RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/715999 / HA ZA 22-293
Vonnis van 3 januari 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BALLAST NEDAM BOUW & ONTWIKKELING SPECIALE PROJECTEN B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaat mr. A. Moret te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DE LELIE VASTGOED B.V.,
gevestigd te Bussum,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
advocaat mr. F.G. Horsting te Amsterdam.
Partijen zullen hierna Ballast Nedam en DLV worden genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure in relatie tot het deskundigenbericht blijkt uit:
- het tussenvonnis van 17 mei 2023 (hierna: het tussenvonnis), waarin onder meer een deskundigenbericht is aangekondigd en partijen in de gelegenheid zijn gesteld zich daarover uit te laten,
- de conclusie na tussenvonnis tevens houdende eiswijziging, incidentele vordering ex artikel 223 Rv van Ballast Nedam,
- de conclusie na tussenvonnis tevens houdende eiswijziging van DLV,
- de e-mail van 14 december 2023 van Ballast Nedam.
Daarnaast zijn er na het tussenvonnis de volgende proceshandelingen verricht die geen betrekking hebben op het deskundigenbericht:
- de rolbeslissing van 23 augustus 2023;
- de antwoordakte in het incident van DLV;
- de antwoordakte eiswijziging van Ballast Nedam;
- de incidentele vordering tevens houdende eiswijziging zijdens DLV.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De verdere beoordeling
in conventie en reconventie
In het tussenvonnis zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de aangekondigde deskundigenrapportage. Partijen hebben daaraan uitvoering gegeven.
Deskundige
Zowel Ballast Nedam als DLV hebben aangegeven dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige en hebben gezamenlijk ir. J.T. Bresters (hierna: ir. Bresters) als deskundige voorgesteld om het aangekondigde deskundigenonderzoek uit te voeren. Ir. Bresters heeft desgevraagd tegenover de rechtbank verklaard dat hij geen persoonlijke of zakelijke banden heeft met één van partijen en dat hij bereid is de benoeming te aanvaarden. Verder heeft hij de kosten van zijn werkzaamheden vooralsnog begroot op in totaal € 46.000,00.
Vragen
Geen van partijen heeft opmerkingen gemaakt over de in het tussenvonnis opgenomen vragen, zodat die vragen aan de deskundige zullen worden voorgelegd.
Hoe nu verder?
In het tussenvonnis is al aangekondigd en toegelicht dat Ballast Nedam het voorschot op de kosten van de deskundige moeten betalen.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.
De rechtbank ziet geen aanleiding om tussentijds hoger beroep van deze tussenbeslissing toe te staan. Zij zal de beslissing over het voorschot ambtshalve uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
3. De beslissing
De rechtbank
in conventie en in reconventie
beveelt een onderzoek door de deskundige voor beantwoording van de vragen opgenomen in het tussenvonnis onder paragraaf 5.16.1,
benoemt tot deskundige:
de heer ir. J.T. Bresters,
verbonden aan advies- en ingenieursbureau Witteveen + Bos,
[adres] ,
telefoon: [telefoonnummer] ,
emailadres: [e-mailadres] ,
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het door de deskundige begrote bedrag van € 46.000,00,
bepaalt dat Ballast Nedam het voorschot dient over te maken binnen twee weken na de datum van de nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
bepaalt dat Ballast Nedam haar procesdossier in afschrift aan de deskundige dient te doen toekomen,
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
wijst de deskundige er op dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl of desgevraagd te verkrijgen bij de griffie),
- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige er op dat:
- uit het schriftelijk bericht moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
bepaalt dat de zaak voor wat betreft het deskundigenbericht op de parkeerrol zal komen van 3 april 2024,
draagt de griffier op de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- indien het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen aan beide zijden op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het deskundigenbericht: voor conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van Ballast Nedam op een termijn van vier weken,
verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. Voetelink, mr. M.R. Jöbsis en mr. R.H.C. Jongeneel, rechters, bijgestaan door mr. P.J. van Vliet, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 januari 2024.