RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de rechtspersoon naar het recht van harer vestiging Flightright GmbH
de naamloze vennootschap Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
vonnis
Afdeling privaatrecht
zaaknummer: 9099637 CV EXPL 21-4478
vonnis van: 2 december 2025
fno.: 569
I n z a k e
gevestigd te Potsdam, Duitsland
eiseres
nader te noemen: Flightright
gemachtigde: mr. H. Yildiz
t e g e n
gevestigd te Amstelveen
gedaagde
nader te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mrs. R.L.S.M. Pessers en M.M. Önalan.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staat vast:
[naam] , hierna de passagier, heeft bij de vervoerder een vliegreis geboekt van [vertrekplaats] naar [bestemming] , via [plaats 1] uit te voeren op 4 maart 2019.
Het vluchtschema van de vlucht naar [plaats 1] was als volgt:
datum
vluchtnr
Van
naar
vertrek (UTC)
Aankomst(UTC)
04/03/2019
[vluchtnummer]
[vertrekplaats]
[plaats 1]
05:50
07:20
De vlucht is geannuleerd. De passagier is door de vervoerder omgeboekt naar een vlucht van [vertrekplaats] naar [bestemming] via [plaats 2] . De passagier is met een vertraging van meer dan twee uur aangekomen op de eindbestemming.
In het OCC rapport is ter zake van de vlucht opgenomen:‘Due to weather and/or ATC problems’
Uit Metar (Meterological Aerodrome Report) data volgt dat op 4 maart 2019 op 05:25 UTC ter zake van [vertrekplaats] is opgenomen:‘22018KT 190V250’Dit betekent dat er sprake is van een zuidwestenwind, draaiend tussen 190 en 250 graden (180 is zuid, 270 is west, kantonrechter), windkracht 5.
Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) heeft in een verklaring van 16 juli 2019 opgenomen:‘We state that due to the strong wind conditions at (…) [vertrekplaats] the air traffic had to be regulated by Air Traffic Control between 06:00 and 21:00 Local Time (LT) on 4 March 2019.’
During weather conditions/due to reasons as mentioned above the applicable rules and procedures prescribe a capacity regulation, to make sure that safety stays on the same high level as during ‘normal ‘weather’ conditions.
As a result Air Traffic Control The Netherlands was forced to report a capacity reduction for air traffic to [vertrekplaats] to EUROCONTROL, Network Manager. (…)
Based on all the information available, the Network Manager provides so-called CTOT’s to airlines. A CTOT (…) is a timeframe for the departure or arrival time of an aircraft.
During this timeframe the number of flights intending to depart and arrive exceeded the capacity available (…)
De passagier heeft de vordering gecedeerd aan Flightright. Flightright heeft bij de vervoerder aanspraak gemaakt op compensatie ten gevolge van de vertraging van de vlucht.
De vervoerder heeft geweigerd de compensatie te betalen.
Vordering en verweer
2. Flightright vordert dat de vervoerder bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:a. € 250,00 aan hoofdsom te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2019 tot de algehele voldoening;b. € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten te vermeerderen met de wettelijke rente;c. de proceskosten.
3. Flightright baseert de vordering op Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening). Flightright stelt dat de vervoerder vanwege de vertraagde aankomst op de eindbestemming gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 lid 1 van de Verordening.
4. Flightright stelt daartoe – kort gezegd – dat geen sprake was van een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. De weersomstandigheden ten tijde van de vlucht waren voldoende om te vliegen. De weersomstandigheden hebben de uitvoering van de vlucht niet verhinderd. De Eurocontrol regulaties waar de vervoerder naar verwijst betreffen enkel het inkomende vliegverkeer, niet het vertrekkende vliegverkeer. EHAMA, staat voor [vertrekplaats] (EHAM) en Arrival (A). De vervoerder bepaalt naar aanleiding van de algemene capaciteitsreductie welke vluchten hij annuleert. Kennelijk had hij er baat bij om onderstaande vlucht te annuleren. Dit is een operationele beslissing die niet kan worden aangewend ter afwending van het betalen van compensatie.
5. De vervoerder voert verweer en voert – kort gezegd – aan dat sprake is van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening, waardoor geen compensatie verschuldigd is. De capaciteit ten tijde van de vlucht was beperkt door LVNL en Eurocontrol wegens slechte weersomstandigheden. Eurocontrol heeft regulaties afgekondigd ten gevolge van het slechte weer. Op en rond de vertrektijd van de vlucht konden er slechts 40 vluchten worden verwerkt in plaats van 68 zo volgt uit de Eurocontrol regulatie (Regulation,‘EHAMA, 40). Dit betreft zowel het aankomend als vertrekkend verkeer. Zowel rechters in Nederland als in het buitenland oordelen dat een capaciteitsreductie een buitengewone omstandigheid betreft. Dit is onder meer het geval in het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 maart 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:2275). Voorts is in 5.4 van de Interpretatieve richtsnoeren betreffende Verordening (EG) nr. 261/2004 van de Commissie – hierna de Richtsnoeren – opgenomen dat overeenkomstig overweging 14 van de Verordening er sprake is van buitengewone omstandigheden als een luchtvaartmaatschappij een vlucht op een overbelaste luchthaven moet uitstellen of annuleren wegens slechte weersomstandigheden, ook als dit tot capaciteitstekort leidt.
6. De vervoerder heeft de passagiers omgeboekt op de eerst beschikbare alternatieve vlucht.
7. Op de (overige) stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Beoordeling
Uitgangspunt
8. Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan twee uur is aangekomen op de eindbestemming, zodat de vervoerder op grond van artikel 5 lid 1 c onder III jo artikel 7 lid 1 van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van een buitengewone omstandigheid als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Gelet op de doelstelling van de Verordening, die volgens overweging 1 van de Verordening erin is gelegen een hoog niveau van bescherming van passagiers te waarborgen, en het feit dat artikel 5, lid 3, van de Verordening een afwijking is van het beginsel dat passagiers recht op compensatie hebben in geval van annulering van hun vlucht, moet het begrip “buitengewone omstandigheid” in de zin van deze bepaling echter strikt worden uitgelegd (zie ook het arrest van het Hof van Justitie van 23 maart 2021, Airhelp/SAS, ECLI:EU:C:2021:226).
Onderbouwing buitengewone omstandigheid
9. Van de vervoerder mag verwacht worden dat hij de gestelde buitengewone omstandigheid, in casu de capaciteitsreductie, onderbouwt en tevens met name onderbouwt wat de gevolgen daarvan zijn voor de geplande vlucht. Daarin is hij niet geslaagd. De vervoerder moet onderbouwen dat hij geen andere mogelijkheid had dan de vlucht te annuleren. Dat heeft hij nagelaten. Reeds gelet daarop is het arrest van het hof Amsterdam van 23 augustus 2022 (ECLI:GHAMS:2022:2422) op dit punt niet relevant voor onderhavige zaak. In die situatie was sprake van een verzoek van de luchthavenexploitant aan alle luchtvaartmaatschappijen om een algemene capaciteitsreductie door te voeren van 30% voor inkomend en uitgaand vliegverkeer, hetgeen de facto een beperking van 30% van de geplande vluchten betekent. Gesteld noch gebleken is dat dit hier het geval was. Het betreft in deze zaak een verzoek van LVNL tot een capaciteitsreductie, hetgeen een procentuele vermindering betreft van het aantal vastgestelde maximale vliegbewegingen, vastgesteld door LVNL. Van de vervoerder had derhalve verwacht mogen worden te onderbouwen wat de gevolgen waren van de capaciteitsreductie. Dat is niet gebeurd.
10. Voor het overige heeft de vervoerder de buitengewone omstandigheid eveneens onvoldoende onderbouwd. De vervoerder onderbouwt de buitengewone omstandigheid met regulaties van het vliegverkeer, opgelegd door Eurocontrol. De vervoerder heeft gesteld dat deze regulaties zowel het vertrekkende verkeer als het aankomende verkeer betreffen. De kantonrechter gaat daar niet van uit. Uit de verklaring van LVNL volgt dat de regulaties enkel het aankomende verkeer betroffen (‘air traffic to [vertrekplaats] ’ ). Daarbij betreft EHAMA de regulatie van het aankomende verkeer en niet het vertrekkende verkeer. EHAM staat voor [vertrekplaats] en A voor Arrival. De vervoerder heeft met het voorgaande de buitengewone omstandigheid onvoldoende onderbouwd.
11. Gelet daarop is de kantonrechter thans, anders dan de kantonrechter te Amsterdam in het bovengenoemde vonnis van 17 maart 2020, van oordeel dat de gestelde buitengewone omstandigheid onvoldoende is onderbouwd. Ook de uitspraken van andere (Europese) rechtbanken geven geen aanleiding om het oordeel in deze zaak anders te doen laten uitvallen. De vraag of, dan wel wanneer, een capaciteitsreductie een buitengewone omstandigheid is, is nooit door het Europees Hof of, inmiddels, het Gerecht beoordeeld omdat de luchtvaartmaatschappijen de zaken die daarvoor in aanmerking kwamen, dan wel aanhangig zijn gemaakt, regelden waardoor geen uitspraak over dit punt is gedaan.
12. Dat in, thans in 5.2.3 onder sub h, van de Richtsnoeren is opgenomen dat sprake is van een buitengewone omstandigheid ‘als een luchtvaartmaatschappij een vlucht op een overbelaste luchthaven moet uitstellen of annuleren wegens slechte weersomstandigheden, ook als dit tot capaciteitstekort leidt’, maakt het voorgaande niet anders alleen al omdat hier geen sprake is van slechte weersomstandigheden in de zin van de Verordening. De onder 1.5 genoemde weersomstandigheden kwalificeren niet daartoe. In dit geval leidt het niet tot het oordeel dat er sprake is van een buitengewone omstandigheid.
13. Hetgeen overigens is aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
Hoofdsom en wettelijke rente
14. Dat betekent dat de hoofdsom toewijsbaar is als gevorderd. De gevorderde wettelijke rente daarover zal worden toegewezen als gevorderd. Het betreft immers een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade, die gelet op artikel 6:83 sub b Burgerlijk Wetboek (BW) terstond opeisbaar is. Het verzuim treedt dus zonder ingebrekestelling in op het moment dat de schade geacht wordt te zijn geleden. En dat moment is de datum van de geannuleerde vlucht.
Buitengerechtelijke kosten
15. Flightright heeft niet aangetoond dat er meer dan een enkele standaardbrief aan de vervoerder is verzonden. Daarnaast heeft Flightright naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd gesteld dat de gemaakte kosten betrekking hebben op andere werkzaamheden dan die ter instructie van de zaak of ter voorbereiding van de procedure. Flightright heeft derhalve onvoldoende gespecificeerd en onderbouwd dat er kosten zijn gemaakt als bedoeld in artikel 6:96 BW. De vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen.
Proceskosten
16. Bij deze uitkomst wordt de vervoerder veroordeeld in de proceskosten als hierna te melden. Nu de aktes na de rolmededelingen buiten beschouwing zijn gelaten is het salaris gemachtigde toewijsbaar als hierna te melden.
BESLISSING
De kantonrechter:
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Flightright van € 250,00 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2019 tot aan de voldoening;
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten, aan de zijde van Flightright tot op heden begroot op:
-griffierecht: € 126,00
-exploot: € 109,71
-salaris: € 80,00
--------------
totaal: € 315,71
inclusief eventueel verschuldigde btw;
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 19,00 aan salaris gemachtigde, inclusief eventueel verschuldigde btw,
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de kosten van betekening van dit vonnis indien de vervoerder niet binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordelingen onder I, II, en III voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.