ECLI:NL:RBAMS:2024:5017

ECLI:NL:RBAMS:2024:5017, Rechtbank Amsterdam, 23-01-2024, 13/175160-23

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 23-01-2024
Datum publicatie 08-01-2026
Zaaknummer 13/175160-23
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek voor het voorhanden hebben van 2430 gram methamfetamine en 668 gram methamfetamine.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/175160.23

Datum uitspraak: 23 januari 2024

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag 1] 1988 te [geboorteplaats 1] ,

ingeschreven op het adres [adres 1] ,

thans gedetineerd te: [detentieadres] .

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 januari 2024.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M.R.F. van Raab van Canstein, en van wat de raadsman van verdachte, mr. F.D.W. Siccama, naar voren heeft gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd en na wijziging ter zitting – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan:

Feit 1: het aanwezig hebben van 2430 gram methamfetamine en 668 gram methamfetamine op 13 juli 2023 te Amsterdam;

Feit 2: het voorhanden hebben van een vuurwapen en munitie op 13 juli 2023 te Amsterdam.

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.

3. Waardering van het bewijs

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie vindt dat het voorhanden hebben van het vuurwapen en de bijbehorende munitie (feit 2) niet kan worden bewezen. De officier van justitie vindt wel bewezen dat verdachte methamfetamine (feit 1) opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft betoogd dat verdachte van beide feiten moet worden vrijgesproken, omdat niet kan worden vastgesteld dat verdachte wetenschap of beschikkingsmacht heeft gehad over de methamfetamine en over het vuurwapen en de munitie.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank vindt, net als de officier van justitie en de raadsman, het voorhanden hebben van het vuurwapen met munitie (feit 2) niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Het vuurwapen en de bijbehorende patronen werden tijdens de doorzoeking aangetroffen in een zijvak van een zwarte sporttas op een kamer op de eerste verdieping. Gelet op de wijze van aantreffen en bij gebrek aan ondersteunend bewijs kan op grond van de inhoud van het dossier niet worden vastgesteld dat verdachte wetenschap of beschikkingsmacht heeft gehad over het vuurwapen en de bijbehorende munitie.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde stelt de rechtbank vast dat uit de veiliggestelde camerabeelden volgt dat op 9 juli 2023 een onbekende man de woning aan [adres 2] binnen is gegaan met een ogenschijnlijk gevulde bigshopper van Action. Even later heeft de man de woning zonder deze tas weer verlaten. Op 13 juli 2023 zien verbalisanten verdachte uit de woning komen. Gelet op het zenuwachtige gedrag van verdachte, zijn antecedenten op het gebied van de Opiumwet en het waarnemen van sealbags in de gang, wordt de woning vervolgens doorzocht op grond van de Opiumwet. Tijdens de doorzoeking van de woning wordt in een kamer op de eerste verdieping in een bigshopper van de Action een zwarte bak met doorzichtig deksel aangetroffen. In dezelfde kamer wordt ook nog een doorzichtige plastic bak met blauwe rand aangetroffen. Het is voor verbalisanten direct zichtbaar dat beide bakken witte kristallen bevatten. Uit de bevindingen van verbalisanten en uit het rapport van 11 september 2023 van het Laboratorium Forensische Opsporing (LFO) blijkt dat de witte kristallen, met een nettogewicht van 2430 gram en 668 gram, methamfetamine bevatten. Op de zwarte bak wordt een afdruk van een rechter handpalm aangetroffen die is geïndividualiseerd tot verdachte. Op de doorzichtige plastic bak wordt eveneens een vingerafdruk aangetroffen die is geïndividualiseerd tot verdachte. De rechtbank trekt hieruit de conclusie dat dit de afdrukken van verdachte zijn. Uit de veiliggestelde camerabeelden van de woning volgt dat verdachte van 8 juli 2023 tot en met 13 juli 2023 veelvuldig in de woning aanwezig is geweest, de woning middels een sleutel opende dan wel afsloot en dat hij meerdere malen de woning verliet in andere kleding. Van 10 juli 2023 tot en met 13 juli 2023 verbleef verdachte ook in de nachtelijke uren in de woning.

Gezien het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat verdachte wetenschap heeft gehad van de drugs in de woning en hierover beschikkingsmacht heeft gehad. De drugs lagen namelijk in dezelfde kamer en duidelijk in het zicht en het kan dan ook niet anders zijn dan dat deze bakken ook direct zichtbaar moeten zijn geweest voor verdachte. Bovendien zijn de handpalmafdruk en de vingerafdruk van verdachte aangetroffen op de plastic bakken waarin de drugs werd aangetroffen, heeft verdachte met een sleutel vrije toegang tot de woning gehad en heeft hij in de dagen voorafgaand aan de doorzoeking ook veelvuldig in de woning verbleven. Het verweer van de raadsman dat meerdere mensen een sleutel hadden, doet daar niet aan af. De rechtbank vindt op grond van het voorgaande bewezen dat verdachte opzettelijk 2430 gram en 668 gram methamfetamine aanwezig heeft gehad.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte:

1.

op 13 juli 2023 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad 2430 gram methamfetamine en 668 gram methamfetamine.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

Eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf van 14 maanden wordt opgelegd, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij een eventuele strafoplegging rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van ongeveer 3,1 kilogram methamfetamine. Verdovende middelen vormen een gevaar voor de volksgezondheid en de handel erin gaat vaak gepaard met (ernstige) criminaliteit, die ontwrichtend is voor de maatschappij. Door het bezit van deze drugs heeft verdachte de markt voor drugs mede in stand gehouden.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 1 januari 2024. Verdachte is eerder veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, maar is niet eerder veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet. Wel is er sprake van een openstaande zaak met betrekking tot het vervaardigen van harddrugs, voor welke zaak verdachte ten tijde van deze zaak in een schorsing van de voorlopige hechtenis liep.

Verder heeft de rechtbank kennis genomen van het rapport van Reclassering Nederland van 9 oktober 2023, opgemaakt door mevrouw [persoon 1] , reclasseringswerker. Hieruit volgt – kort gezegd – dat het voor de reclassering niet mogelijk is gebleken om een delictanalyse op te stellen en criminogene factoren aan te wijzen. Gelet op het feit dat verdachte zich ontkennend en zwijgend opstelt, ziet de reclassering geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico’s op herhaling te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen.

Strafoplegging

Om te bevorderen dat landelijk door rechtbanken voor dezelfde feiten ongeveer dezelfde straffen worden opgelegd, zijn door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) oriëntatiepunten opgesteld. De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf voor de bewezen verklaarde feiten gekeken naar deze oriëntatiepunten. Voor het aanwezig hebben van harddrugs tussen de 2000 en 3000 gram is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden en bij 3000 en 4000 gram is het uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden. Gezien de aangetroffen hoeveelheid van 3098 gram methafmetamine, zal het hof bij de duur van de op te leggen straf aansluiting zoeken bij het eerst genoemde uitgangspunt. Echter, houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met de omstandigheid dat verdachte tijdens het plegen van het strafbare feit in deze zaak in een schorsing liep ter zake een verdenking van de Opiumwet. Gelet op het voorgaande vindt de rechtbank een gevangenisstraf van tien maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden.

8. Beslag

Onder verdachte zijn, blijkens de beslaglijst van 28 november 2023, de volgende voorwerpen in beslag genomen:

Teruggave aan verdachte

De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van het onder 1 genoemde voorwerp.

Onttrekking aan het verkeer

Omdat met betrekking tot de onder 4, 8 tot en met 20, 22 en 23 genoemde voorwerpen het bewezen geachte is begaan en zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Omdat de onder 2, 3 en 21 genoemde voorwerpen zijn aangetroffen in het onderzoek naar het misdrijf waarvan verdachte wordt verdacht, terwijl deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan van een soortgelijk misdrijf en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang worden deze voorwerpen onttrokken aan het verkeer.

Ten aanzien van de onder 5, 6 en 7 genoemde voorwerpen (het vuurwapen, de patroonhouder en de munitie) overweegt de rechtbank als volgt. Onttrekking aan het verkeer van inbeslaggenomen voorwerpen is mogelijk in geval van vrijspraak van de verdachte. Wel zal bij rechterlijke uitspraak moeten worden vastgesteld dat een strafbaar feit is begaan. De rechtbank stelt vast dat uit het dossier volgt dat een ander dan verdachte, het wapen voorhanden heeft gehad. Deze medeverdachte is gehoord bij de politie en heeft verklaard dat hij het wapen heeft vastgehouden.

De onder 5, 6 en 7 genoemde goederen die onder verdachte in beslag zijn genomen, dienen te worden onttrokken aan het verkeer en zijn daarvoor vatbaar, aangezien deze voorwerpen zijn aangetroffen in het onderzoek naar de misdrijven waarvan verdachte wordt verdacht, terwijl deze voorwerpen kunnen dien tot het begaan van soortgelijke misdrijven en het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36b, 36c, 36d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet

gegeven verbod

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

1265 EUR - IBG: 14-07-2023 (Omschrijving: PL1300-2023158426-G6367653).

Verklaart onttrokken aan het verkeer:

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.W. van der Linden, voorzitter,

mrs. P.P.C.M. Waarts en M. Wiewel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.S. Eisses, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 januari 2024.

[...]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.W. van der Linden

Griffier

  • mr. L.S. Eisses

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?