ECLI:NL:RBAMS:2024:9002

ECLI:NL:RBAMS:2024:9002

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 26-11-2024
Datum publicatie 10-02-2026
Zaaknummer 13/192086-22 (Promis)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verdachte heeft samen met een of meer anderen in het CoronIT-systeem van de GGD valselijk geregistreerd dat bepaalde personen waren gevaccineerd tegen Covid-19, waardoor valse vaccinatiebewijzen en QR-vaccinatiecodes konden worden opgemaakt. Hiertoe hebben zij met behulp van vervalste e-mailadressen met namen van werknemers met een leidinggevende functie accounts van ex-werknemers laten heractiveren en inloggegevens van die accounts aangepast. Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan witwassen van een Audi A3 en een contant geldbedrag van € 5.000.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/192086-22 (Promis)

Datum uitspraak: 26 november 2024

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1999 in [geboorteplaats] ,

wonende op het adres [adres] , [woonplaats] .

1. Onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is ex artikel 279 Wetboek van Strafvordering (Sv) op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 12 november 2024.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van de officier van justitie, mr. J.M. Pauwelussen, en van hetgeen de raadsvrouw van verdachte, mr. P.A.Th. Lemmers, naar voren heeft gebracht.

2. Tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: in de periode van 1 februari tot en met 31 maart 2022 samen met een of meer anderen onder valse voorwendselen toegang heeft verkregen tot het CoronIT-systeem van de GGD en valselijk in dat systeem heeft geregistreerd dat een bepaald persoon was gevaccineerd tegen Covid-19, waardoor valse vaccinatiebewijzen en/of QR-vaccinatiecodes konden worden opgemaakt;

feit 2: in de periode van 1 februari tot en met 31 maart 2022 samen met een of meer anderen in een computersysteem en/of de servers van de GGD is binnengedrongen, door met behulp van vervalste e-mailadressen met namen van leidinggevenden de accounts van ex-werknemers te heractiveren en de inloggegevens van die accounts aan te passen waardoor toegang kon worden verkregen tot het CoronIT-systeem;

feit 3: in de periode van 1 januari 2021 tot en met 28 maart 2023 een contant geldbedrag van € 5.000,- en/of een Audi A3 heeft witgewassen.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van voldoende bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten.

Oordeel van de rechtbank

Valsheid in geschrift (feit 1) en computervredebreuk (feit 2)

De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen in de voetnoten het volgende vast.

Op 26 juli 2022 heeft de gemeente Amsterdam aangifte gedaan van fraude met coronavaccinatiebewijzen. Uit de aangifte blijkt dat een of meerdere personen in februari en maart 2022 onder valse voorwendselen toegang hebben verkregen tot het CoronIT-systeem van de GGD en valselijk hebben geregistreerd dat bepaalde personen gevaccineerd waren tegen Covid-19, waardoor valse vaccinatiebewijzen en QR-vaccinatiecodes konden worden opgemaakt. Met behulp van vervalste e-mailadressen met namen van leidinggevenden zijn de accounts van ex-werknemers geheractiveerd en vervolgens zijn de inloggegevens van die accounts aangepast, waardoor toegang kon worden verkregen tot het CoronIT-systeem. Bij de tweestapsverificatie om in te loggen op één van deze accounts is gebruik gemaakt van het telefoonnummer [nummer] .

Uit de historische telecomgegevens blijkt dat het telefoonnummer [nummer] in februari en maart 2022 is gebruikt in een Oppo toestel voorzien van IMEI nummer [nummer] . In het Oppo toestel stond het Google account [account] geregistreerd. Dit account was gekoppeld aan het telefoonnummer [nummer] . Dit nummer bleek ook een korte periode te zijn gebruikt in een Apple iPhone 11 Pro toestel voorzien van IMEI nummer [nummer] . In het Apple toestel heeft daarnaast alleen het telefoonnummer [nummer] gezeten. Dit telefoonnummer staat op naam van verdachte.

Tijdens de doorzoeking op het woonadres van verdachte is in zijn slaapkamer een iPhone doos aangetroffen voorzien van IMEI-nummer [nummer] . Dit IMEI nummer hoort bij de iPhone waar het telefoonnummer [nummer] in heeft gezeten.

De telefoonnummers [nummer] , [nummer] en [nummer] , die zijn gebruikt bij de tweestapsverificatie om in te loggen op de accounts van ex-werknemers, hebben het meeste gebruik gemaakt van de cell-id op de [adres cel ID] . Dit adres is gelegen op 330 meter afstand van het woonadres van verdachte. Ook is gebleken dat het eerst geopende dossier op 3 maart 2022 door één van de accounts het dossier betreft op naam van verdachte.

Uit informatie van de GGD blijkt dat [naam zus] in de ten laste gelegde periode als corona-teamondersteuner toegang had tot de functionele mailbox waarin de betreffende mails werden afgehandeld. Zij is de zus van verdachte en stond ingeschreven op hetzelfde woonadres. Blijkens onderzoek naar de mailbox heeft [naam zus] een merendeel van de valse aanvragen afgehandeld.

Het telefoonnummer [nummer] heeft vijf keer contact gehad met het telefoonnummer [nummer] op naam van [naam 1] , welk nummer tevens een contact is van verdachte.

In januari en maart 2022 hebben drie opwaardeertransacties naar Lebara plaatsgevonden vanaf het bankrekeningnummer op naam van verdachte ten behoeve van het telefoonnummer [nummer] .

In een tapgesprek van 22 december 2022 tussen verdachte ( [nummer] ) en [naam 1] ( [nummer] ) wordt onder meer gesproken over het regelen van QR-vaccinatiecodes, pdf’s en doktersverklaringen in het verleden.

In de telefoon van [naam zus] is een WhatsApp-gesprek aangetroffen van 27 november 2021 waarin verdachte een schermafbeelding stuurt van het Snapchat-account “ [account] ”, waarop te zien is dat er QR-vaccinatiecodes worden verkocht. Verdachte schrijft hierbij: “Share it to potentiële interesse mensen” en “250,-”.

Het Snapchat-account “ [account] ” blijkt in gebruik te zijn bij [naam 2] . Het daaraan gekoppelde telefoonnummer heeft in maart tot en met september 2022 veelvuldig contact gehad met het telefoonnummer [nummer] op naam van verdachte. In maart 2022 voert “ [account] ” een gesprek met het Snapchat-account “ [account] ”, waarin “ [account] ” twee keer het telefoonnummer [nummer] stuurt. Voor andere sociale media accounts gebruikt verdachte nagenoeg dezelfde gebruikersnamen. Met laatstgenoemd telefoonnummer worden later zes Franse vaccinatiebewijzen naar [naam 2] gestuurd via WhatsApp. Uit de data van de telefoon van [naam 2] blijkt dat “ [account] ” namen van personen doorstuurt naar “ [account] ”, waarvan een aantal namen enkele uren later met één van de valselijk geheractiveerde accounts worden geregistreerd met vaccinaties bij de GGD.

De rechtbank heeft de redengevende feiten en omstandigheden hierboven uiteengezet. De rechtbank heeft deze feiten en omstandigheden in zijn geheel en in hun onderlinge samenhang bezien en beoordeeld. Verdachte heeft bij elk verhoor terzake het onder 1 en 2 tenlastegelegde geen verklaring af willen leggen en is ook ter zitting niet verschenen, terwijl het tegen hem ingebrachte bewijs en het verwijt dat hem wordt gemaakt, om een verklaring schreeuwt. Gelet hierop heeft verdachte voor deze feiten en omstandigheden, die in samenhang met de verdere inhoud van de bewijsmiddelen beschouwd redengevend kunnen worden geacht voor het bewijs van de eerste twee aan hem ten laste gelegde feiten, geen aannemelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring gegeven. Op basis van deze feiten en omstandigheden acht de rechtbank dan ook bewezen dat verdachte als medepleger betrokken is geweest bij valsheid in geschrift (feit 1) en computervredebreuk (feit 2), zoals hierna in rubriek 5 is vermeld. Voor zover de raadsvrouw heeft willen suggereren dat iemand anders gebruik heeft gemaakt van de telefoons van verdachte, gaat de rechtbank daar niet in mee. In het dossier zijn daarvoor geen aanknopingspunten te vinden.

Witwassen (feit 3)

Aan de rechtbank ligt ter beoordeling voor of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (eenvoudig) witwassen van een contant geldbedrag van € 5.000,- en een Audi A3 met kenteken [kenteken] .

Voor een veroordeling voor witwassen is vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat een voorwerp ‘afkomstig is uit enig misdrijf’ kan (ook) bewezen worden geacht, als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Indien door de officier van justitie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij of zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet uit misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat zo een verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet uit misdrijf afkomstig is.

Indien de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op de weg van de officier van justitie om nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het redelijkerwijs niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

De rechtbank stelt ten aanzien van de herkomst van het contante geldbedrag en de Audi A3 vast dat op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf.

Audi A3 met kenteken [kenteken]

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat tijdens de doorzoeking op het adres van verdachte in zijn slaapkamer een autosleutel en papieren van een Apk-keuring zijn aangetroffen behorende bij de Audi A3 met kenteken [kenteken] , die voor de deur van de woning stond geparkeerd. De zus van verdachte, [naam zus] , heeft de auto sinds 21 maart 2022 op haar naam staan. Daarvoor was [naam 3] de tenaamgestelde. Uit de analyse van de banktransacties van [naam zus] zijn geen transacties naar voren gekomen die duiden op de aankoop van de auto van [naam 3] . [naam zus] heeft verklaard dat verdachte de auto voor haar heeft gekocht en dat hij er € 9.000,- of € 10.000,- contant voor heeft betaald. Zij heeft ten behoeve van de aankoop € 6.000,- giraal naar verdachte overgemaakt en een contant geldbedrag van € 3.000,- aan hem overhandigd. [naam 3] heeft verklaard dat verdachte de auto bij hem heeft gekocht en dat verdachte er ongeveer € 10.000,- contant voor heeft betaald, in biljetten van € 50,-.

Uit het financieel onderzoek is gebleken dat verdachte in de ten laste gelegde periode weliswaar legale inkomsten heeft genoten, maar dat de hoogte daarvan niet toereikend is om het contante geldbedrag van € 10.000,- uit legale bronnen te kunnen verklaren. [naam zus] kan op basis van haar vermogenspositie de aanwezigheid van € 6.000,- giraal en € 3.000,- in contanten wel verklaren. De girale transacties van [naam zus] naar verdachte zijn zichtbaar op haar bankrekening en betreffen een geldbedrag van in totaal € 5.000,-. Verdachte heeft rond de aanschafdatum echter slechts € 750,- contant opgenomen van zijn bankrekening. Naast dit bedrag en de € 3.000,- die hij van zijn zus heeft gekregen, is onbekend wat de herkomst is van het contante geldbedrag dat verdachte heeft afgegeven aan de verkoper. In het voordeel van verdachte zal de rechtbank hierbij uitgaan van de laagste koopsom die in de verklaringen wordt genoemd van € 9.000,-. Dit betekent dat het onbekend is wat de herkomst is van minimaal € 5.250,- (9.000 - 3.000 - 750) aan contant geld waarmee hij de auto heeft gekocht.

De aanschaf van deze auto vond plaats in dezelfde periode als waarin de eerste twee feiten zijn gepleegd. Het dossier bevat aanwijzingen, dat deze feiten werden gepleegd uit financieel gewin. De rechtbank verwijst hierbij naar de bewijsmiddelen die ten aanzien van deze feiten zijn opgenomen in dit vonnis.

De rechtbank is van oordeel dat deze feiten en omstandigheden tezamen het vermoeden rechtvaardigen dat de Audi A3 voor een deel is betaald met geld dat uit enig misdrijf afkomstig is. Daarom mag van verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat dit geld niet uit misdrijf afkomstig is. Verdachte heeft in het voorbereidend onderzoek verklaard dat het is gegaan zoals zijn zus heeft verklaard. Deze verklaring is weinig specifiek en niet nader onderbouwd. Bovendien geeft deze verklaring geen antwoord op de vraag wat de herkomst is van de € 5.250,- die hij als deel van de totale koopsom heeft afgegeven aan de verkoper. Een door verdachte geboden tegenwicht tegen het vermoeden van witwassen ontbreekt dan ook, zodat ook geen aanleiding bestaat tot een nader onderzoek door de officier van justitie. Er is daarom redelijkerwijs geen andere conclusie mogelijk dan dat een deel van het contante geldbedrag waarmee de Audi A3 is aangeschaft, middellijk of onmiddellijk, afkomstig is uit enig misdrijf, waardoor deze auto daarmee eveneens een deels criminele herkomst krijgt, en dat verdachte daarvan op de hoogte was. De rechtbank acht daarom het witwassen van de Audi A3 met kenteken [kenteken] bewezen.

Contant geldbedrag van € 5.000,-

Uit een analyse van de banktransacties van verdachte is gebleken van drie grote inkomende transacties afkomstig van het bankrekeningnummer van [naam 6] :

- op 6 augustus 2022 een bedrag van € 2.464,- met de omschrijving ‘lening’;

- op 21 september 2022 een bedrag van € 5.000,- met de omschrijving ‘lening;

- op 22 september 2022 een bedrag van € 2.500,- met de omschrijving ‘lening’.

Uit een analyse van de banktransacties van [naam 6] is gebleken van de navolgende inkomende transacties:

- op 6 augustus 2022 een bedrag van € 2.463,92, afkomstig van [naam 4] ;

- op 21 september 2022 een bedrag van € 5.000,- en € 2.500,- , beiden met de omschrijving ‘geld van [naam 5] ’ en afkomstig van [naam 7] .

Na het ontvangen van deze bedragen, is het geld direct overgemaakt naar de rekening van verdachte.

Uit een analyse van de banktransacties van [naam 7] is gebleken dat hij op 21 september 2022 een geldbedrag van € 8.041,77 heeft ontvangen van Stichting Bitvavo Payments, waarna die dag alleen een geldbedrag van in totaal € 7.500,- naar [naam 6] is overgemaakt. Uit een analyse van de banktransacties van [naam 4] is gebleken dat hij op 5 augustus 2022 een geldbedrag van € 2.463,92 heeft ontvangen van Bitonic B.V. De uitgaande transactie naar [naam 6] van 6 augustus 2022 is de enige transactie van en naar zijn rekening.

[naam 6] heeft bij de politie verklaard dat hij samen met verdachte in totaal € 10.000,- heeft geïnvesteerd in cryptovaluta bij [naam 7] . Per persoon hebben ze € 5.000,- in contanten ingelegd. [naam 6] heeft het geld in contanten opgenomen van zijn bankrekening. Deze verklaring is door de politie geverifieerd. [naam 6] heeft verklaard dat verdachte uiteindelijk zijn geld terug wilde via de rekening van [naam 6] . [naam 6] heeft in totaal € 10.000,- naar verdachte overgemaakt, omdat verdachte ook € 5.000,- van hem wilde lenen. Ook [naam 7] en [naam 4] hebben verklaard over de investering van verdachte in cryptovaluta. [naam 7] heeft verklaard dat hij in maart 2022 het te investeren geld contant heeft ontvangen.

Uit het financieel onderzoek is gebleken dat verdachte in de ten laste gelegde periode weliswaar legale inkomsten heeft genoten, maar dat de hoogte daarvan niet toereikend is om het contante geldbedrag van € 5.000,- uit legale bronnen te kunnen verklaren.

De investering in cryptovaluta vond plaats in dezelfde periode als waarin de eerste twee feiten zijn gepleegd. Het dossier bevat aanwijzingen, dat deze feiten werden gepleegd uit financieel gewin. De rechtbank verwijst hierbij naar de bewijsmiddelen die ten aanzien van deze feiten zijn opgenomen in dit vonnis.

De rechtbank is van oordeel dat deze feiten en omstandigheden tezamen het vermoeden rechtvaardigen dat dit geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Daarom mag van verdachte worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat dit geld niet uit misdrijf afkomstig is. Verdachte heeft tot op heden geen verklaring afgelegd over de herkomst van het geld. Een door verdachte geboden tegenwicht tegen het vermoeden van witwassen ontbreekt dan ook, zodat ook geen aanleiding bestaat tot een nader onderzoek door de officier van justitie. Er is daarom geen andere conclusie mogelijk dan dat het contante geldbedrag, middellijk of onmiddellijk, afkomstig is uit enig misdrijf en dat verdachte daarvan op de hoogte was. De rechtbank acht daarom het witwassen van een contant geldbedrag van € 5.000,- bewezen.

5. Bewezenverklaring

Op grond van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden, acht de rechtbank bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten op die wijze heeft begaan dat hij:

1

in de periode van 1 februari 2022 tot en met 31 maart 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten

- een bewijs van vaccinatie tegen Covid-19 en/of

- zogenaamde QR-codes welke tot bewijs dienden van vaccinatie tegen Covid-19

valselijk heeft doen opmaken, door telkens onder valse voorwendselen toegang te verkrijgen tot het CoronIT-systeem van de GGD en valselijk heeft geregistreerd/vermeld in genoemd systeem dat personen zijn gevaccineerd tegen Covid-19 waardoor voornoemde vaccinatiebewijzen en QR-codes konden worden aangemaakt met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2

in de periode van 1 februari 2022 tot en met 31 maart 2022 in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van een) geautomatiseerd werk, te weten een computersysteem van de GGD waar het programma CoronIT op draait, is binnengedrongen door telkens

- een technische ingreep en/of

- door het aannemen van een valse hoedanigheid,

te weten door

- met behulp van vervalste e-mailadressen met namen van werknemers met een leidinggevende functie te doen heractiveren van accounts van ex-werknemers en

- de inloggegevens van die accounts aan te passen en/of te laten aanpassen waardoor toegang kon worden verkregen tot het programma CoronIT, en

- vervolgens met die gegevens in te loggen in het programma CoronIT, waardoor toegang is verkregen tot dat geautomatiseerde werk;

3

in de periode van 1 januari 2021 tot en met 28 maart 2023 in Nederland, een contant geldbedrag van 5.000 euro en een personenauto van het merk Audi voorzien van kenteken [kenteken] heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist dat dat geldbedrag en voertuig geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6. Strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de bewezen verklaarde feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

7. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

8. Motivering van de straffen

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en een geldboete ter hoogte van € 5.000,-.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Verdachte is niet eerder veroordeeld voor soortgelijke misdrijven, hij heeft werk en wil een opleiding gaan volgen. Daarnaast kampt verdachte met depressieve gevoelens, mede veroorzaakt door het overlijden van zijn vader.

Oordeel van de rechtbank

Algemene overweging

De straffen die aan verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft samen met een of meer anderen in het daartoe bestemd geautomatiseerd systeem van de GGD valselijk geregistreerd dat bepaalde personen waren gevaccineerd tegen Covid-19, waardoor valse vaccinatiebewijzen en QR-vaccinatiecodes konden worden opgemaakt. Om dit te kunnen doen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan computervredebreuk. Verdachte heeft met zijn handelen het vertrouwen van de burger ernstig beschaamd. De samenleving moet kunnen vertrouwen op de echtheid van documenten waaruit blijkt of de betrokkene wel of niet is gevaccineerd, aangezien deze vaccinatiestatus een belangrijke rol kreeg bij de bestrijding van de Coronacrisis waar de samenleving destijds onder gebukt ging. Dit alles lijkt verdachte, op basis van zijn proceshouding in het vooronderzoek, niet in te zien. De rechtbank maakt uit het dossier op dat verdachte voornamelijk handelde vanuit zijn eigen financiële gewin. Uit het dossier volgt dat verdachte QR-vaccinatiecodes heeft geprobeerd te (laten) verkopen. Dit rekent de rechtbank verdachte zeer aan.

Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan witwassen van een Audi A3 en een contant geldbedrag van € 5.000,-. Door het plegen van witwassen worden onderliggende strafbare feiten afgedekt en wordt de mogelijkheid gecreëerd van een geldelijke beloning voor strafbare feiten.

Persoonlijke omstandigheden van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een blanco uittreksel uit de Justitiële Documentatie (het strafblad) betreffende verdachte van 7 oktober 2024. Het strafblad heeft dan ook geen strafverhogende invloed op de op te leggen straf.

GGZ Reclassering Inforsa Amsterdam heeft ten behoeve van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak een rapport van 15 augustus 2023 over verdachte opgemaakt. De reclassering vindt interventies in een gedwongen kader niet geïndiceerd.

Conclusies van de rechtbank

Alles overwegende acht de rechtbank de volgende straffen passend en geboden. De rechtbank zal volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf waarvan de duur de reeds ondergane tijd in voorlopige hechtenis niet overschrijdt. Dit vindt de rechtbank passend, gelet op de jonge leeftijd van verdachte en zijn depressieve klachten. Ook speelt mee dat de bewezen verklaarde feiten alweer enige tijd geleden plaatsvonden en niet is gebleken dat verdachte in de tussentijd opnieuw het verkeerde pad op is gegaan. De rechtbank heeft ten slotte ook gekeken naar vergelijkbare strafzaken waarin fraude met Corona-documenten centraal stond en de daarin opgelegde straffen. De rechtbank zal wel een forse voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Hiermee zal verdachte gedurende de proeftijd een flinke stok achter de deur hebben om te voorkomen dat hij (nogmaals) een strafbaar feit pleegt. Gelet op het reclasseringsadvies, vindt de rechtbank het niet noodzakelijk om bijzondere voorwaarden te verbinden aan het voorwaardelijk deel van de straf.

Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf voor de duur van 240 uren opleggen. De rechtbank legt het maximum aantal uren op gelet op de ernst van het bewezenverklaarde en het feit dat verdachte niet lijkt in te zien wat zijn gedragingen voor impact hebben. Uit de omstandigheid dat verdachte werk heeft, maakt de rechtbank ook op dat hij in staat is om een taakstraf uit te voeren. De rechtbank gaat er bovendien vanuit dat de reclassering, voor zover nodig, bij de tenuitvoerlegging van deze taakstraf, rekening houdt met de depressieve klachten van verdachte.

Tot slot zal de rechtbank een geldboete ter hoogte van € 2.500,- opleggen, omdat de rechtbank van oordeel is dat misdaad niet mag lonen.

9. Beslag

Onder verdachte zijn de navolgende voorwerpen in beslag genomen:

- een portemonnee van het merk Louis Vuitton (6320160);

- een bril van het merk Cartier (6321125);

- twee paar schoenen van het merk Loro Piana (6321128);

- een jas van het merk Canada Goose (6321130);

- een jas van het merk Canada Goose (6321131);

- een jas van het merk Louis Vuitton (6321139);

- een jas van het merk Gucci (6321144);

- een contant geldbedrag van € 300,- (6320133);

- een contant geldbedrag van € 220,- (6320136);

- een contant geldbedrag van € 20,- (6320139);

- een contant geldbedrag van € 350,- (6320144);

- een contant geldbedrag van € 1000,- (6320150);

- een contant geldbedrag van € 200,- (6320152);

- een contant geldbedrag van € 500,- (6320154);

- een personenauto van het merk Audi A3 met kenteken [kenteken] (5804996);

- een patroon (6320121);

- een patroon (6320124).

Standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de contante geldbedragen en de luxegoederen verbeurd dienen te worden verklaard, omdat het niet anders kan dan dat deze voorwerpen uit misdrijf afkomstig zijn. De munitie dient te worden onttrokken aan het verkeer.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De rechtbank zal de in beslag genomen Audi A3 met kenteken [kenteken] verbeurd verklaren. Met betrekking tot dit voorwerp is het onder 3 bewezen verklaarde witwassen begaan.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank zal de munitie onttrekken aan het verkeer. Deze patronen zijn daarvoor vatbaar, aangezien ze in het onderzoek naar de door verdachte begane feiten zijn aangetroffen, terwijl deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten aan verdachte van de luxegoederen en de contante geldbedragen, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c, 33, 33a, 36b, 36d, 47, 55, 57, 138ab, 225 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

11. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 en feit 2

de eendaadse samenloop van

medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd.

feit 3

witwassen, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 (tien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

Verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar.

Tenuitvoerlegging kan worden gelast als veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft.

Stelt als algemene voorwaarde dat veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Veroordeelt veroordeelde tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan.

Beveelt dat, voor het geval veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.

Veroordeelt veroordeelde tot een geldboete van € 2.500,- (zegge: vijfentwintighonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van 18 (achttien) dagen.

Verklaart verbeurd de in beslag genomen een personenauto van het merk Audi A3 met kenteken [kenteken] (5804996).

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen munitie (6320121 en 6320124).

Beveelt de teruggave aan verdachte van de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

- een portemonnee van het merk Louis Vuitton (6320160);

- een bril van het merk Cartier (6321125);

- twee paar schoenen van het merk Loro Piana (6321128);

- een jas van het merk Canada Goose (6321130);

- een jas van het merk Canada Goose (6321131);

- een jas van het merk Louis Vuitton (6321139);

- een jas van het merk Gucci (6321144);

- een contant geldbedrag van € 300,- (6320133);

- een contant geldbedrag van € 220,- (6320136);

- een contant geldbedrag van € 20,- (6320139);

- een contant geldbedrag van € 350,- (6320144);

- een contant geldbedrag van € 1000,- (6320150);

- een contant geldbedrag van € 200,- (6320152);

- een contant geldbedrag van € 500,- (6320154).

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.R.J. van Wel, voorzitter,

mr. E.M.M. Gabel en mr. M. Bakhuis, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Tal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 26 november 2024.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. M.R.J. van Wel
  • mr. E.M.M. Gabel
  • mr. M. Bakhuis

Griffier

  • mr. L. Tal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?