RECHTBANK AMSTERDAM
beschikking van de kantonrechter
Gemeente Amsterdam
[verweerder]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 11303787 EA VERZ 24-852
beschikking van: 13 december 2024
I n z a k e
gevestigd te Amsterdam
verzoekster
nader te noemen: Gemeente Amsterdam
gemachtigde: mr. C.M. Wijmans
t e g e n
wonende te [woonplaats]
verweerder
nader te noemen: [verweerder]
niet verschenen
Gemeente Amsterdam heeft op 4 september 2024 een verzoek met producties ingediend. Bij brief van 19 november 2024 heeft zij aanvullende producties overgelegd.
[verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.
[verweerder] is aan het door hem aan Gemeente Amsterdam opgegeven adres [adres] door de griffier per post opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek. Gemeente Amsterdam heeft daarnaast een deurwaardersexploot van 19 november 2024 overgelegd, waarbij het verzoekschrift aan [verweerder] is betekend aan het adres [adres] , alwaar [verweerder] staat ingeschreven, en hij is oproepen voor de zitting van 29 november 2024 14.30 uur in de rechtbank te Amsterdam.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 29 november 2024. Gemeente Amsterdam is verschenen bij [naam 1] (afdelingsmanager), [naam 2] Poel (teamleider), [naam 3] (Personeelsadviseur) en de gemachtigde. [verweerder] is ondanks deze oproeping bij exploot niet verschenen. Gemeente Amsterdam heeft haar verzoek op de zitting nog nader toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen.
De kantonrechter heeft nog enkele vragen gesteld en daarna beschikking bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
[verweerder] , geboren op [geboortedatum] , is sinds 1 juli 2006 in dienst van Gemeente Amsterdam, laatstelijk als medewerker dienstverlening E. Het salaris bedraagt € 4.224,05 bruto per maand, exclusief IKB budget, bij een werkweek van 32 uur.
Sinds 2021 is [verweerder] verschillende keren voor langere periodes ziek geweest. Op 1 februari 2023 heeft [verweerder] zich opnieuw ziekgemeld.
Het UWV heeft in een deskundigenoordeel van 19 augustus 2024 geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen van [verweerder] in de periode van 1 februari 2023 tot 24 juni 2024 onvoldoende zijn.
[verweerder] is op 22 augustus 2024 in het kader van de re-integratie weer begonnen werkzaamheden uit te voeren. Vanaf die datum is ook de loonstop opgeheven die tot dat moment van kracht was.
Op 27 augustus 2024 deed zich een incident voor waarbij [verweerder] schreeuwend tekeer ging tegen collega’s en zijn leidinggevende. Dit heeft geleid tot een officiële waarschuwing.
[verweerder] heeft zich op 27 augustus 2024 weer volledig ziek gemeld.
Aangezien de arbeidsongeschiktheid inmiddels langer dan 80 weken had geduurd (gerekend vanaf de eerste ziektedag op 1 februari 2023) moest [verweerder] een aanvraagformulier voor een WIA-uitkering indienen. [verweerder] heeft dit nagelaten, ondanks de door Gemeente Amsterdam aangeboden ondersteuning bij het invullen van het formulier.
Ook afspraken in verband met mogelijke re-integratie in het tweede spoor zijn in deze periode door [verweerder] niet nagekomen.
Gemeente Amsterdam heeft op 13 november 2024 aan [verweerder] meegedeeld dat zijn salarisbetaling weer werd stopgezet, omdat hij niet (tijdig) een WIA-uitkering had aangevraagd en omdat hij zich niet hield aan zijn re-integratieverplichtingen.
De loonstop is ingegaan op 14 november 2024 en duurt nog voort.
Het geschil
2. Gemeente Amsterdam verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst en stelt onder meer dat daarvoor een redelijke grond aanwezig is als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 sub e BW.
3. Volgens Gemeente Amsterdam voldoet [verweerder] al langere tijd niet aan de verplichtingen in het kader van zijn re-integratie, zoals beschreven in artikel 7:660a BW. [verweerder] is bij herhaling verzocht en gewaarschuwd zich anders op te stellen en zijn re-integratieverplichtingen na te komen, maar dat heeft niets opgeleverd. Ook is zijn loon opgeschort en meermalen stopgezet. Daarnaast heeft [verweerder] zich ongepast gedragen door onder meer te gaan schreeuwen tegen collega’s op 27 augustus 2024. Dit levert volgens Gemeente Amsterdam (ernstig) verwijtbaar handelen op, als gevolg waarvan voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet meer mogelijk is en in redelijkheid ook niet van Gemeente Amsterdam kan worden gevergd. Herplaatsing van [verweerder] ligt daarbij niet in de rede.
4. [verweerder] is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling
5. Het verzoek is (mede) gebaseerd op (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerder] tijdens ziekte, zodat Gemeente Amsterdam moet voldoen aan de in dat verband geldende voorwaarden van artikel 7:671b lid 5 BW. Zij heeft [verweerder] meermalen schriftelijk gemaand mee te werken aan zijn re-integratie en de redelijke voorschriften, die in overeenstemming zijn met het advies van de bedrijfsarts, op te volgen. Omdat [verweerder] geen gevolg gaf aan deze waarschuwingen heeft de Gemeente Amsterdam meermalen het loon gestaakt, waarmee is voldaan aan sub a van dat artikel. Ingevolge sub b moet Gemeente Amsterdam beschikken over een verklaring ter zake van een deskundige als bedoeld in artikel 7:629a BW, tenzij het overleggen van deze verklaring in redelijkheid niet van haar kan worden gevergd. Deze verklaring is noodzakelijk om de gedane inspanningen van de werknemer ten behoeve van de re-integratie te kunnen beoordelen. Gemeente Amsterdam heeft daaraan voldaan.
6. Het voorgaande in combinatie met wat Gemeente Amsterdam verder heeft gesteld, onder meer ten aanzien van de gebeurtenissen op 27 augustus 2024, wat niet is weersproken, wordt geoordeeld dat [verweerder] ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Dit levert een redelijke grond voor ontbinding op, waarbij herplaatsing van [verweerder] niet in de rede ligt. Het verzoek tot ontbinding wordt daarom toegewezen. Nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van [verweerder] heeft hij ex artikel 7:673 lid 7 sub c BW geen aanspraak op een transitievergoeding en wordt de datum van de ontbinding ex artikel 7:671b lid 9 sub b BW bepaald op 1 januari 2025.
7. Er is aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
BESLISSING
De kantonrechter:
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 januari 2025;
bepaalt dat [verweerder] geen aanspraak heeft op een transitievergoeding;
bepaalt dat partijen de eigen proceskosten dragen;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Sissing, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2024, in aanwezigheid van de griffier.