RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Parketnummer: 13.101696.24
[verdachte]
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13.101696.24
Datum uitspraak: 03 september 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 augustus 2022.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. C.R. Zetsma en van wat mevrouw [naam] van Slachtofferhulp Nederland namens de benadeelde partij [benadeelde partij] naar voren heeft gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – tenlastegelegd dat hij zich op 28 mei 2022 heeft schuldig gemaakt aan:
feit 1
feit 2: diefstal van een telefoon en/of een armband.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3. Waardering van het bewijs
De rechtbank is van oordeel – met de officier van justitie – dat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair en subsidiair en onder 2 tenlastegelegde feiten. Wel kan op basis van de bewijsmiddelen die in bijlage II zijn opgenomen het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde feit worden bewezen. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Ten aanzien van feit 1
Aangeefster heeft verklaard dat op 28 mei 2022 een onbekende man haar klem heeft geduwd en vervolgens haar borsten, schaamlippen en vagina heeft betast. Op de rand van de onderbroek van aangeefster en op haar grote schaamlippen en venusheuvel is een enkelvoudig Y-chromosomaal DNA-profiel aangetroffen dat overeenkomt met het DNA-profiel van verdachte. Het DNA-profiel is 95.000 keer waarschijnlijker wanneer – kort gezegd – verdachte of een andere man in de mannelijke lijn van verdachte de donor is dan wanneer een willekeurige – niet aan verdachte verwante - man de donor is. De rechtbank concludeert hieruit, met inachtneming van het gegeven dat aangeefster in het bezit was van de telefoon van verdachte die zij van hem had afgepakt, dat het aangetroffen DNA-profiel van verdachte is.
Aan verdachte is primair tenlastegelegd dat hij aangeefster heeft verkracht door met zijn vinger bij de vagina van aangeefster naar binnen te gaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit echter niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld. Aangeefster was erg dronken en heeft hierover wisselend verklaard. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt weliswaar dat ook met de vinger tussen de schaamlippen gaan als ‘binnendringen’ kan worden beschouwd. Echter, waar op de schaamlippen van aangeefster DNA van verdachte is aangetroffen, meer specifiek, of het DNA op of tussen de schaamlippen van aangeefster is aangetroffen, blijkt niet uit het DNA-rapport. Het dossier bevat ook geen ander bewijs op basis waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte met zijn vinger bij aangeefster naar binnen is gegaan. Er kan dan ook niet worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde verkrachting dan wel aan het subsidiair tenlastegelegde seksueel binnendringen van een onmachtige persoon. Verdachte zal van die feiten worden vrijgesproken.
Wel kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan aanranding van aangeefster (meer subsidiair).
Ten aanzien van feit 2
De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte de telefoon en armband van aangeefster heeft gestolen. Aangeefster heeft dit verklaard, maar haar verklaring wordt niet ondersteund door andere bewijsmiddelen. Daarmee blijft de mogelijkheid open dat aangeefster op een andere wijze haar telefoon en armband is kwijtgeraakt. Verdachte zal dan ook van dit feit worden vrijgesproken.
4. Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte
op 28 mei 2022 te Amsterdam, door een feitelijkheid [benadeelde partij] heeft gedwongen tot het dulden van een of meer ontuchtige handelingen bestaande uit het meermalen,
- betasten van de borsten van die [benadeelde partij] en
- vervolgens het stoppen van een hand van die [benadeelde partij] in zijn, verdachtes, broek, en
- vervolgens het betasten van de vagina en schaamlippen van die [benadeelde partij] ,
en bestaande die feitelijkheden uit:
- het klem duwen van die [benadeelde partij] , en
- het trachten de broek van die Schuit uit te trekken, en
- het vastpakken van een hand van die [benadeelde partij] , en
- het onverhoeds betasten/strelen van de borsten en schaamlippen en vagina van die [benadeelde partij] .
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
5. De strafbaarheid van het feit
Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
6. De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
7. Motivering van de straf
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem onder 1 meer subsidiair bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden.
Het standpunt van de verdediging
Verdachte is niet ter terechtzitting verschenen. Ook is er geen advocaat verschenen die namens verdachte de verdediging heeft gevoerd. Er is dan ook geen strafmaatverweer gevoerd.
Het oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.
De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding. Het slachtoffer was op dat moment op zoek naar haar fiets nadat zij met de trein op het treinstation was aangekomen. Verdachte heeft het slachtoffer klem geduwd en vervolgens haar borsten, schaamlippen en vagina betast. Hiermee heeft verdachte respectloos gehandeld jegens het slachtoffer en haar recht op lichamelijke integriteit ondergeschikt gemaakt aan zijn eigen behoeften. Verdachte heeft geen rekening gehouden met de impact die dit op haar heeft gehad. Deze impact blijkt ook uit de toelichting die het slachtoffer heeft gegeven op de door haar gevorderde schadevergoeding.
Bij het bepalen van de op te leggen straf houdt de rechtbank er in het nadeel van verdachte rekening mee dat de aanranding heeft plaatsgevonden in de nachtelijk uren en dat het slachtoffer zich op dat moment in een kwetsbare positie bevond. Blijkens getuigenverklaringen was het slachtoffer immers zichtbaar dronken en kwam zij verward over.
Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden een passende straf is.
8. Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partij [benadeelde partij] vordert € 2.115,00 aan vergoeding van materiële schade en € 8.000,00 aan vergoeding van immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente.
Materiële schade
Omdat niet kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal van de armband van de benadeelde partij en verdachte om die reden van feit 2 zal worden vrijgesproken, is niet komen vast te staan dat de materiële schade waarvan vergoeding wordt gevraagd – te weten de nieuwprijs van de armband – rechtstreeks verband houdt met een door verdachte gepleegd strafbaar feit.
Immateriële schade
De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij door het onder 1 meer subsidiair bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade heeft geleden, die op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek voor vergoeding in aanmerking komt. Door het bewezenverklaarde is er een ernstige inbreuk gepleegd op haar lichamelijke integriteit. De gebeurtenis heeft een grote impact op de benadeelde partij gehad. Zo durfde zij lange tijd niet meer ’s avonds alleen de straat op en is zij haar onbevangenheid kwijt. Hoewel op basis van de ingediende schadevordering niet naar objectieve maatstaven kan worden vastgesteld dat er bij de benadeelde sprake is van geestelijk letsel, is de rechtbank van oordeel dat de aard en ernst van de normschending in de omstandigheden van dit geval meebrengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon op andere wijze kan worden aangenomen. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen, aangezien verdachte jegens het slachtoffer [benadeelde partij] , naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 meer subsidiair bewezen geachte feit is toegebracht. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 2.000,00.
Kosten
Voorts dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.
9. Beslag
Tijdens het onderzoek is een telefoon van verdachte in beslag genomen (goednummer: PL1300-2022108747-6211740). Deze telefoon dient te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.
10. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f en 246 van het Wetboek van Strafrecht.
11. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde en het onder 2 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
feitelijke aanranding van de eerbaarheid;
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 5 (vijf) maanden.
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van een telefoon (goednummer: PL1300-2022108747-6211740);
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij] toe tot een bedrag van
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 28 mei 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.
Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij] aan de Staat
€ 2.000,00 (tweeduizend euro) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 28 mei 2022 tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen. De toepassing van die gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.
.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. K.A. Brunner en A.B. Sluijs, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.D. Riggelink, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 september 2024.