RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10715425 \ CV EXPL 23-12867
Vonnis van 11 december 2025
in de zaak van
de stichting
STICHTING NEDERLANDSE ACADEMIE VOOR BEELDCREATIE,
gevestigd te Apeldoorn,
eisende partij,
gemachtigde: Van Es Gerechtsdeurwaarders & Inc.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 4 september 2023, met producties.
Gedaagde partij heeft om uitstel voor antwoord verzocht. Dat uitstel is verleend. Vervolgens heeft gedaagde partij niet van antwoord gediend.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
Eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 6.490,00 aan hoofdsom, vermeerderd met rente, incassokosten en proceskosten. Eisende partij stelt dat partijen een onderwijsovereenkomst hebben gesloten.
De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen een handelaar en een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
In het kader van de informatieplichten stelt eisende partij dat online, via de website van eisende partij een aanvraag is gedaan. Op dat moment is gedaagde partij ook akkoord gegaan met de algemene voorwaarden.
Eisende partij heeft geen schermafdrukken van het aanvraagproces overgelegd. Hierdoor kan niet worden getoetst welke informatie op welke manier aan gedaagde partij is verstrekt. Evenmin is gemotiveerd uiteengezet of inzichtelijk gemaakt hoe het digitale ondertekeningsproces verloopt. De (bevestiging van de) overeenkomst lijkt geautomatiseerd te zijn opgesteld na de online inschrijving. Het is in ieder geval geen weergave van wat gedaagde partij gezien heeft bij de online aanmelding.
Nu de totstandkoming van de overeenkomst niet inzichtelijk is gemaakt, kan niet worden getoetst of eisende partij heeft voldaan aan haar informatieplichten. Door de voor de beoordeling van belang zijnde informatie niet volledig te verstrekken, heeft eisende partij niet voldaan aan haar stelplicht (verwezen wordt naar overweging 3.1.17 van het Arvato-arrest, ECLI:NL:HR:2021:1677 en de naar aanleiding van dat arrest tot stand gekomen richtlijn sanctiemodel essentiële informatieplichten). Dat leidt tot afwijzing van de vordering.
Eisende partij wordt bij deze uitkomst als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van gedaagde partij, die worden begroot op nihil.
3. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering af,
veroordeelt eisende partij in de proceskosten, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
991