ECLI:NL:RBAMS:2024:313

ECLI:NL:RBAMS:2024:313, Rechtbank Amsterdam, 22-01-2024, AMS 23/2097

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 22-01-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AMS 23/2097
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 3 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Einduitspraak. WIA. Ongegrond. Deugdelijke verzekeringsgeneeskundige en arbeidsdeskundige grondslag.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

einduitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 januari 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] (Turkije), eiser

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 23/2097

(gemachtigde: mr. M.I. Bal)

en

de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder het arbeidsongeschiktheidspercentage per 29 oktober 2020 gewijzigd vastgesteld op 54,96%.

Bij besluit van 7 maart 2023 (het bestreden besluit I) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Daarbij heeft verweerder het arbeidsongeschiktheidspercentage per

31 augustus 2022 gewijzigd vastgesteld op 42,60%.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit I beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 september 2023.

De gemachtigde van eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

De rechtbank heeft op 10 november 2023 tussenuitspraak gedaan in deze zaak.

Met de tussenuitspraak van 10 november 2023 (de tussenuitspraak) heeft de rechtbank verweerder in de gelegenheid gesteld om binnen zes weken na verzending daarvan, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De tussenuitspraak is aan deze uitspraak gehecht en maakt onderdeel uit van deze uitspraak.

Bij besluit van 1 december 2023 (het bestreden besluit II) heeft verweerder het bestreden besluit I herroepen en een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiser genomen.

Eiser heeft hierop een schriftelijke zienswijze gegeven.

De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft hierna het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Inleiding

1. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak van de rechtbank van

10 november 2023. De rechtbank blijft bij al wat zij in de tussenuitspraak heeft overwogen en beslist. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank al een oordeel gegeven over de beroepsgronden van eiser ten aanzien van (de zorgvuldigheid van) het medisch onderzoek. De rechtbank oordeelt in deze uitspraak over de resterende beroepsgronden met betrekking tot het arbeidsdeskundige onderzoek.

2. De rechtbank acht het beroep op grond van artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht ook gericht tegen het bestreden besluit II, omdat dit besluit niet geheel aan het beroep tegemoet komt. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit I beoordeeld. Omdat het bestreden besluit I is ingetrokken met het bestreden besluit II, zal de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit I niet-ontvankelijk verklaren.

Het oordeel van de rechtbank

Arbeidsdeskundige grondslag van het besluit

3. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft de functies assemblagemedewerker elektrotechnische produkten (SBC-code 267041), productiemedewerker industrie (samenstellen van producten) (SBC-code 111180) en productiemedewerker metaal en elektro-industrie (SBC-code 111171) ten grondslag gelegd aan de schatting van de mate van de arbeidsongeschiktheid. Ook heeft de arbeidskundige bezwaar en beroep de functies van wikkelaar (nieuw en revisie) (SBC-code 267053) en magazijnmedewerker (SBC-code 315020) geschikt bevonden voor eiser.

4. In de FML is opgenomen dat eiser ongeveer een half uur achtereen kan staan. Wat betreft staan tijdens werk heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML opgenomen dat eiser voor ongeveer de helft van de werkdag, oftewel vier uur per dag, kan staan tijdens werk.

5. Wat betreft de functie magazijnmedewerker (SBC-code 315020) wordt in het resultaat functiebeoordeling vermeld dat er dagelijks ongeveer vijf uur staand wordt gewerkt. De term ‘dagelijks voorkomend’ wordt in de CBBS-Basisinformatie (het CBBS) gebruikt om aan te geven dat een bepaalde belasting in een functie de helft of meer van het aantal dagen van de werkweek voorkomt. De belastbaarheid van eiser ten aanzien van staan tijdens werk is door de verzekeringsarts bezwaar en beroep vastgesteld op licht beperkt met een waarde van ongeveer vier uur per dag. De belasting van deze functie met betrekking tot staan tijdens werk is echter vijf uur. Gelet op de mate van overschrijding en de frequentie van de overschrijding komt de rechtbank tot het oordeel dat deze functie niet passend is voor eiser.

6. Wat betreft de functie productiemedewerker metaal en elektro-industrie (SBC-code 111171) wordt in het resultaat functiebeoordeling vermeld dat niet-dagelijks ongeveer vijf uur staand wordt gewerkt. In de CBBS-Basisinformatiewordt uitgelegd wat met de term ‘niet-dagelijks’ wordt bedoeld; de belasting komt op minder dan de helft van het aantal dagen van de werkweek voor. De rechtbank concludeert daaruit dat op één en hooguit twee dagen van de werkweek sprake is van een overschrijding van de belastbaarheid van eiser. Of deze overschrijding optreedt, is bovendien nog afhankelijk van de soort machine waarbij eiser zou worden ingedeeld. De rechtbank overweegt dat uit de tabel in de CBBS-Basisinformatie bij punt 5.4 ‘staan tijdens werk’ volgt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ondanks de overschrijding van de belastbaarheid de geschiktheid van de functie in een signalering nader kan motiveren. In dit geval wijst de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep onder andere op de rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van

29 november 2023 waarin wordt toegelicht dat een beperking voor staan uitsluitend is opgenomen, omdat er sprake is van subjectief ervaren klachten bij het staan. Zekerheidshalve is daarom een beperking ten aanzien van staan opgenomen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeert daarom dat er geen strakke grens geldt waar het gaat om de belastbaarheid ten aanzien van staan. Tevens geeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep aan dat de aaneengesloten duur van het staan kort is. Het voorgaande in acht genomen, oordeelt de rechtbank dat de functie voor eiser geschikt is. Hoewel de onduidelijkheid omtrent de machines niet is weggenomen door verweerder is de overschrijding van de belastbaarheid, mede gelet ook op de signalering, niet zodanig dat de functie moet worden verworpen. De functie is geschikt voor eiser.

7. In de functie productiemedewerker industrie (SBC-code 111180) wordt in het resultaat functiebeoordeling vermeld dat twee dagdelen per week 4 uur en 48 minuten staand wordt gewerkt. De rechtbank overweegt dat uit de tabel in de CBBS-Basisinformatie bij punt 5.4 ‘staan tijdens werk’ volgt dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ondanks de overschrijding van de belastbaarheid de geschiktheid van de functie in een signalering nader kan motiveren. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voert aan dat de overschrijding marginaal is, de aaneengesloten duur van het staan kort is, er frequent kan worden afgewisseld met zitten en lopen en er volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen strakke grens geldt waar het gaat om de belastbaarheid ten aanzien van staan. De rechtbank oordeelt dat de arbeidskundige bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd waarom de belastbaarheid in deze functie niet wordt overschreden. De functie is derhalve geschikt voor eiser.

Conclusie

8. De functie magazijnmedewerker (SBC-code 315020) is niet passend voor eiser. Dit betekent echter niet dat het arbeidsongeschiktheidspercentage niet juist is vastgesteld. Verweerder heeft de verdiencapaciteit namelijk niet op deze functie gebaseerd. Verweerder heeft daarom op goede gronden de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser per 31 augustus 2022 op 42,60% vastgesteld. Het beroep tegen het bestreden besluit II is daarom ongegrond.

9. Gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek, zal de rechtbank verweerder veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.187,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een bestuurlijke lus, met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor 1). Ook zal de rechtbank bepalen dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt.

Beslissing

De rechtbank:

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P. Lauwaars, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.M. Dost, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2024.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. F.P. Lauwaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?