeds uitkomt op vijf niet verzekerde jaren. De rechtbank volgt dit standpunt niet. Op de zitting is met partijen besproken hoe de optelsom van niet-verzekerde perioden uitvalt als de genoemde drie maanden wel als verzekerd tijdvak gelden. Die optelsom komt uit op 57 maanden. Afgerond naar beneden betekent dit dat de niet-verzekerde periode dan vier jaar bedraagt en de korting 8%. De heroverweging in bezwaar heeft dus tot een verslechtering van de positie van eiseres geleid.

Dit betekent dat de Svb, door in het bestreden besluit de genoemde drie maanden in 2012 als niet verzekerde periode vast te stellen, in strijd met het verbod op reformatio in peius heeft gehandeld.

Conclusie en slotoverwegingen

16. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. De rechtbank zal dit besluit vernietigen. Zij ziet aanleiding om het primaire besluit te herroepen en te bepalen dat de Svb ervan moet uitgaan dat eiseres in de maanden juli, augustus en september 2012 verzekerd is geweest voor de AOW met als uitkomst dat de korting op een volledig pensioen 8% bedraagt. Het beroep is gegrond.

17. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart zal zij tevens bepalen dat de Svb het door eiseres haar betaalde griffierecht aan haar vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het besluit van 6 januari 2023 en draagt de Svb op eiseres in de maanden juli, augustus en september 2012 verzekerd te achten voor de AOW;

- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- draagt de Svb op het betaalde griffierecht van € 50 aan eiseres te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak el Idrissi, rechter, in aanwezigheid van

mr. J.A. Lammertink, griffier.

De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2024.

griffier

rechter

Afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hoger beroepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L.Z. Achouak el Idrissi

Griffier

  • mr. J.A. Lammertink

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?