RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10775109 \ CV EXPL 23-14079
Vonnis van 6 augustus 2024
in de zaak van
NAIM AGENCY B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eisende partij in conventie,
gedaagde partij in reconventie,
hierna te noemen: NAIM,
gemachtigde: mr. J.M. Wolfs,
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
FURNITEX GMBH,
gevestigd te Westerstede in Duitsland,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Furnitex,
procederend in persoon (voorheen gemachtigde Hogan Lovells International LLP).
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 januari 2024, - de wijziging van eis in conventie tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie, met producties,
- de rolmededeling van 3 april 2024,
- de e-mail van 4 juni 2024 waarbij de toenmalige gemachtigde van Furnitex zich heeft onttrokken,
- de e-mail van 17 juni 2024 waarin Furnitex de kantonrechter heeft geinformeerd dat zij doende is een faillissementsaanvraag op te stellen,
- de mondelinge behandeling van 18 juni 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Namens NAIM zijn de heer [naam 1] en mevrouw [naam 2] (middellijk bestuurders) verschenen. Furnitex is niet verschenen. NAIM heeft ter zitting haar standpunt toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Furnitex is een Duits modebedrijf dat onder meer dameskleding onder het merk Fassbender op de markt brengt. NAIM is een Nederlandse onderneming die als agent voor verschillende internationale modemerken werkzaam is.
Op 1 november 2021 hebben partijen een overeenkomst (“Independent Sales Agent Agreement”) gesloten. Daarin is NAIM benoemd als exclusief agent voor Furnitex in de Benelux en is afgesproken dat Furnitex, naast de commissie over verkooporders die door bemiddeling van NAIM tot stand gekomen zijn, maandelijks een vast bedrag van € 1.350,00 aan NAIM zal betalen voor marketingdiensten. Onderdeel van de overeenkomst zijn de door NAIM gehanteerde algemene voorwaarden (“General Terms and Conditions of NAIM Agency B.V.”).
In artikel 6.1 van de overeenkomst is bepaald dat de overeenkomst voor 12 maanden is aangegaan en steeds met 12 maanden wordt verlengd, tenzij de overeenkomst is opgezegd. In artikel 6.3 is bepaald dat partijen de overeenkomst na verloop van 12 maanden mogen beëindigen, met inachtneming van een opzegtermijn van 6 maanden.
Met ingang van november 2022 zijn de maandelijkse facturen voor marketingdiensten onbetaald gebleven.
NAIM heeft Furnitex herhaaldelijk aangesproken op het uitblijven van betaling van de openstaande facturen. Per e-mail van 2 maart 2023 heeft Furnitex in reactie daarop aangegeven: “50% on Friday/Monday. Rest about one week later!”
Op 19 april 2023 heeft de (toenmalige) gemachtigde van NAIM een sommatie verzonden. Daarop is geen reactie gekomen. Op 26 juni 2023 heeft de gemachtigde van NAIM per aangetekende brief en e-mail een laatste sommatie verzonden en een gerechtelijke procedure aangekondigd.
3. Het geschil
In conventie
NAIM vordert, na wijziging van eis, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, kort samengevat:
in het incident ex artikel 223 Rv
( i) Furnitex te veroordelen om een bedrag van € 6.874,35 te betalen, vermeerderd met de contractuele rente, dan welde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten vanaf 10 dagen na datum factuur , althans vervaldatum factuur, althans datum dagvaarding tot de dag der algehele vergoeding;
in de hoofdzaak
(ii) Furnitex te veroordelen primair om een bedrag van € 20.250,00 te betalen ter zake niet betaalde maandelijkse vergoedingen en een bedrag van € 124,35 ter zake van een openstaande factuur (Karla Otto), te vermeerderen met € 1.350,00 per maand vanaf 1 april 2024 tot aan de dag dat de overeenkomst eindigt, subsidiair een totaalbedrag van
€ 20.374,35, tot de dag der algehele vergoeding te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand vanaf 10 dagen na datum factuur, althans vervaldatum factuur, althans datum dagvaarding, dan wel te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, althans wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 3.056,15, te vermeerderen met de wettelijke rente;
(iii) Furnitex te veroordelen tot het binnen 7 dagen overleggen van de maandelijkse verkoopoverzichten als bedoeld in artikel 3.6 van de overeenkomst, op straffe van een dwangsom;
(iv) Furnitex te veroordelen tot het binnen 7 dagen overleggen van de maandelijkse internet-verkoopoverzichten als bedoeld in de artikelen 2.5 jo. 3.4.4. jo. 3.6 van de overeenkomst, op straffe van een dwangsom;
te verklaren voor recht dat Furnitex artikel 4 van de algemene voorwaarden heeft geschonden en daarmee steeds een boete van € 10.000,00 heeft verbeurd:
( v) door het niet nakomen van betalingsverplichtingen;
(vi) door het aanzetten van een samenwerking met een influencer aangedragen door NAIM maar buiten NAIM om;
(vii) door het niet tijdig verstrekken van de SS23-collectie aan NAIM;
(viii) vanwege het niet verstrekt houden van de AW23-collectie en het niet verstrekken van de AW23-marketingmaterialen aan NAIM;
(ix) vanwege het niet (maandelijks) verstrekken van verkoopoverzichten aan NAIM;
( x) vanwege het niet betalen van althans niet verstrekken van overzichten van de internetverkopen aan NAIM;
met veroordeling van Furnitex in de kosten van de procedure.
Furnitex voert verweer. Furnitex concludeert tot afwijzing van de vorderingen van NAIM in het incident en in de hoofdzaak, althans tot matiging daarvan.
In reconventie
Furnitex vordert, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, kort samengevat:
( a) de overeenkomst te vernietigen op grond van bedrog (artikel 3:44 BW) dan wel op grond van dwaling (artikel 6:228 BW);
( b) NAIM te veroordelen om binnen 14 dagen een bedrag van € 14.850,00 te betalen, zijnde alle tot dusver door Furnitex aan NAIM betaalde bedragen, te vermeerderen met wettelijke rente;
met veroordeling van NAIM in de kosten van de procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Bevoegdheid
In artikel 11.1 van de overeenkomst is een exclusieve forumkeuze voor de bevoegde rechter in Amsterdam gemaakt. Omdat sprake is van een agentuurovereenkomst, is de kantonrechter bevoegd.
Conventie en reconventie
De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Duur van de overeenkomst
NAIM heeft onweersproken gesteld dat de overeenkomst door Furnitex nooit is opgezegd en dat tot de datum 5 januari 2024 waarop de conclusie van antwoord is ingediend de verschuldigdheid van de maandelijkse vergoeding voor marketingdiensten nooit door Furnitex is betwist. Dat de overeenkomst is opgezegd is ook niet uit de stukken gebleken, en in de e-mail van 2 maart 2023 heeft Furnitex aan NAIM bevestigd dat de op dat moment openstaande facturen betaald zouden worden.
Bij conclusie van antwoord op 5 januari 2024 heeft Furnitex de nietigheid van de overeenkomst ingeroepen, primair op grond van bedrog en subsidiair op grond van dwaling. De kantonrechter is van oordeel dat dit beroep op nietigheid, als het niet zou slagen, als een opzegging te beschouwen is. Dit betekent dat de kantonrechter er, gelet op de opzegtermijn van zes maanden, in elk geval van uit zal gaan dat de overeenkomst niet langer doorloopt dan 5 juli 2024.
Bedrog
Artikel 3:44 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een rechtshandeling vernietigbaar is wanneer zij door bedrog is tot stand gekomen, en dat bedrog aanwezig is wanneer iemand een ander tot het verrichten van een bepaalde rechtshandeling beweegt door enige opzettelijk daartoe gedane onjuiste mededeling, door het opzettelijk daartoe verzwijgen van enig feit dat de zwijger verplicht was mede te delen, of door een andere kunstgreep.
Het meest verstrekkende verweer van Furnitex is dat sprake is van bedrog. Daartoe stelt Furnitex, kort samengevat, dat NAIM met betrekking tot het deel van de overeenkomst dat ziet op de levering van marketingdiensten opzettelijk het onjuiste beeld heeft voorgespiegeld dat deze diensten onmisbaar waren om verkoopresultaten in de Benelux te realiseren, om Furnitex daarmee te bewegen dit deel van de overeenkomst aan te gaan. Deze onmisbaarheid bestond niet aangezien de marketing zich weliswaar richtte op de Benelux maar de verkoopstrategie van NAIM gericht was op verkoop buiten de Benelux. Met betrekking tot het agentuurschap stelt Furnitex dat NAIM wist dat de voorgespiegelde verkoopresultaten voor het eerste jaar (tussen de € 350.000 en € 500.000) categorisch onjuist waren. Furnitex stelt dat NAIM op het moment dat zij deze mededeling deed immers al overeenkomsten met meer dan honderd modemerken had gesloten en uitgevoerd die niet succesvol waren en dat NAIM deze mededeling deed om Furnitex daarmee te bewegen de agentuurovereenkomst aan te gaan. De omzet over het eerste jaar bedroeg € 1.083,50. Furnitex stelt, kort gezegd, dat het vaste patroon dat NAIM volgt is dat zij kleine en nieuwe modemerken benadert, daarmee extreem onevenwichtige overeenkomsten aangaat waaraan NAIM zelf veel verdient door de vaste maandelijkse vergoeding die los staat van haar presteren, terwijl zij weet dat die overeenkomsten voor de modemerken geen voordeel zullen opleveren. Furnitex stelt dat NAIM dit werkelijke motief voor het aangaan van de overeenkomst opzettelijk verzwegen heeft. Furnitex heeft ter onderbouwing hiervan een zestal verklaring van andere, volgens deze verklaringen medegedupeerde, internationale modemerken overgelegd.
Een en ander is door NAIM gemotiveerd en onderbouwd weersproken. Zo heeft NAIM stukken overgelegd waaruit volgt dat de Furnitex is bijgestaan door een advocaat bij het aangaan van de overeenkomst en dat is onderhandeld over (een deel van) de inhoud daarvan. NAIM heeft voorts inzichtelijk gemaakt welke diensten zij voor de maandelijkse vergoeding heeft verricht en heeft stukken overgelegd ter onderbouwing daarvan. Ook heeft zij stukken overgelegd die een ander licht werpen op de gang van zaken zoals die door Furnitex is geschetst op basis van de door Furnitex overgelegde stukken. Dat de uiteindelijk gerealiseerde omzet over het eerste jaar € 1.083,50 slechts bedraagt, is volgens NAIM mede te verklaren door de handelwijze van Furnitex, die onder meer collecties niet tijdig beschikbaar had voor verkoop of anderszins niet adequaat reageerde en handelde op verzoek van NAIM en potentiële klanten. Een en ander is met stukken onderbouwd. Dat NAIM een overeenkomst heeft gesloten met het oogmerk om maandelijks een vaste vergoeding te innen in de wetenschap dat Furnitex geen voordeel uit de overeenkomst zou halen en daartoe opzettelijk mededelingen heeft gedaan waarvan NAIM wist dat deze onjuist waren, is dan ook niet aannemelijk.
Door niet te verschijnen op de zitting is hetgeen in de conclusie van antwoord in reconventie is aangevoerd en de toelichting die door NAIM op de zitting is gegeven door Furnitex onweersproken gebleven.
Tegenover de gemotiveerde betwisting heeft Furnitex haar stelling onvoldoende onderbouwd. Aan bewijslevering komt Furnitex dan ook niet toe.
Dwaling
Artikel 6:228 BW bepaalt dat een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, vernietigbaar is indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij of indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten de dwalende had behoren in te lichten.
Subsidiair heeft Furnitex gesteld dat als geen sprake is van bedrog, sprake is van dwaling. Aan dit beroep op dwaling worden dezelfde onjuiste voorstellingen van zaken ten grondslag gelegd die bij het beroep op bedrog zijn genoemd: (a) de noodzakelijkheid van de marketingdiensten, (b) de omzet die Furnitex mocht verwachten uit de samenwerking met NAIM en (c) de werkelijke motieven van NAIM.
Een en ander is door NAIM gemotiveerd en onderbouwd weersproken. Gelet hetgeen hierover met betrekking tot het door Furnitex gesteld bedrog is overwogen, komt de kantonrechter met betrekking tot het beroep op dwaling tot eenzelfde beoordeling.
Maandelijkse vergoedingen en buitengerechtelijke incassokosten (vordering (ii))
Het voorgaande brengt mee dat de vordering tot het betalen van de maandelijkse vergoeding van € 1.350,00 over de periode vanaf 1 november 2022 (tot en met maart 2024 berekend op een bedrag van € 20.250,00) tot 5 juli 2024 toewijsbaar is.
Over de openstaande facturen vordert NAIM primair de in artikel 5.2 van de algemene voorwaarden overeengekomen contractuele rente van 1% per maand vanaf 10 dagen na datum factuur. Daartegen is geen verweer gevoerd. Uit de door NAIM overgelegde facturen volgt dat voor de maandelijkse vergoeding wisselende factuurdata en betalingstermijnen gehanteerd zijn. De contractuele rente zal derhalve worden toegewezen per de datum waarop de betalingstermijn van de desbetreffende facturen verloopt (“due date”).
Tegen de verschuldigdheid van de op grond van de algemene voorwaarden berekende buitengerechtelijke incassokosten (15% van de hoofdsom) is geen verweer gevoerd. In de dagvaarding heeft NAIM gesteld dat voor de daarin gevorderde betaling van openstaande facturen over de periode tot en met juli 2023 (voor een totaal van € 13.624,35), vermeerderd met de contractuele rente tot en met 19 juli 2023 (een bedrag van € 479,80), in totaal een bedrag van € 14.104,15, incassohandelingen zijn verricht, en dat de buitengerechtelijke incassokosten daarover berekend € 2.115,62 bedragen. Dit bedrag en de daarover gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen. Met betrekking tot de later bij eisvermeerdering met de na juli 2023 verschenen maandelijkse termijnen verhoogde vordering is niet gesteld noch gebleken dat met betrekking tot die termijnen incassohandelingen zijn verricht.
Factuur Karla Otto (vordering (ii))
Furnitex betwist bij gebreke van een onderbouwing van vordering (ii) de verschuldigdheid van de betreffende factuur. NAIM heeft nader toegelicht dat deze factuur een spoedverzending op verzoek van Furnitex betreft die op grond van artikel 3.4.2. juncto 3.4.4. van de overeenkomst voor rekening van Furnitex komt. Dit is onweersproken gebleven, waardoor de vordering toewijsbaar is.
Rapportages (vorderingen (iii) en (iv))
Deze vorderingen kunnen als onweersproken worden toegewezen, zoals hierna vermeld. Er bestaat aanleiding de op te leggen dwangsom te matigen en aan een maximum te binden.
Contractuele boetes (vorderingen (v) t/m (x))
Met betrekking tot de vorderingen (v), (vi) en (vii) heeft Furnitex als verweer aangevoerd dat:
a. Furnitex niet in strijd met de betreffende contractuele bepaling heeft gehandeld,
b. de boetebepaling in strijd is met de redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 2 BW),
c. de boetes buitensporig en daarom onaanvaardbaar zijn (artikel 6:94 BW).
De vorderingen (viii), (iv) en (x) zijn door NAIM bij eisvermeerdering ingediend. Hoewel Furnitex niet op de zitting verschenen is gaat de kantonrechter ervan uit dat het door haar gevoerde verweer tegen de toepassing van de boetebepaling uit de overeenkomst zich uitstrekt tot alle vorderingen die daarop gebaseerd zijn.
Het beroep van Furnitex op artikel 6:94 BW slaagt. Gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boetes, mede gelet op de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van de contractuele bedingen en de omstandigheden waaronder deze zijn ingeroepen leidt de toepassing van het boetebeding in artikel 4 van de algemene voorwaarden in de gegeven omstandigheden naar het oordeel van de kantonrechter tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat. De vordering om met betrekking tot ieder van de in de vorderingen (v) tot en met (x) genoemde gedragingen voor recht te verklaren dat Furnitex op grond van artikel 4 van de algemene voorwaarden een boete van € 10.000,00 heeft verbeurd wordt dan ook afgewezen.
Al hetgeen verder met betrekking tot de gedragingen van Furnitex en het bepaalde in artikel 4 van de algemene voorwaarden door partijen naar voren is gebracht behoeft geen bespreking meer.
Incident
Nu de kantonrechter uitspraak in de hoofdzaak doet, behoeft het incident geen bespreking meer.
Tegenvordering
Gelet op het voorgaande zal de vordering in reconventie van Furnitex worden afgewezen.
Proceskosten
Furnitex is in conventie en reconventie het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van NAIM in conventie en reconventie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
106,73
- verschotten
€
25,10
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
814,50
(1,50 punten × € 543,00)
- nakosten
€
68,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.528,33
5. De beslissing
De kantonrechter
in conventie
veroordeelt Furnitex om aan NAIM te betalen een bedrag van € 20.374,35, te vermeerderen met een bedrag van € 1.350,00 per maand vanaf 1 april 2024 tot 5 juli 2024, te vermeerderen met de contractuele rente over het toegewezen bedrag vanaf de respectievelijke vervaldata van de onderliggende facturen tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Furnitex om aan NAIM te betalen een bedrag van € 2.115,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over het toegewezen bedrag, vanaf 4 september 2023 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Furnitex tot het binnen een maand na aanzegging daartoe de maandelijkse verkoopoverzichten als bedoeld in artikel 3.6 van de overeenkomst, alsmede de maandelijkse internet-verkoopoverzichten als bedoeld in de artikelen 2.5 jo. 3.4.4. jo. 3.6 van de overeenkomst te overleggen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50,00 voor iedere dag dat Furnitex in gebreke is geheel of gedeeltelijk aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 2.000,00,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af,
in reconventie
wijst de vordering van Furnitex af,
in conventie en reconventie
veroordeelt Furnitex in de proceskosten van € 1.528,33, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Furnitex niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.P. Ploeger en in het bijzijn van de griffier in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2024.
69040