ECLI:NL:RBAMS:2024:6905

ECLI:NL:RBAMS:2024:6905, Rechtbank Amsterdam, 07-11-2024, 13-224446-24

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 07-11-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13-224446-24
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0016664 CELEX:32000X1218 EU:32000X1218

Samenvatting

Vervolgings-EAB uit Frankrijk. Artikel 2 OLW: genoegzaamheidsverweer verworpen. Beroep op terugkeergarantie. Franse detentieomstandigheden: detentiegarantie. Overlevering toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-224446-24

Datum uitspraak: 7 november 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 29 augustus 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 5 juli 2024 door the (Deputy) Public Prosecutor, Judicial Court in Carpentras, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Vietnam) op [geboortedag] 1973,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres] ,

gedetineerd in [detentieplaats] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 24 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort en door een tolk in de Vietnamese taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrest warrant issued by Ms Clémence BESNIER, Judge attached to the First President of the Court of Appeals of Nîmes, based at Judicial Court of Carpentras, parquet no. 22139000007 / Investigation file no. JICABJI 122000009/ IDJ no 2201319451J.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.

Genoegzaamheid

Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB niet genoegzaam is, omdat – kortgezegd – niet is gebleken welke mate van betrokkenheid de opgeëiste persoon heeft gehad.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is, nu de datum, plaats, feitomschrijving en de mate van betrokkenheid, namelijk die van (mede)dader, zijn vermeld.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.

In deze zaak is het volgende van belang.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een genoegzaam EAB. Uit de feitomschrijving volgen de pleegplaats, pleegdatum, de rol van de opgeëiste persoon en de beschrijving van het feit. – In het A-formulier, behorende bij het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon als (mede)dader wordt aangemerkt. Daarbij komt dat sprake is van een vervolgings-EAB, waarbij de overlevering is gevraagd ten behoeve van een nog lopend strafrechtelijk onderzoek. De precieze gang van zaken met betrekking tot het feit waarvan de opgeëiste persoon in Frankrijk wordt verdacht, zal later in Frankrijk moeten blijken. Naar het oordeel van de rechtbank is het specialiteitsbeginsel dan ook voldoende gewaarborgd.

Voor zover door de raadsvrouw is betoogd dat onvoldoende duidelijk is waarop de uitvaardigende justitiële autoriteit de verdenking tegen de opgeëiste persoon baseert, overweegt de rechtbank dat die eis door artikel 2 OLW niet wordt gesteld. Het is ook vaste rechtspraak dat de overleveringsrechter niet in de beoordeling van de gronden van de verdenking treedt.

De rechtbank verwerpt het verweer en ziet geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen.

4. Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 14, te weten:

moord en doodslag, zware mishandeling.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Frankrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5. De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.

De Substitut du procureur de la République bij Tribunal judiciaire de Carpentras, heeft op 14 oktober 2024 de volgende garantie gegeven:

“In the event of a sentence of imprisonment at the end of the investigation, the CARPENTRAS public prosecutor's office, after validation of this position by the competent hierarchy of NIMES public prosecutor's office, will not oppose the execution of his sentence by [opgeëiste persoon] in the NETHERLANDS in accordance with current French and European legislation and in particular the Council Framework Decision of 13 June 2002 on the European arrest warrant and surrender procedures between Member States (2002/584/JHA), on condition that [opgeëiste persoon] is of Dutch nationality, information which we did not have until now.”

Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

6. Artikel 11 OLW: Franse detentieomstandigheden

De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat er voor de detentie-instellingen in Nîmes, Nanterre, Bois-d’Arcy en Metz en voor voorlopig gedetineerden ook de detentie-instellingen Lille-Loos-Sequedin, Montauban en Toulouse een algemeen reëel gevaar bestaat dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest).

In deze zaak hebben de Franse autoriteiten op 9 oktober 2024 de garantie gegeven dat de opgeëiste persoon na overlevering niet in de detentie-instellingen in Nîmes, Nanterre, Bois-d’Arcy of Lille-Loos-Sequedin wordt geplaatst, maar in de gevangenis in Avignon Le Pontet.

Het standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering op grond van artikel 11 OLW moet worden geweigerd, omdat overlevering van de opgeëiste persoon tot een schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) zal leiden. Subsidiair moet de behandeling van de zaak worden aangehouden om een garantie te verkrijgen die het individuele gevaar op schending van fundamentele mensenrechten wegneemt.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg staat. Voor de detentie-instelling Avignon Le Pontet is geen algemeen gevaar aangenomen dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld in de zin van artikel 4 van het Handvest. De opgeëiste persoon zal 3 m2 persoonlijke ruimte tot zijn beschikking hebben, waarbij de overbezetting wordt gecompenseerd met voldoende aanbod buiten de cel. Subsidiair heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat nadere vragen kunnen worden gesteld aan de Franse autoriteiten.

Het oordeel van de rechtbank

Toetsingskader

Voor de beoordeling van de detentieomstandigheden voor voorlopig gedetineerden in de gevangenis van Avignon Le Pontet sluit de rechtbank aan bij een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 oktober 2019. Uit dit arrest volgt onder meer dat wanneer een gedetineerde over minder dan 3 m2 aan persoonlijke ruimte beschikt in een meerpersoonscel, dit een sterk vermoeden van schending van het verbod op een onmenselijke of vernederende behandeling met zich meebrengt. Dit sterke vermoeden van schending van het in artikel 4 Handvest bedoelde verbod kan blijkens het arrest normaliter enkel worden weerlegd indien:

- de persoonlijke ruimte enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate wordt gereduceerd ten opzichte van de minimaal vereiste 3 m2;

- hierbij voldoende bewegingsvrijheid buiten de cel wordt geboden en buiten de cel passende activiteiten worden aangeboden;

- in de inrichting in het algemeen sprake is van decente detentieomstandigheden en de betrokkene niet wordt onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden.

Uit het voornoemde arrest volgt daarnaast dat wanneer een gedetineerde beschikt over een persoonlijke ruimte van 3 à 4 m2 in een meerpersoonscel, geconcludeerd kan worden dat er sprake is van een schending van het in artikel 4 Handvest bedoelde verbod indien het gebrek aan ruimte gepaard gaat met andere slechte materiële detentie-omstandigheden, in het bijzonder het ontbreken van toegang tot een binnenplaats of tot frisse lucht en daglicht, slechte ventilatie, te lage of te hoge binnentemperaturen, gebrek aan privacy op het toilet of slechte sanitaire en hygiënische omstandigheden.

Wanneer een gedetineerde beschikt over meer dan 4 m2 aan persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel en dit aspect van zijn materiële detentieomstandigheden dus geen problemen oplevert, blijven de andere aspecten van deze omstandigheden relevant voor de beoordeling of de detentieomstandigheden van de betreffende gedetineerde adequaat zijn in het licht van artikel 4 Handvest.

Bij de berekening van de beschikbare persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel mag de ruimte die wordt ingenomen door sanitaire voorzieningen niet worden meegerekend.

Toepassing op de onderhavige zaak

Op 9 oktober 2024 hebben de Franse autoriteiten laten weten dat de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd in Avignon Le Pontet. Gelet op het arrest ML hoeft de rechtbank alleen voor deze detentie-instelling de detentieomstandigheden te onderzoeken. Voor deze detentie-instelling heeft de rechtbank geen algemeen gevaar aangenomen. Mede vanwege het voor verschillende detentie-instellingen in Frankrijk reeds aangenomen algemene reële gevaar van onmenselijke en vernederende behandeling – heeft de rechtbank ambtshalve onderzoek gedaan naar de omstandigheden in de gevangenis in Avignon Le Pontet.

De rechtbank stelt op grond van de aanvullende informatie van 16 oktober 2024 van de Franse autoriteiten vast dat elke voorlopig gedetineerde in de detentie-instelling in Avignon Le Pontet de beschikking heeft over meer dan 3 m2 aan persoonlijke leefruimte, wanneer rekening wordt gehouden met de ruimte die de sanitaire voorzieningen innemen.

Uit voornoemde aanvullende informatie blijkt echter wel dat in de gevangenis in Avignon Le Pontet sprake is van een bezettingsgraad van 163,8% waarbij 38 personen op de grond slapen, terwijl uit de gegevens van de Observatoire International des Prisons een bezettingsgraad van 153,5% volgt. Daartegenover staat dat de rechtbank op grond van voornoemde aanvullende informatie verder vast stelt dat voorlopig gehechten tot acht uur per dag buiten hun cel kunnen doorbrengen, afhankelijk van de activiteiten – zoals werk, sociale en culturele activiteiten, opleiding, sport, religieuze dienstenen bezoekruimtes – waaraan zij wensen deel te nemen. De rechtbank stelt verder vast dat zij niet over informatie beschikt waaruit blijkt dat sprake is van andere slechte materiële detentieomstandigheden.

Concluderend is er geen sprake van een algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling voor voorlopig gedetineerden die terecht komen in de detentie-instelling van Avignon Le Pontet. Artikel 11 OLW staat niet aan overlevering in de weg en de rechtbank ziet geen aanleiding om hierover nadere vragen te stellen.

7. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW.

9. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the (Deputy) Public Prosecutor, , Judicial Court in Carpentras, Frankrijk voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. H.H.J. Zevenhuijzen en C.M. Delstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 november 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand