RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/175679-23
Datum uitspraak: 11 juli 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1979,
wonende op het adres [woonadres] ,
hierna: verdachte.
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. N. Levinsohn, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. J.M. Keizer, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
Tot slot heeft de rechtbank kennisgenomen van de verklaring die de getuige [getuige] ter terechtzitting heeft afgelegd.
2. Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort weergegeven – tenlastegelegd dat hij zich in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan:
feit 1
medeplegen van hennepteelt in de periode 2 februari 2023 tot en met 9 februari 2023;
feit 2
medeplegen van diefstal van elektriciteit door middel van braak/verbreking in de periode van 31 december 2019 tot en met 9 februari 2023.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3. Waardering van het bewijs
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 bewezen kan worden, en dat feit 2 voor de periode van 1 mei 2022 tot en met 9 februari 2023 bewezen kan worden.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 1 bewezen kan worden. Feit 2 kan op grond van de getuigenverklaring van [getuige] en de verklaring van verdachte ter terechtzitting voor de periode van 1 juni 2022 tot en met 9 februari 2023 bewezen worden. Hiertoe is aangevoerd dat ongeveer een maand na het vertrek van de ex-vrouw van verdachte het plan is ontstaan voor het installeren van de hennepkwekerij en vervolgens nog een maand nodig is geweest voor het daadwerkelijk instaleren van de kwekerij.
Oordeel van de rechtbank
Feit 1: Telen en bewerken van hennep
Op 9 februari 2023 is de politie binnengetreden in de woning aan de [adres] te Amsterdam waar verdachte op dat moment woonachtig is. In de woning zijn door de verbalisanten in totaal 264 hennepplanten en 270 hennepstekken aangetroffen. Op grond van de verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd, het proces-verbaal van 9 februari 2023 van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] en het proces-verbaal van 9 februari 2023 van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] , acht de rechtbank bewezen dat verdachte in de periode van 2 februari 2023 tot en met 9 februari 2023 hennep heeft geteeld en bewerkt. Verdachte heeft verklaard dat de kwekerij door twee kennissen is opgebouwd en geïnstalleerd, dat zij hem aantekeningen hebben verstrekt waarin stond hoe hij de planten moest verzorgen, dat hij hen een seintje gaf als een bepaald product (de rechtbank begrijpt: groeimiddel) op was waarna zij die producten bij hem brachten en dat de planten werden geknipt zodra de kennis zei dat het klaar was. Ook heeft verdachte verklaard dat hij gedeeld heeft in de opbrengst. Uit deze verklaring leidt de rechtbank af dat verdachte meerdere uitvoeringshandelingen met betrekking tot de kwekerij heeft verricht, namelijk het telen en bewerken, en dat hij dat in ieder geval met de twee kennissen in een voor de bewezenverklaring van medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking heeft gedaan.
Feit 2: Diefstal van elektriciteit
De rechtbank acht de diefstal van de elektriciteit bewezen op grond van de aangifte van [benadeelde partij] , de ter zitting afgelegde verklaring van verdachte en getuige [getuige] , de processen-verbaal van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] van 9 en 10 februari 2023 en het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant 2] van 2 maart 2023.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken omdat de kweekperiode pas is aangevangen op 1 juni 2022, zodat alleen de periode 1 juni 2022 tot en met 9 februari 2023 kan worden bewezen. De rechtbank onderschrijft dit standpunt niet. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de twee kennissen iemand hebben meegenomen die de aanpassingen in de meterkast heeft verricht en dat dit plaatsvond in de periode dat de hennepkwekerij in de woning van verdachte werd geïnstalleerd. Om na te gaan wanneer de diefstal van de elektriciteit is gestart, moet worden vastgesteld in welke periode verdachte is begonnen met de telen van de hennep. Daarover stelt de rechtbank het volgende vast.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de hennepkwekerij ongeveer een maand nadat zijn ex-vrouw op 31 maart 2022 de woning heeft verlaten is geïnstalleerd. Een buurman heeft verklaard dat verdachte in het begin van 2022 bezig was met een verbouwing. Deze verklaring past niet bij de stelling van de verdediging dat het telen en bewerken van hennep is gestart op 1 juni 2022; dat is immers halverwege 2022. In het dossier bevindt zich verder een foto die is gemaakt tijdens de ontmanteling van de hennepkwekerij. Op de foto is een planbord te zien waarop data in mei 2022 worden vermeld ten aanzien van de kweekcyclus. Ook is in de telefoon van verdachte een foto aangetroffen van een vervuilde koolstoffilter, welke foto is gemaakt op 11 mei 2022. De koolstoffilter op de foto komt overeen met de koolstoffilters die in de hennepkwekerij zijn aangetroffen. Uit voornoemde omstandigheden blijkt dat verdachte zich al vóór 1 juni 2022 bezighield met de hennepkwekerij in zijn woning. De rechtbank concludeert hieruit dat verdachte in ieder geval in de periode van 1 mei 2022 tot en met 9 februari 2023 hennep heeft geteeld. Nu de manipulatie aan de elektriciteitstoevoer gelijktijdig met het begin van de kwekerij is aangevangen, acht de rechtbank bewezen dat verdachte in de periode van 1 mei 2022 tot en met 9 februari 2023 elektriciteit van [benadeelde partij] heeft weggenomen om deze wederrechtelijk toe te eigenen. Op grond van de verklaring van verdachte dat een (voor hem onbekende) vierde persoon de aanpassingen in zijn meterkast heeft doorgevoerd om de diefstal van elektriciteit mogelijk te maken, acht de rechtbank bewezen dat ook ten aanzien van dit feit sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking. De diefstal heeft daarom ook in vereniging plaatsgevonden.
4. Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
feit 1
in de periode van 2 februari 2023 tot en met 9 februari 2023 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld en bewerkt, in een pand aan [adres] , een hoeveelheid van in totaal 264 hennepplanten en 270 hennepstekken;
feit 2
in de periode van 1 mei 2022 tot en met 9 februari 2023 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met anderen, elektriciteit, die geheel aan [benadeelde partij] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders die weg te nemen elektriciteit onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
5. Strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6. Strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
7. Motivering van de straffen en maatregelen
Eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft een taakstraf van 150 uren gevorderd, met een vervangende hechtenis van 75 dagen. Daarnaast heeft zij een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden gevorderd, met een proeftijd van twee jaren.
Standpunt van de verdediging
De verdediging heeft de rechtbank verzocht de gevorderde taakstraf te matigen tot een taakstraf van 120 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren, gelet op het feit dat verdachte geen strafblad heeft en gelet op de straffen die doorgaans worden opgelegd voor een hennepkwekerij van een dergelijke omvang, ook als de diefstal van elektriciteit daarbij wordt meegewogen.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen en bewerken van hennep in zijn woning. Daarvoor heeft hij een hennepkwekerij geïnstalleerd in zijn woning. De kwekerij was op bijzonder professionele wijze ingericht en verdachte, die zelf heeft verklaard dat hij dit heeft gedaan omdat hij een schuld had in Spanje, heeft dit kennelijk alleen gedaan vanwege het geld dat hij hieraan kon verdienen. Daarbij weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee dat hij beide feiten in vereniging heeft gepleegd. De softdrug die hennep oplevert kan de volksgezondheid schaden. Daarbij werkt de handel in deze middelen ook verschillende vormen van criminaliteit in de hand. Bovendien heeft verdachte de voor de hennepkwekerij benodigde elektriciteit gestolen door middel van een illegale elektriciteitsaansluiting. Hierdoor heeft het energiebedrijf schade opgelopen. Bovendien, en dat is nog ernstiger, kunnen dergelijke niet professioneel aangelegde elektrische installaties (brand)gevaarlijke situaties opleveren. In dit geval bevond de kwekerij zich in een woning met een naastgelegen bewoonde woning. De rechtbank vindt dit twee ernstige feiten en neemt verdachte dit ook kwalijk.
De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) gaan voor een hennepkwekerij van 100 tot 500 planten uit van een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand. Verdachte had een kwekerij met 264 planten (en 270 hennepstekken). Aangezien verdachte daarnaast ook elektriciteit heeft gestolen, met de daarmee gepaard gaande risico’s van (brand)gevaarlijke situaties, acht de rechtbank, alles afwegend, een taakstraf voor de duur van 150 uren passend en geboden. De rechtbank acht daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren nodig, om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen.
8. Beslag
Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:
1 STK Telefoontoestel (Samsung Galaxy A2 Core) met goednummer [goednummer 1]
1 STK Telefoontoestel (iPhone 11 pro max) met goednummer [goednummer 2]
De voorwerpen behoren aan verdachte toe. Met de Samsung telefoon had verdachte contact met een van de mededaders over de staat van de planten en de benodigdheden. Op de iPhone telefoon stonden foto’s van planborden voor het onderhoud van de hennepplanten. Nu met behulp van die voorwerpen het onder feit 1 bewezen geachte is begaan, worden deze voorwerpen verbeurdverklaard.
9. Ten aanzien van de benadeelde partij
De benadeelde partij [benadeelde partij] (hierna: [benadeelde partij] ) vordert € 47.306,65 aan vergoeding van materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.
Nadat de vordering door [benadeelde partij] is ingediend heeft de verdediging verschillende stukken aan de rechtbank doen toekomen, waaronder een verklaring van de ex-vrouw van verdachte, [getuige] . Uit deze stukken blijkt dat [benadeelde partij] de ex-vrouw van verdachte heeft aangesproken terzake dezelfde vordering. Uit die correspondentie volgt dat (een deel van) de schade door zijn ex-vrouw is betaald tegen finale kwijting. De rechtbank heeft nadien geen nadere informatie verkregen in hoeverre deze afwikkeling consequenties heeft voor de (eventuele rest)vordering die [benadeelde partij] (nog) heeft op verdachte. Dit maakt dat de huidige omvang van de vordering niet geheel duidelijk is. Nader onderzoek hiernaar levert een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank verklaart [benadeelde partij] om die reden niet-ontvankelijk in haar vordering.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 57, 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.
11. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
feit 1
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B gegeven verbod;
feit 2
diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.
Veroordeelt verdachte tot een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.
Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Beslag
Verklaart verbeurd:
1 STK Telefoontoestel (Samsung Galaxy A2 Core) met goednummer [goednummer 1]
1 STK Telefoontoestel (iPhone 11 pro max) met goednummer [goednummer 2]
Vordering benadeelde partij
Verklaart [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. A.R.P.J. Davids en E. Biçer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.T. Lo Dico, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 juli 2024.
[… 1]
[… 2].
[… 1]
’.