ECLI:NL:RBAMS:2024:9019

ECLI:NL:RBAMS:2024:9019

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 05-02-2024
Datum publicatie 02-04-2026
Zaaknummer 10641735 \ EA VERZ 23-764
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Verzoeken afgewezen

Uitspraak

Beschikking van 5 februari 2024

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij, verweerster in het (voorwaardelijke) tegenverzoek

hierna te noemen: [verzoekster] ,

gemachtigde: mr. P.Chr. Snijders,

tegen

GEMEENTE AMSTERDAM,

gevestigd te Amsterdam,

verweerster, tevens verzoekster in het (voorwaardelijke) tegenverzoek

hierna te noemen: Gemeente Amsterdam,

gemachtigde: mr. J.T.M. van Doesum.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

[verzoekster] heeft op 31 juli 2023 een verzoekschrift ingediend, met producties, dat primair strekt tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Gemeente Amsterdam, met nevenverzoeken. Gemeente Amsterdam heeft een verweerschrift ingediend, eveneens met producties, tevens houdende een (voorwaardelijk) tegenverzoek.

Voorafgaand aan de zitting hebben partijen nog aanvullende stukken ingediend.

Het verzoek is mondeling behandeld op 15 januari 2024. [verzoekster] is in persoon verschenen, vergezeld door een vriendin en de gemachtigde. Namens Gemeente Amsterdam is verschenen dhr. [naam 1] en mw. [naam 2] , eveneens vergezeld door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van een pleitnota, en vragen van de kantonrechter beantwoord. Na verder debat is beschikking gevraagd en is een datum voor beschikking bepaald.

Feiten

1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat het volgende vast.

[verzoekster] , geboren op [geboortedatum] en thans derhalve 23 jaar oud, heeft aanvankelijk middels een uitzendovereenkomst en daarna middels een arbeidsovereenkomst werkzaamheden voor Gemeente Amsterdam verricht. Het gaat om de volgende (achtereenvolgende) periodes:1. Uitzendovereenkomst fase A, aanvang 7 april 2020;2. Detacheringsovereenkomst fase B, 25 oktober 2021 tot 2 januari 2022;3. Detacheringsovereenkomst fase B, 3 januari 2022 tot 3 juli 2022;4. Arbeidsovereenkomst van 1 juni 2022 tot 1 juni 2023.

Tijdens de periode dat zij via het uitzendbureau werkzaamheden verrichtte voor Gemeente Amsterdam was zij werkzaam als medewerker inloopbalie, schaal 7. De werkzaamheden omvatten onder meer het verrichten van werkzaamheden bij de afdeling Burgerlijke stand en Immigratie, met dien verstande dat zij als uitzendkracht geen werkzaamheden mocht uitvoeren op het gebied van de burgerlijke stand. Zij hield zich derhalve bezig met de werkzaamheden op het gebied van Immigratie, zoals het aannemen en verwerken van aangiftes in de Basisregistratie Personen zoals eerste inschrijvingen, en het verwerken van buitenlandse aktes.

Vanaf de indiensttreding bij Gemeente Amsterdam heeft [verzoekster] werkzaamheden verricht in de functie van medewerker dienstverlening D bij Cluster Stadsbeheer, schaal 08. Zij werkte op de afdeling Burgerlijke stand en Immigratie als specialistisch medewerker Burgerlijke stand en Immigratie. De werkzaamheden omvatten zowel de werkzaamheden die zij verrichtte in de periode dat zij via het uitzendbureau werkzaam was op het gebied van immigratie, aangevuld met werkzaamheden op het gebied van de burgerlijke stand zoals het opmaken en uitgeven van huwelijksaktes, verloven begraven, geboorteaktes en erkenning.

Het laatstverdiende salaris bedraagt € 2.652,48 bruto per maand voor 32 uur per week, exclusief 17,05% IKB.

Op 10 maart 2023 is [verzoekster] uitgegleden, waardoor zij zich heeft moeten ziekmelden.

Op 2 maart 2023 heeft een incident plaatsgevonden naar aanleiding waarvan Bureau Integriteit (BI) een onderzoek is gestart onder andere naar [verzoekster] . [verzoekster] heeft, na een aantal afgezegde/verplaatste afspraken, ervoor gekozen niet met BI in gesprek te gaan.

Op 13 april 2023 heeft Gemeente Amsterdam zowel telefonisch als per e-mail aan [verzoekster] bevestigd dat haar arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd, en daarom van rechtswege eindigt op 31 mei 2023. Partijen hebben hier vervolgens meermaals over gecorrespondeerd maar hebben geen oplossing in der minne bereikt.

Het verlof van [verzoekster] over de periode 14 augustus 2023 tot en met vrijdag 1 september 2023 stond op 23 februari 2023 reeds in het rooster.

[verzoekster] ontvangt thans een Ziektewet uitkering.

Verzoek en verweer op het (voorwaardelijk) tegenverzoek

2. [verzoekster] verzoekt primair te bepalen dat de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is geëindigd maar is voortgezet voor onbepaalde tijd, althans de opzegging van de arbeidsovereenkomst door Gemeente Amsterdam te vernietigen, en Gemeente Amsterdam te veroordelen tot doorbetaling van loon, met wettelijke verhoging. Verder vordert [verzoekster] een bedrag van € 25.000,- netto als voorschot op schadevergoeding wegens door [verzoekster] geleden en nog te lijden materiele en immateriële schade. Ook vordert [verzoekster] de wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten.

3. [verzoekster] stelt daartoe dat door het aangaan van de arbeidsovereenkomst met Gemeente Amsterdam een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Zij verrichtte tijdens de uitzendperiode nagenoeg dezelfde werkzaamheden. Daarom is niet alleen sprake van een overschrijding van de termijn van 3 jaar, maar is de arbeidsovereen-komst met Gemeente Amsterdam ook de 4e overeenkomst in de keten. Bovendien is aan [verzoekster] toegezegd dat haar arbeidsovereenkomst bij Gemeente Amsterdam zou worden verlengd. Aan die toezegging mag Gemeente Amsterdam ook gehouden worden.

4. De gevorderde schadevergoeding is verschuldigd omdat zij, nadat zij na een arbeidsongeval arbeidsongeschikt is geraakt, arbeidsongeschikt is gebleven vanwege het psychisch lijden dat haar is overkomen als gevolg van de mededeling dat haar arbeidsovereenkomst van rechtswege zou eindigen. De handelwijze van Gemeente Amsterdam is evident in strijd met het goed werkgeverschap.

5. Subsidiair verzoekt [verzoekster] toekenning van de transitievergoeding, een billijke vergoeding van € 50.000,- op grond van artikel 7:681 BW, wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en specificaties op straffe van een dwangsom. Gemeente Amsterdam heeft zich evident schuldig gemaakt aan ernstig verwijtbaar handelen jegens [verzoekster] .

6. [verzoekster] verzet zich tegen toewijzing van het door de Gemeente Amsterdam ingediende voorwaardelijke verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Verweer en (voorwaardelijk) tegenverzoek

7. Gemeente Amsterdam verweert zich tegen het verzoek. Zij voert aan – samengevat – dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De werkzaamheden die [verzoekster] verrichtte nadat zij in dienst was getreden bij Gemeente Amsterdam waren anders. Als uitzendkracht was zij niet beëdigd en mocht zij bijvoorbeeld geen van de werkzaamheden doen die een medewerker burgerzaken mag doen, zoals het opmaken van aktes (huwelijk, overlijden, geboorte, etc.).

8. Daarnaast heeft Gemeente Amsterdam ook niet toegezegd dat de arbeidsovereenkomst zou worden verlengd voor onbepaalde tijd. De teamleider die dat volgens [verzoekster] heeft gedaan is daartoe niet bevoegd en heeft ook verklaard dat hij die toezegging niet heeft gedaan. De arbeidsovereenkomst is derhalve geëindigd. Voor een billijke vergoeding is geen aanleiding omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Gemeente Amsterdam.

9. Gemeente Amsterdam verzoekt voorwaardelijk, voor het geval het primaire verzoek van [verzoekster] om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt toegewezen, om de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen (e-grond), dan wel een verstoorde arbeidsrelatie (g-grond) dan wel een combinatie daarvan (i-grond). Daartoe voert Gemeente Amsterdam aan [verzoekster] verwijtbaar heeft gehandeld door het gesprek dat op 24 mei 2023 heeft plaatsgevonden zonder toestemming en aankondiging op te nemen. Zij heeft zich in dat gesprek ook anderszins op verwijtbare wijze gedragen. Dat gedrag hoort een ambtenaar na te laten. Met haar handelen heeft [verzoekster] ook het vertrouwen van Gemeente Amsterdam ernstig geschaad.

10. Hetgeen overigens door partijen is aangevoerd zal, voor zover relevant, bij de beoordeling aan de orde komen.

Beoordeling

Subsidiaire vorderingen

11. Kern van het geschil is of de arbeidsovereenkomst tussen partijen is voortgezet voor onbepaalde tijd, ofwel omdat sprake is van opvolgend werkgeverschap, ofwel omdat aan [verzoekster] een zodanige toezegging is gedaan. Van beide situaties is hier geen sprake, en wel om het volgende.

11. Vaststaat dat de functie van [verzoekster] bij Gemeente Amsterdam een andere was dan de functie die zij uitvoerde via het uitzendbureau. [verzoekster] stelt dat haar werkzaamheden voor 50% hetzelfde zijn gebleven en dat er voor 50% nieuwe werkzaamheden bij zijn gekomen, namelijk de werkzaamheden op het gebied van Burgerzaken. Gemeente Amsterdam betwist dit en voert aan dat de werkzaamheden nog meer verschilden. Maar ook als van het standpunt van [verzoekster] wordt uitgegaan, volgt hieruit dat [verzoekster] niet (nagenoeg) dezelfde werkzaamheden is blijven doen. Zij heeft er andere werkzaamheden bij gekregen en daarbij is zij ook in een hogere schaal beloond. Daarbij is voor de functie die [verzoekster] bekleedde bij Gemeente Amsterdam vereist dat zij daar in dienst is en dat zij beëdigd is. Die werkzaamheden konden niet worden uitgevoerd door een medewerker van een uitzendbureau. Van opvolgend werkgeverschap is gezien al het voorgaande derhalve geen sprake.

11. [verzoekster] heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat aan haar een toezegging is gedaan dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou worden verlengd. Deze toezegging is echter gemotiveerd betwist, en niet nader onderbouwd door [verzoekster] .

11. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd. Gemeente Amsterdam heeft dat einde ook aangezegd op 13 april 2023. Alle primaire vorderingen, behoudens het voorschot op een schadevergoeding, zijn daarop gebaseerd, en dienen derhalve te worden afgewezen.

11. Anders dan [verzoekster] stelt is Gemeente Amsterdam geen schadevergoeding verschuldigd. Voor zover er al een verband zou zijn tussen het arbeidsongeschikt blijven en de mededeling dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou eindigen, maakt een dergelijke mededeling een werkgever niet schadeplichtig. Deze is ook niet in strijd met goed werkgeverschap.

16. Nu de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd kan een billijke vergoeding als bedoeld in artikel 7:681 BW niet aan de orde zijn. Voor zover [verzoekster] heeft bedoeld om te verzoeken aan haar een billijke vergoeding toe te kennen omdat, na het einde van rechtswege, het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (artikel 7:673 lid 9 sub a BW), geldt het volgende. Vereist is dat Gemeente Amsterdam ernstig verwijtbaar heeft gehandeld bij het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Dat is niet gebleken en daartoe heeft [verzoekster] ook onvoldoende gesteld. Van een verband met het gestelde arbeidsongeval, de arbeidsongeschiktheid of het onderzoek door BI is ook niet gebleken. Dit verzoek wordt derhalve afgewezen.

16. De transitievergoeding is door Gemeente Amsterdam reeds betaald, zo is door [verzoekster] ook erkend ter zitting, zodat dit deel van de vordering geen beoordeling meer behoeft.

16. Nu hiervoor is geoordeeld dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen reeds van rechtswege is geëindigd, wordt niet toegekomen aan het voorwaardelijke ontbindingsverzoek van Gemeente Amsterdam.

16. De proceskosten komen voor rekening van [verzoekster] als de in het ongelijk gestelde partij.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de verzoeken van [verzoekster] af;

veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten van Gemeente Amsterdam van € 882,00, bestaande uit € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 68,00 aan nakosten, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verzoekster] niet tijdig daaraan voldoet en de beschikking daarna wordt betekend, dan moet [verzoekster] ook de wettelijke/Btag kosten van betekening betalen;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.M. Bilderbeek, kantonrechter, en op 5 februari 2024 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier, mr. J. Higler-Huisman.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I.M. Bilderbeek
  • mr. J. Higler-Huisman. De

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?