ECLI:NL:RBAMS:2024:9056

ECLI:NL:RBAMS:2024:9056

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 02-07-2024
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer 10952157 EA VERZ 24-175
Rechtsgebied Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

tussenbeschikking

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 10952157 \ EA VERZ 24-175

Beschikking van 2 juli 2024

MS AMLIN INSURANCE SE,

te Brussel,

verzoekende partij,

hierna te noemen: MS Amlin,

gemachtigde: mr. H.M. Kruitwagen,

tegen

1. [verweerder 1] ,

te [woonplaats],

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder 1],

gemachtigde: mr. Y.B. Boendermaker,2. [verweerder 2] B.V.,

te [vestigingsplaats],

verwerende partij,

hierna te noemen: [verweerder 2].

gemachtigden: mr. E.H.G. Londeman en mr. A.B.J. Gemke.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 23 februari 2024, met producties,

- het verweerschrift, tevens houdende voorwaardelijk tegenverzoek aan de zijde van [verweerder 2],

- verweerschrift aan de zijde van [verweerder 1].

Op 3 juni 2024 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling besproken. Namens MS Amlin is verschenen [naam 1], bijgestaan door de gemachtigde. De gemachtigde is verschenen namens [verweerder 1]. Namens [verweerder 2] is verschenen [naam 2], bijgestaan door de gemachtigde. Partijen hebben hun standpunten toegelicht – de gemachtigde van [verweerder 2] mede aan de hand van een pleitnota – en vragen van de kantonrechter beantwoordt. Vervolgens is een datum voor beschikking bepaald.

2. De feiten

[verweerder 2] is een sloopbedrijf dat zowel in de renovatiesloop als in de constructiesloop werkzaamheden verricht.

[verweerder 2] is voor bedrijfsaansprakelijkheid verzekerd bij MS Amlin. De polis kent een eigen risico van € 25.000,-.

Op 29 januari 2019 is er tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden iets op het hoofd van [verweerder 1] gevallen.

Op 21 februari 2019 heeft de toenmalige gemachtigde van [verweerder 1] [verweerder 2] aansprakelijk gesteld voor alle materiële en immateriële schade als gevolg van het ongeval.

MS Amlin heeft namens en na afstemming met [verweerder 2] de aansprakelijkheid erkend.

[verweerder 1] heeft in totaal € 6.605,68 aan voorschotten van MS Amlin ontvangen.

In de periode van maart 2020 tot en met december 2023 zijn op verzoek van MS Amlin en [verweerder 1] medische adviezen uitgebracht.

3. Het verzoek en het verweer

MS Amlin verzoekt de kantonrechter om een voorlopig deskundigenbericht te gelasten en een neuroloog tot deskundige te benoemen. Ten aanzien van het voorschot van de kosten van de deskundige refereert MS Amlin zich aan het oordeel van de kantonrechter.

MS Amlin stelt hiertoe dat zij recht en belang bij heeft om zekerheid te verkrijgen over het causaal verband tussen de door [verweerder 1] gestelde klachten en het ongeval, om de kwestie verder buiten rechte op te kunnen lossen, dan wel haar (proces)positie tegenover zowel [verweerder 1] als [verweerder 2] te kunnen bepalen. De door MS Amlin en [verweerder 1] ingeschakelde medische adviseurs verschillen van mening over de vraag in hoeverre er causaal verband tussen het ongeval en de door [verweerder 1] omschreven klachten aan de orde is, waardoor de causaliteitsvraag partijen nog verdeeld houdt.

[verweerder 2] heeft de aansprakelijkheid voor het bedrijfsongeval erkend, maar betwist het causaal verband tussen de geclaimde klachten en het ongeval. [verweerder 2] wijst in dit verband op de medische adviezen van dr. [naam 3] waaruit volgt dat niet medisch valt te verklaren of te onderbouwen dat de gestelde klachten van [verweerder 1] te wijten zouden zijn aan het arbeidsongeval. [verweerder 2] meent daarom dat het verzoek dient te worden afgewezen. Voor zover het verzoek zal worden toegewezen kan zij, onder voorwaarden, instemmen met het aan hem voorleggen van de IWMD-vraagstelling. Verder meent [verweerder 2] dat de daarmee gepaard gaande kosten niet voor haar rekening dienen te komen.

[verweerder 1] verzet zich niet tegen het bevelen van een deskundigenbericht. [verweerder 1] kan instemmen met benoeming van neuroloog dr. A. Verrips.

4. De beoordeling

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de kantonrechter een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen.

De doelstelling van een voorlopig deskundigenonderzoek zoals hier verzocht is een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen over relevante feiten en omstandigheden en zo beter te kunnen beoordelen hoe een geschil af te handelen.

Een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenonderzoek moet in beginsel worden toegewezen, als dat verzoek ter zake dienend en voldoende concreet is en feiten betreft die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden. Dit is alleen anders als het verzoek in strijd is met een goede procesorde, van de bevoegdheid misbruik wordt gemaakt, of het verzoek afstuit op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar. Verder is ook de in artikel 3:303 van het Burgerlijk Wetboek neergelegde regel, dat zonder belang niemand een rechtsvordering toekomt, op het verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht van toepassing.

De kantonrechter stelt voorop dat [verweerder 1] een ongeval is overkomen waarvoor MS Amlin namens en na afstemming met [verweerder 2] de aansprakelijkheid heeft erkend. [verweerder 2] is daarmee gehouden de ten gevolge van het ongeval door [verweerder 1] geleden schade te vergoeden. Anders dan [verweerder 2] meent kan uit de in deze procedure overgelegde medische stukken niet al definitief worden geconcludeerd dat causaal verband ontbreekt tussen door [verweerder 1] gestelde klachten, dientengevolge geleden schade en het ongeval. MS Amlin heeft daarom naar het oordeel van de kantonrechter voldoende belang bij het gelasten van dit voorlopig deskundigenbericht om hierover meer duidelijkheid te verkrijgen. Aan de hand van het deskundigenrapport zal vervolgens kunnen worden vastgesteld of er een causaal verband bestaat tussen het ongeval en de gestelde klachten.

Naar het oordeel van de kantonrechter zijn er geen zwaarwichtige redenen om het verzoek af te wijzen. De omstandigheid dat [verweerder 2] wantrouwen koestert is daarvoor onvoldoende. Nu verder niet kan worden geconcludeerd dat MS Amlin van haar bevoegdheid tot het indienen van dit verzoek misbruik heeft gemaakt dan wel dat zij in strijd handelt met de goede procesorde door dit verzoek te doen, zal de kantonrechter een voorlopig deskundigenbericht bevelen.

Partijen hebben ingestemd met, althans geen bezwaren geuit tegen de benoeming van neuroloog dr. A. Verrips tot deskundige. Deze deskundige heeft aan de griffier medegedeeld bereid te zijn om het deskundigenonderzoek uit te voeren en vrij te staan ten opzichte van partijen. De kantonrechter zal daarom neuroloog dr. A. Verrips als deskundige benoemen. De deskundige heeft de kosten voor het onderzoek begroot op € 6.164,95. Deze begroting is gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om af te wijken van het wettelijke uitgangspunt dat het voorschot door de verzoekende partij, MS Amlin, moet worden betaald. Dit geldt te meer nu MS Amlin namens [verweerder 2] aansprakelijkheid heeft erkend. MS Amlin zal in afwachting van de eindbeslissing een voorschot ter zake van de kosten van de deskundige ter griffie dienen te deponeren. Wie uiteindelijk de kosten van het deskundigenbericht zal dragen, ligt in deze procedure niet ter beoordeling voor. Dit dient MS Amlin met de aansprakelijke polishouder af te handelen.

Partijen zijn het erover eens dat aan de deskundige de zogenaamde IWMD-vraagstelling causaal verband bij ongeval dient te worden voorgelegd. Hierin zal de kantonrechter partijen volgen, evenals in de wens van partijen dat het procesdossier, te weten het verzoekschrift en beide verweerschriften, inclusief producties, aan de deskundige moet worden verstrekt.

De kantonrechter ziet geen meerwaarde in de door [verweerder 2] voorgestelde aanvullende vragen, omdat deze vragen al in IWMD-vraagstelling besloten liggen. De vraagstelling biedt de deskundige de ruimte om rekening te houden met eventuele andere gebeurtenissen en/of omstandigheden die de gestelde klachten bij [verweerder 1] hebben kunnen veroorzaken. De kantonrechter zal deze vragen daarom niet toevoegen. Dit leidt er toe dat de deskundige de IWMD-vraagstelling zal worden voorgelegd.

Alvorens de deskundige te benoemen zullen partijen nog in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de door de deskundige begrote kosten. Partijen kunnen hun schriftelijke reacties als na te melden indienen.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

I. draagt partijen op zich uiterlijk op 16 juli 2024 schriftelijk uit te laten over de hoogte van het door de deskundige begrote voorschot;

II. houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. B.T. Beuving, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2024 in tegenwoordigheid van mr. R. Boerlage, griffier.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. B.T. Beuving

Griffier

  • mr. R. Boerlage

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand