beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/746085 – FA RK 24/804
kenmerk: ZM/IND/127027
Afwijzing machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 20 februari 2024 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] (Jamaica),
wonende te [adres] , zorgaanbieder: GGZ inGeest,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C.J. Nierop.
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 5 februari 2024. Verder heeft de gemachtigde van betrokkene voor de zitting nog stukken ingediend.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 20 februari 2024 in het gebouw van de rechtbank. Er is twee keer kortdurend geschorst. Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- dhr. W.Z. van Loosbroek, psychiater;
- mw. [naam] , arts
Verder was er nog een waarnemend verpleegkundige verschenen, maar door betrokkene is voorafgaand aan de behandeling gevraagd of zij de zittingszaal kon verlaten omdat zij hem niet kent of behandelt. Dat heeft zij gedaan op verzoek van de rechter. Het verzoek van betrokkene om ook mevrouw [naam] te laten vertrekken is afgewezen omdat zij betrokken is geweest bij het opstellen van het zorgplan.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
Betrokkene is het niet eens met de zorgmachtiging en de medicatie. Het gaat goed met hem en hij is allang stabiel. Hij ontkent psychoses te hebben gehad. Hoogstens had hij een burn-out. De advocaat van betrokkene heeft primair afwijzing bepleit, omdat er niet is voldaan aan de vereisten voor een zorgmachtiging. Sinds anderhalf jaar is betrokkene stabiel en hebben er geen incidenten meer plaatsgevonden. Volgens de advocaat wordt er in de medische verklaring steeds verwezen naar oude incidenten en wordt er niet gekeken naar de actuele mentale gezondheid van betrokkene. Volgens de advocaat moet de rechter oordelen of er sprake is van een stoornis die een zorgmachtiging rechtvaardigt. Volgens de advocaat is betrokkene momenteel wilsbekwaam en is er geen sprake van levensgevaar of gevaar voor derden. Dit wordt nergens in de medische verklaring onderbouwd of bewezen. Als de zorgmachtiging wordt toegewezen zal dit in strijd zijn met eisen van het EVRM, namelijk dat betrokkene zijn eigen leven in vrijheid moet kunnen inrichten.
De advocaat heeft subsidiair verzocht om de zorgmachtiging te beperken in duur en de vormen van verplichte zorg niet in zijn geheel toe te wijzen.
De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat er sinds de opname in 2022 geen psychoses meer zijn geweest. Volgens de behandelcriteria van de psychiater heeft een betrokkene voor een langere periode verplichte zorg nodig als hij meerdere psychoses heeft gehad. Ingeval van een eenmalige psychose zou volstaan kunnen worden met afbouw medicatie na een jaar. De psychiater heeft aangegeven dat betrokkene in totaal drie psychoses heeft gehad en dat verplichte zorg daarom nog steeds noodzakelijk is. Tot op heden is er weinig contact geweest met betrokkene, waardoor het niet mogelijk is geweest om een gesprek te voeren over de dosering van de medicatie. Het gaat goed met betrokkene, maar een zorgmachtiging is noodzakelijk om de stabiliteit te waarborgen. De psychiater geeft aan het beste met betrokkene voor te hebben en wil voorkomen dat er nogmaals een psychose ontstaat. Hierbij is het innemen van de medicatie erg belangrijk.
De rechtbank wijst het verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging af. Op grond van het dossier, de medische verklaring en hetgeen ter zitting is aangevoerd is er onvoldoende onderbouwd dat er momenteel nog steeds sprake is van ernstig nadeel dat voortzetting van verplichte zorg rechtvaardigt. Betrokkene is ruim anderhalf jaar stabiel, heeft sedertdien geen psychoses gehad en is niet meer opgenomen geweest. Dit is weliswaar met medicatie en ambulante behandeling maar de vraag is hoe lang op grond van gebeurtenissen in het verleden voortzetting van deze behandeling kan worden afgedwongen. Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake van een grensgeval. Hierdoor is er niet voldaan aan de vereisten van een zorgmachtiging. De rechtbank wil betrokkene wel meegeven dat het belangrijk is om open te blijven staan voor eventuele vrijwillige behandeling en begeleiding en niet zomaar ineens onbegeleid over te gaan tot volledige afbouw van zijn medicatie. Betrokkene neemt te gemakkelijk aan dat hij in het verleden geen psychoses heeft gehad met daarbij katatonie. Blowen kan daarbij ook tot problemen leiden.
3. Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 20 februari 2024 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. M.E.B. Terwee bijgestaan door L.F. Datema als griffier en op 26 februari 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.