ECLI:NL:RBAMS:2024:8982

ECLI:NL:RBAMS:2024:8982, Rechtbank Amsterdam, 29-05-2024, 13/040494-24

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 29-05-2024
Datum publicatie 09-12-2025
Zaaknummer 13/040494-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0006297 BWBR0040634

Samenvatting

mishandeling in tram; verminderd toerekeningsvatbaar; gevangenisstraf 3 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk; bijzondere voorwaarden: meldplicht, ambulante behandeling, belegeid wonen/maatschappelijke opvang, dagbesteding; vordering benadeelde partij 1.896,88; opheffing bevel voorlopige hechtenis.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/040494-24

Datum uitspraak: 29 mei 2024

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[de verdachte]

geboren op [geboortedag] 1991 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

verblijvende op het adres [verblijfadres] ,

(Justitieel Complex Zaanstad) hierna: verdachte.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 mei 2024.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. E.M. Meppelink en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. J.R. Mekkes, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich op 4 februari 2024 te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan poging zware mishandeling (primair), dan wel mishandeling (subsidiair) van [aangeefster] (hierna: aangeefster).

De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3. Waardering van het bewijs

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat bewezen kan worden dat verdachte heeft geprobeerd aangeefster zwaar te mishandelen, gelet op de aangifte, de getuigen verklaringen en de verklaring van verdachte ter zitting. De officier van justitie stelt dat niet kan worden bewezen dat verdachte aangeefster heeft geschopt en verzoekt de rechtbank om verdachte hiervoor partieel vrij te spreken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank

Vrijspraak poging tot zware mishandeling (primair)

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit niet bewezen.

Voor een bewezenverklaring van poging tot zware mishandeling is vereist dat sprake is geweest van een aanmerkelijke kans dat aangeefster ten gevolge van de handelingen van verdachte zwaar lichamelijk letsel zou oplopen en dat verdachte deze kans heeft aanvaard. Daarvoor is nodig dat de geweldshandelingen die verdachte jegens aangeefster heeft gepleegd van een dusdanige aard en impact waren dat hierdoor voorzienbaar zwaar letsel zou kunnen ontstaan bij aangeefster.

Op de beveiligingsbeelden uit de tram is te zien dat verdachte, vrijwel direct nadat aangeefster iets in zijn richting zegt, gaat staan, zich richting aangeefster voorover buigt en zijn rechterarm en hand met snelheid richting het hoofd van aangeefster beweegt. Aangeefster en een getuige hebben verklaard dat verdachte stompte met zijn vuist. Aangeefster heeft verklaard dat ze (hard) is geraakt op haar linker kaak. Verdachte heeft verklaard dat hij aangeefster enkel heeft geduwd.

Op de camerabeelden is niet te zien hoe aangeefster werd geraakt, omdat het lichaam van verdachte het zicht van de camera op het gezicht van aangeefster net op dat moment belemmert. Nu op beelden echter niet is te zien dat verdachte zijn hand tot een vuist had gebald vlak voor het moment dat hij aangeefster raakte en hij dit stellig ontkent, acht de rechtbank niet bewezen dat hij aangeefster heeft gestompt. De rechtbank acht bewezen dat verdachte aangeefster in het gezicht heeft geslagen.

Vervolgens is verdachte achter aangeefster aan gelopen en heeft haar in de rug geduwd, waardoor zij viel en met haar hoofd tegen een paal is terechtgekomen, waardoor zij een wond op haar achterhoofd heeft gekregen. De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte aangeefster heeft geschopt en is doorgegaan met slaan terwijl zij op de grond lag. De rechtbank acht de getuigenverklaringen hierover onvoldoende doorslaggevend nu dit op de beelden niet is te zien en ook door de politie niet is waargenomen.

Met het duwen en het meerdere malen slaan tegen het hoofd en lichaam van aangeefster, is er geen aanmerkelijke kans geweest op zwaar lichamelijk letsel. Daarvoor bestaat onvoldoende duidelijkheid over de kracht waarmee verdachte eiseres heeft geslagen en waarmee zij met haar hoofd tegen de paal is gekomen. Gelet op het voorgaande spreekt de rechtbank verdachte vrij van de onder 1 primair tenlastegelegde poging tot zware mishandeling.

Bewezenverklaring eenvoudige mishandeling (subsidiair)

Gelet op bovenstaande acht de rechtbank wel bewezen dat verdachte aangeefster heeft mishandeld door haar te duwen tegen het lichaam en meerdere malen tegen het lichaam te slaan.

4. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage II vervatte bewijsmiddelen, waarin de redengevende feiten en omstandigheden zijn opgenomen, bewezen dat verdachte:

Ten aanzien van feit 1 subsidiair:

op 4 februari 2024 te Amsterdam [aangeefster] heeft mishandeld door

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

5. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het pro Justitia rapport van 2 mei 2024 van dr. [psychiater 1] , psychiater. De onderzoeker heeft gerapporteerd dat bij verdachte sprake is van schizofrenie. Op het moment van het ten laste gelegde feit was verdachte achterdochtig. Door een verminderd besef van de werkelijkheid kon verdachte zijn gedrag niet goed controleren. De psychiater heeft dan ook geadviseerd om het ten laste gelegde in een sterk verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt de conclusie van de psychiater over en maakt die tot de hare. De rechtbank zal het feit in een verminderde mate aan verdachte toerekenen.

7. Motivering van de straffen en maatregelen

De eis van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 weken met aftrek van voorarrest, waarvan 4 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Daarbij vordert de officier van justitie dat de rechtbank de bijzondere voorwaarden zal opleggen welke de reclassering heeft geadviseerd.

Het strafmaatverweer van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank primair verzocht om bij een veroordeling te volstaan met de oplegging van een taakstraf met een zo laag mogelijk voorwaardelijk strafdeel en de oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Subsidiair heeft de verdediging de rechtbank verzocht te volstaan met een strafoplegging conform het voorarrest.

Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon en de draagkracht van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling. Door zijn handelen heeft verdachte het slachtoffer in haar lichamelijke integriteit aangetast en heeft zij pijn en letsel ondervonden. Het slachtoffer is in de tram, nadat zij een vriendelijke opmerking naar een haar onbekende medepassagier maakte, direct door die medepassagier (zijnde verdachte) aangevallen en is door hem geslagen, achtervolgd, geduwd en ten val gekomen. Het slachtoffer heeft hierdoor vervelend letsel opgelopen. Daarnaast heeft het feit, zo blijkt uit de documenten die door het slachtoffer zijn overgelegd, een enorme psychische impact op haar gehad. Op de beelden heeft de rechtbank ook kunnen zien hoe beangstigend het optreden van verdachte jegens het slachtoffer moet zijn geweest. Te zien is hoe verdachte opeens gaat staan en het slachtoffer slaat, hoe ze probeert weg te komen van de veel grotere en zichtbaar erg boze verdachte, en zich angstig tussen de zitplaatsen in de coupé van de nog rijdende tram door beweegt.

Het handelen van verdachte heeft ook een aanzienlijke impact gehad op de medepassagiers van de tram, voor wie de geweldshandelingen van verdachte eveneens bijzonder beangstigend moeten zijn geweest.

Verdachte is onderzocht door psychiater [psychiater 1] . In het rapport van 2 mei 2024 van het psychiatrisch onderzoek van de psychiater staat onder meer het volgende:

In diagnostisch opzicht is er bij betrokkene sprake van een ongespecificeerde schizofreniespectrum schizofrenie spectrum stoornis. Hij komt al jaren overdag tot heel weinig. Hij is niet actief op zoek naar werk of daginvulling, hij heeft wel plannen voor een eigen bedrijf, maar dat komt niet goed van de grond. Betrokkene is rustig en meestal niet (overduidelijk) verward. Er worden geen aanwijzingen gevonden voor een persoonlijkheidsstoornis.

Betrokkene was door zijn schizofrenie achterdochtig. Aangeefster kwam voor hem

bedreigend over. Hij had een verminderd besef van de werkelijkheid en hij kon zijn gedrag niet goed controleren. Er was echter geen sprake van (opdrachtgevende) hallucinaties of een duidelijke paranoïde waan gericht op aangeefster.

Indien het ten laste gelegde feit bewezen wordt verklaard, wordt daarom geadviseerd om dit in een (sterk) verminderde mate toe te rekenen aan betrokkene.

Betrokkene werd ambulant psychiatrisch behandeld en begeleid door het FACT team van Mentrum. Deze begeleiding, in een vrijwillig kader, verliep goed, hoewel er niet veel eisen aan betrokkene werden gesteld. Betrokkene heeft echt een wat meer gestructureerde behandeling nodig, waarin hij verplicht wordt om (antipsychotische) medicatie in te nemen, een daginvulling en activiteiten te ontplooien en meer openheid over zijn emoties te geven. Er is inmiddels (opnieuw) een zorgmachtiging aangevraagd door psychiater [psychiater 2] . Hij zou hiermee kunnen worden opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Het beleid qua medicatie, therapie, daginvulling en verblijfplaats zou vervolgens aan de hand van het beloop kunnen worden bepaald. Geadviseerd wordt om betrokkene de bovengenoemde behandeling tevens op te leggen als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel. Op die manier kan Reclassering toezicht houden op betrokkene en zijn behandeling.

De rechtbank neemt de conclusies en aanbevelingen van de psychiater over en maakt die tot de hare.

Uit het rapport van de reclassering Nederland van 14 mei 2024 blijkt onder meer het volgende:

De reclassering concludeert dat er sprake is van een gemiddeld risico op recidive en letsel. Naar mening van de reclassering wordt dit risico sterkt beïnvloed door het al dan niet innemen van medicatie door verdachte.

De reclassering adviseert om verdachte bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met -kort weergegeven- de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen:

• Meldplicht bij reclassering

• Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)

• Begeleid wonen of maatschappelijke opvang

• Dagbesteding

De rechtbank neemt de conclusie en het advies van de reclassering over.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf rekening gehouden met de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bij het opleggen van de straf houdt de rechtbank in straf verminderende zin rekening met de (sterk) verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van het door hem gepleegde feit. Bij volledige toerekeningsvatbaarheid had de rechtbank zonder meer een aanzienlijk hogere gevangenisstraf opgelegd dan zij nu doet.

Verder weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee dat hij zich op zitting schuldbewust heeft getoond en zijn verantwoordelijkheid heeft genomen. De rechtbank acht het geloofwaardig dat verdachte, zoals hij ook ter terechtzitting heeft aangegeven, het erg vervelend vindt hoe hij naar het slachtoffer heeft gereageerd en dat zij daardoor letsel heeft opgelopen.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf heeft de rechtbank eveneens rekening gehouden met de omstandigheid dat ten aanzien van verdachte een zorgmachtiging op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg (Wfz) is verleend, in de zaak met rekestnummer 24/3034, welk rekest tegelijkertijd met de onderhavige strafzaak is behandeld.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden en het feit dat de rechtbank minder bewezen acht dan de officier van justitie, aanleiding bestaat bij de straftoemeting aanzienlijk af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van drie weken waarvan twee weken voorwaardelijk passend en geboden. Daarbij legt de rechtbank de bijzondere voorwaarden op zoals geadviseerd door de reclassering, namelijk een meldplicht, ambulante behandeling (met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname), begeleid wonen of maatschappelijke opvang en dagbesteding. De rechtbank acht de voorwaardelijke gevangenisstraf en de daaraan verbonden bijzondere voorwaarden in het belang van de maatschappij ter voorkoming van recidive en tevens in het belang van de ontwikkeling van verdachte.

8. De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [aangeefster] vordert € 8.102,52 aan vergoeding van materiële schade en

€ 3.200,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van [aangeefster] op het standpunt gesteld dat, gelet op de onderbouwing van de geleden schade, de gehele vordering kan worden toegewezen.

De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De vordering is te uitgebreid, complex en pas twee dagen voor de zitting aangeleverd. Het zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren om na te gaan welke posten al dan niet toegewezen zouden moeten worden.

Subsidiair stelt de verdediging zich op het standpunt dat de vordering gematigd dient te worden en zij voert daartoe het volgende aan. Ten aanzien van de telefoon en de schoenen is niet in de aangifte verklaard dat die kapot zijn gegaan door de mishandeling. De kaartjes voor de Zandvoort Light walk hadden doorverkocht kunnen worden en bij toewijzing kan alleen het kaartje van benadeelde worden teruggevorderd. Ten aanzien van het eigen risico is onduidelijk waar de post van € 40,45 op ziet. De post ten aanzien van de fysiotherapie is te complex en betreft bovendien een toekomstige post. Subsidiair dient de post flink te worden gematigd. De gevorderde post huishoudelijke hulp is niet onderbouwd en dit betreft eveneens - deels - toekomstige kosten. Ten aanzien van het onderhoud van de tuin is geen sprake van rechtstreekse schade. Van de reiskosten is niet duidelijk geworden om welke kosten het gaat en welk verband deze houden met het feit. Ten aanzien van de gevorderde smartengeld verzoekt de verdediging ten slotte aan te sluiten bij jurisprudentie in vergelijkbare zaken en deze te matigen tot een bedrag van € 1.250,-.

De rechtbank beoordeelt de gevorderde schadevergoeding als volgt.

Het door de benadeelde partij gevorderde bedrag van € 237,88 aan gemiste yogalessen, schaatsabonnement, stomen van de jas, medicatie en oorbellen zullen als niet betwist worden toegewezen, nu dit bedrag de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor komt.

De gemaakt kosten voor de telefoon en de schoenen zijn onvoldoende onderbouwd en komen ook niet terug in de aangifte. Deze onderdelen van de vordering worden daarom niet-ontvankelijk verklaard.

De post voor het ticket voor de Zandvoort Light walk wordt toegewezen voor het bedrag van één ticket en voor het overige afgewezen.

De kosten van het eigen risico worden, gelet op de verwachte behandelingen, toegewezen.

De kosten voor fysiotherapie betreffen een dusdanige uitgebreide en bovendien toekomstige post dat het een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren om na te gaan of, en in welke mate, die toegewezen zou moeten worden. Ook dit onderdeel wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard. Hetzelfde geldt voor de posten ten aanzien van de huishoudelijke hulp en de tuinman en ook deze onderdelen worden daarom niet-ontvankelijk verklaard.

De gevorderde reiskosten zijn onvoldoende onderbouwd en worden om die reden niet-ontvankelijk verklaard.

Het gevorderde smartengeld zal de rechtbank, met inachtneming van wat in vergelijkbare zaken wordt toegewezen, toewijzen tot een bedrag van € 1.250,-. De rechtbank zal de immateriële vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaren. Mocht in de toekomst blijken dat de benadeelde partij nog meer schade heeft opgelopen, dan kan zij een civiele vordering indienen.

In totaal zal aan de benadeelde partij [aangeefster] een bedrag van € 646,88 aan materiële schade en een bedrag van € 1.250,- aan immateriële schade worden toegewezen. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 4 februari 2024 en legt daarbij de schadevergoedingsmaatregel op. Voor het overige zal de benadeelde partij deels niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en wordt de vordering deels afgewezen.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 300 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [de verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) weken.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Bepaalt dat een gedeelte, groot 2 (twee) weken, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaar vast.

Stelt als algemene voorwaarden dat veroordeelde:

 zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

 medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht. De tenuitvoerlegging kan ook worden gelast als de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

Meldplicht bij reclassering

Veroordeelde meldt zich bij Reclassering Nederland te Amsterdam, Wibautstraat 12 . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.

Ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname)

Veroordeelde laat zich behandelen door het Fact-team IJburg of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt.

Bij verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een indicatiestelling

aanvragen voor een kortdurende opname voor crisisbehandeling en stabilisatie. Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt.

Begeleid wonen of maatschappelijke opvang

Veroordeelde verblijft in [instelling] of een andere instelling voor beschermd wonen of

maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld.

Dagbesteding

Veroordeelde spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur.

Vordering benadeelde partij [aangeefster]

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangeefster] toe tot een bedrag van € 646,88 (zeshonderdzesenveertig euro en achtentachtig cent) aan vergoeding van materiële schade en € 1.250,00 (duizend tweehonderdvijftig euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (4 februari 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [aangeefster] .

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige, deels niet-ontvankelijk is in haar vordering, en haar vordering deels wordt afgewezen.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [aangeefster] aan de Staat € 1.896,88 (duizend achthonderdzesennegentig euro en achtentachtig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (4 februari 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 28 dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis per 16 mei 2024 om 9:00 uur.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.A.E. Somsen, voorzitter,

mrs. S.F. van Merwijk en B.C. Langendoen, rechters,

in tegenwoordigheid van mrs. K. Buiskool en R.T. Lo Dico, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 mei 2024.

[…]

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M.A.E. Somsen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?