ECLI:NL:RBAMS:2024:833

ECLI:NL:RBAMS:2024:833, Rechtbank Amsterdam, 08-02-2024, AMS 23/5081

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 08-02-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer AMS 23/5081
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Afwijzing subsidie burgerintiatieven. Het college is niet verplicht te helpen bij het opstellen van een aanvraag. Het college heeft echter wel diverse malen geprobeerd eiser te helpen. Ook heeft het college geen onredelijke eisen gesteld. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , uit Amsterdam, eiser

en

het college van burgemeester en wethouders van gemeente Amsterdam

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvragen om subsidie voor de activiteiten ‘Burgerberaad Venserpolder 2023’ en ‘buurtactiviteiten bewoners Venserpolder’.

2. Eiser beoogt met de eerste activiteit een burgerberaad te organiseren. Het doel van dit beraad is om met betrokken bewoners van Venserpolder projectplannen voor de buurt te schrijven en onderling te toetsen. Met de tweede activiteit wil eiser in contact treden met buurtbewoners om hun belangstelling te polsen voor buurtactiviteiten.

3. Het college heeft deze aanvragen met de besluiten van 21 december 2022 en 16 januari 2023 afgewezen. De eerste aanvraag is afgewezen, omdat de activiteit waarvoor eiser subsidie vroeg, niet past binnen de subsidiabele activiteiten van de subsidieregeling. De tweede aanvraag is afgewezen, omdat de aanvraag niet voldeed aan de regels en omdat onderdelen van de aanvraag personeelskosten bevatten. Met het bestreden besluit van 24 juli 2023 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvragen gebleven.

4. Eiser is tegen het bestreden besluit in beroep gegaan. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

5. De rechtbank heeft het beroep op 22 januari 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van het college.

Toetsingskader

Beoordeling door de rechtbank

6. Het college heeft in beginsel een grote mate van beslissingsruimte bij het al dan niet verlenen van subsidie. Hieraan ligt een politiek-bestuurlijke afweging ten grondslag. De rechtbank kan daarom de weigeringen om subsidie te verlenen alleen terughoudend toetsen.

7. Eiser voert aan dat het college zelf behulpzamer had moeten zijn bij het indienen van zijn aanvragen. Het college schuift de verantwoordelijkheid af naar stichting Venzo, die dan vervolgens gaat bepalen wat eiser in zijn aanvragen kan opnemen. Dat wil eiser niet. Ook stelt het college te hoge eisen aan de (concretisering van de) aanvraag en gaat voorbij aan het feit dat eiser juist mét de bewoners de plannen nader wil vormgeven. In zoverre is het besluit van het college onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig.

8. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat het college niet verplicht is om bij het opstellen van een aanvraag te helpen. Ondanks dat heeft het college uitgebreid toegelicht dat zij diverse malen geprobeerd heeft eiser te helpen om tot een concreter plan te komen waar een passende subsidieregeling voor is. Als eiser hulp wenst bij zijn aanvraag, kan hij daarnaast ook terecht bij bijvoorbeeld stichting Venzo. Ook Venzo stuurt niet op inhoud maar kan een bijdrage leveren aan een kansrijke aanvraag. Verder overweegt de rechtbank dat het college in het contact met eiser duidelijk heeft uitgelegd welke criteria gelden en waar de aanvraag verder aan moet voldoen om kansrijk te zijn. De rechtbank kan het college ook volgen in zijn standpunt dat de aanvragen concreter moeten worden gemaakt. Omdat het over de besteding van gemeenschapsgeld gaat, is het belangrijk om concreet te maken waar het geld aan besteed wordt. Het kan zo zijn dat eiser vindt dat het college ongewenst de richting van de aanvraag wil bepalen, maar in het licht van de eerder genoemde grote mate van beslissingsruimte, is het niet vreemd dat het college aangeeft onder welke voorwaarden de aanvraag kansrijk is en dat een plan wel concreet en uitvoerbaar moet zijn voordat daaraan geld kan worden toegekend. Daarbij heeft het college geen onredelijke eisen gesteld. Eiser kan het daar niet mee eens zijn, maar dat betekent niet dat het bestreden besluit op dit punt onvoldoende gemotiveerd en onzorgvuldig is.

9. Eiser stelt zich op het standpunt dat zijn plan voor een burgerberaad wel binnen de subsidieregeling sociale basis Amsterdam past.

10. Het college heeft toegelicht dat onder deze subsidieregeling concrete activiteiten subsidiabel zijn die zijn gericht op de zelfredzaamheid, ontplooiing en gelijke kansen, met name voor kwetsbare bewoners. Het burgerberaad is geen activiteit die gericht is op het helpen van deze doelgroep.

11. De rechtbank kan de redenering van het college volgen. Hoewel een burgerberaad in zekere zin de zelfredzaamheid ook bevordert, omdat hiermee gestimuleerd wordt om voor jezelf op te komen en verantwoordelijkheid te nemen, past het niet bij de doelgroep die beoogd is voor deze subsidieregeling en de concrete activiteiten die op basis van deze regeling voor subsidie in aanmerking komen. Ook deze beroepsgrond slaagt dus niet.

12. Voor zover eiser zich tenslotte op het standpunt stelt dat het bestreden besluit in strijd is met het evenredigheidsbeginsel volgt de rechtbank dit standpunt gelet op voorgaande niet.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C. Loman, voorzitter, en mr. C.J. van Niejenhuis - Baijens en mr. C.M. Delstra, leden, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2024.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.C. Loman
  • mr. C.J. van Niejenhuis - Baijens
  • mr. C.M. Delstra

Griffier

  • mr. M.L. Pijpers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?