ECLI:NL:RBAMS:2024:4362

ECLI:NL:RBAMS:2024:4362, Rechtbank Amsterdam, 16-07-2024, 10946485 CV EXPL 24-1895

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 16-07-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 10946485 CV EXPL 24-1895
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:HR:2025:820
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 4 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827

Samenvatting

De kantonrechter stelt prejudiciële vragen over de oneerlijkheid van bedingen die bepalen dat een consument bij tekortschieten in de nakoming van een overeenkomst alle gerechtelijke kosten moet betalen (proceskostenbedingen) en de eventuele gevolgen van een oneerlijkverklaring. Toepassing Richtlijn 93/13 EG.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis van de kantonrechter

de stichting Woonstichting Lieven De Key

[gedaagde]

VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE

vonnis

Afdeling privaatrecht

zaaknummer: 10946485 CV EXPL 24-1895

vonnis van: 16 juli 2024

fno.: 8622

I n z a k e

gevestigd te Amsterdam

eiseres

nader te noemen: Lieven De Key

gemachtigde: M.O. de Boer

t e g e n

wonende te [woonplaats]

gedaagde

nader te noemen: [gedaagde]

niet verschenen

Op 23 april 2024 is een tussenvonnis gewezen. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft [gedaagde] niet gereageerd. Lieven De Key heeft na een uitstel een akte genomen op 18 juni 2024.

Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

Beoordeling

1. Bij voornoemd tussenvonnis heeft de kantonrechter het voornemen kenbaar gemaakt de navolgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen. Daarbij zijn partijen in de gelegenheid gesteld hierop te reageren.

1. Moet een beding tussen een handelaar en een consument waarin is bepaald dat de consument die tekortschiet in de nakoming van de overeenkomst alle gerechtelijke kosten moet betalen worden aangemerkt als een oneerlijk beding in de zin van de Richtlijn 93/13 EG?2. Als het antwoord op de eerste vraag bevestigend luidt, heeft dit dan tot gevolg dat niet alleen het proceskostenbeding buiten toepassing moet worden gelaten, maar dat in het geheel geen proceskosten meer kunnen worden toegewezen?

2. [gedaagde] heeft geen akte ingediend. Lieven De Key heeft een akte ingediend waarin zij ten aanzien van de voorgenomen prejudiciële vragen geen opmerkingen heeft gemaakt. Wel heeft zij verzocht de zaak aan te houden totdat de Hoge Raad de prejudiciële vragen heeft beantwoord die zijn gesteld in het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 11 januari 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:129). Dit in verband met de beoordeling van het huurverhogingsbeding waarvan in onderhavige zaak sprake is.

3. Omtrent dit uitstelverzoek overweegt de kantonrechter als volgt. Beantwoording van de prejudiciële vragen in onderhavige zaak zal de nodige tijd in beslag nemen. Te verwachten valt dat de Hoge Raad in die tijd de in voornoemd vonnis van 11 januari 2024 gestelde vragen zal beantwoorden. Er bestaat op dit moment dan ook onvoldoende reden voor aanhouding van de zaak. Mochten de prejudiciële vragen in onderhavige zaak eerder worden beantwoord dan die in de zaak met nummer ECLI:NL:RBAMS:2024:129, dan zal het verzoek van Lieven De Key opnieuw worden beoordeeld.

4. De kantonrechter zal nu dan ook voornoemde vragen aan de Hoge Raad stellen.

5. De griffier wordt ingevolge artikel 392 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering opgedragen een afschrift van het onderhavige vonnis, alsmede van voornoemd tussenvonnis, aan de Hoge Raad te zenden.

6. Nadat het antwoord van de Hoge Raad is ontvangen, zal de kantonrechter partijen in gelegenheid stellen zich hierover uit te laten. Daarna zal in beginsel vonnis worden gewezen.

7. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

stelt de Hoge Raad de prejudiciële vragen zoals vermeld in rechtsoverweging 1;

draagt de griffier op een afschrift van dit vonnis en het tussenvonnis van 23 april 2024 aan de Hoge Raad te zenden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.W. Inden

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?