ECLI:NL:RBAMS:2024:8245

ECLI:NL:RBAMS:2024:8245, Rechtbank Amsterdam, 19-12-2024, 13/070844-24

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 19-12-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/070844-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 2 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0016664 CELEX:32000X1218 EU:32000X1218

Samenvatting

EAB Polen; geen gevolg gegeven aan het EAB en de officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard ingevolge artikel 11, eerste lid, OLW in samenhang met artikel 28, derde lid OLW.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/070844-24

Datum uitspraak: 19 december 2024

UITSPRAAK

op de vordering van 10 juni 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 21 september 2023 door the Circuit Court in Kalisz, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] , Polen, op [geboortedag] 1979,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting op 20 augustus 2024

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Malewicz, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering eerst met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, derde lid, OLW en vervolgens met 30 dagen verlengd op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW

Tevens heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak. De rechtbank heeft de (geschorste) gevangenhouding met 30 dagen verlengd op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd in verband met nader onderzoek naar de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon in Polen.

Raadkamer op 25 september 2024

De rechtbank heeft op 25 september 2024 in raadkamer de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW nogmaals met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

Zitting op 30 oktober 2024

De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 30 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW wederom met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de (geschorste) overleveringsdetentie met 30 dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

Tussenuitspraak 13 november 2024

De rechtbank heeft bij uitspraak van 13 november 2024 het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst en de beslissing de beslissing over de overlevering op grond van artikel 11, tweede lid, OLW aangehouden.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en

derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vierde lid. sub c, OLW verlengd met 60 dagen. Ook heeft de rechtbank de gevangenhouding van de opgeëiste persoon op grond

van artikel 27, derde lid, OLW verlengd met 60 dagen.

Zitting op 19 december 2024

De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 19 december 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Tussenuitspraak 13 november 2024

De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 13 november 2024 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van de feiten en over artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU. Hetgeen de rechtbank in deze tussenuitspraak heeft overwogen kan als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4. Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden

De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen ten aanzien van de detentieomstandigheden in de tussenuitspraak van 13 november 2024, waarin een individueel gevaar van schending van de grondrechten wegens de detentieomstandigheden in het Poolse remand regime is vastgesteld. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

In de tussenuitspraak van 13 november 2024 is besloten deze zaak aan te houden op grond van artikel 11, tweede lid, OLW, omdat er een mogelijkheid bestond dat bij wijziging van de omstandigheden het reële gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling alsnog – en binnen afzienbare tijd – kon worden uitgesloten. Die redelijke termijn is bepaald op 30 dagen. Ook is in deze tussenuitspraak overwogen dat als er niet binnen die redelijke termijn informatie zou worden ontvangen waaruit een wijziging van omstandigheden blijkt, er geen gevolg zou worden gegeven aan het EAB op grond van artikel 11, eerste lid, OLW.

Deze termijn is nu verstreken zonder dat er informatie is ontvangen die een wijziging van omstandigheden inhoudt.

Nu geen wijzigingen in de omstandigheden zijn opgetreden en de gestelde redelijke termijn inmiddels is verstreken, zal de rechtbank ingevolge artikel 11, eerste lid, OLW in samenhang met artikel 28, derde lid OLW geen gevolg geven aan het EAB en de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaren, waarmee de overleveringsprocedure wordt beëindigd.

5. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 7 en 11 OLW.

6. Beslissing

De rechtbank

GEEFT GEEN GEVOLG aan het EAB.

VERKLAART de officier van justitie NIET-ONTVANKELIJK in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.

HEFT OP de geschorste overleveringsdetentie.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. R.A. Sipkens, voorzitter,

mrs. J.B. Oreel en H.P. Kijlstra, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 19 december 2024.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand