ECLI:NL:RBAMS:2025:10071

ECLI:NL:RBAMS:2025:10071, Rechtbank Amsterdam, 04-12-2025, 13-288454-24

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 04-12-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer 13-288454-24
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Tussenuitspraak. Vervolgings-EAB Italie. Nadere informatie opgevraagd ten aanzien van de genoegzaamheid van het EAB.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-288454-24

Datum uitspraak: 4 december 2025

TUSSEN-UITSPRAAK

op de vordering van 16 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 17 juli 2024 door de Rechtbank van Palermo, Italië, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon],

geboren in [geboorteplaats] (Nigeria) op [geboortedag] 1994,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[BRP-adres],

gedetineerd in [Penitentiaire Inrichting],

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 26 november 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. H. Raza, advocaat in Rotterdam, en door een tolk in de Engelse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nigeriaanse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB in samenhang gelezenmet het A-formulier vermeldt een bevel tot toepassing van de voorlopige hechtenismaatregel uitgevaardigd door the Court of Palermo op 29 april 2024 met referentienummer Proc. nr. 3593/2021 RGNR nr. 4365/2023 r.g. g.i.p.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Italiaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.

Genoegzaamheid

Het standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd omdat het EAB niet genoegzaam is. Zo wordt in het EAB bij de beschrijving van de feiten een andere naam dan die van de opgeëiste persoon genoemd. Ook moet worden gegist naar het doel van de criminele organisatie waarvan de opgeëiste persoon wordt verdacht lid te zijn geweest.

De Engelse vertaling van de aanvullende informatie van 20 november 2025 is op meerdere punten taalkundig onduidelijk. Ook bevat de aanvullende informatie inhoudelijke onduidelijkheden. Zo is de datum met ‘permanently’ onbepaald, waardoor de pleegperiode niet duidelijk is, en zijn ten aanzien van ‘head 8’ en ‘head 26’ de pleegplaatsen onbekend. Op grond van het EAB en de aanvullende informatie kan het specialiteitsbeginsel dan ook niet worden gewaarborgd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het EAB genoegzaam is. Het EAB ziet op vier feiten waaronder één keer deelname aan een criminele organisatie en drie feiten van witwassen, gepleegd vanaf 2020 in verschillende plaatsen en landen, met als rol die van mededader. De officier van justitie heeft er - onder verwijzing naar jurisprudentie – op gewezen dat een ruime pleegperiode is toegestaan, dat een land als pleegplaats voldoende is en dat het ontbreken van twee pleegplaatsen geen ongenoegzaamheid oplevert nu de feiten in onderling verband en samenhang moeten worden bezien. Ook is bij een feit dat op het wereldwijde web plaatsvindt het ontbreken van een pleegplaats eerder toegestaan. Tot slot is het vaste jurisprudentie dat bij een vervolgings-EAB het onderzoek nog gaande is, waarbij de pleegplaats en pleegperiode kunnen worden aangevuld. Ten aanzien van de taalkundige onduidelijkheden in de Engelse vertaling van de aanvullende informatie heeft de officier van justitie opgemerkt dat deze worden weggenomen door een vertaling van de oorspronkelijke, Italiaanse, tekst met Google translate.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat het EAB gegevens moet bevatten op basis waarvan het voor de opgeëiste persoon duidelijk is waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Verder moet het voor de rechtbank duidelijk zijn of het verzoek voldoet aan de in de OLW genoemde vereisten. Zo moet het EAB een beschrijving bevatten van de omstandigheden waaronder de strafbare feiten zijn gepleegd, met vermelding van, in ieder geval, het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten. Die beschrijving moet ook de naleving van het specialiteitsbeginsel kunnen waarborgen.

Met de raadsman constateert de rechtbank dat in het EAB in de feitsomschrijving een andere naam dan die van de opgeëiste persoon wordt genoemd, zodat onduidelijk is in hoeverre de feitsomschrijving in het EAB van toepassing is op de opgeëiste persoon. Daarnaast vermeldt het EAB geen pleegdatum of pleegperiode en ook geen pleegplaats. Hoewel dat wel geldt voor het A-formulier en de aanvullende informatie, is die informatie op verschillende punten tegenstrijdig, bijvoorbeeld ten aanzien van de daarin genoemde data. Met de raadsman is de rechtbank verder van oordeel dat de aanvullende informatie is voorzien van een vertaling in de Engelse taal die op punten onbegrijpelijk is. Met name de feiten 2 tot en met 4 zijn naar het oordeel van de rechtbank in de huidige vertaling niet genoegzaam omschreven. Deze feiten worden gekwalificeerd als witwassen, maar zijn omschreven als:

“Head 8) Selled in an unknown place in November 16, 2020 Head 25) Selled in Palermo, between December 21-24, 2020 Head 26) selled in an unknown place on October 16, 2021”

Hoewel de officier van justitie op zitting heeft gezegd dat uit een eigen vertaling van de Italiaanse tekst (met Google translate) wel duidelijk zou blijken waar de verdenking op ziet, merkt de rechtbank op dat de officiële talen in de overleveringsprocedure Nederlands en Engels zijn. De rechtbank kan daarom niet uitgaan van de aanvullende informatie in de Italiaanse taal, of een eigen, informele, vertaling daarvan.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het onderzoek heropenen en schorsen om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit te verzoeken om een omschrijving van de strafbare feiten te verschaffen met, in ieder geval, informatie over het tijdstip, de plaats en de mate van betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de strafbare feiten.

Voorwaardelijk schorsingsverzoek

Voor het geval dat de rechtbank aanleiding zou zien om de behandeling van de zaak aan te houden om nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen, heeft de raadsman verzocht het bevel gevangenhouding te schorsen.

De officier van justitie heeft zich verzet tegen schorsing van het bevel gevangenhouding.

De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van het bevel gevangenhouding af. Het wettelijk systeem van de OLW is zo ingericht dat de vrijheidsbeneming van de opgeëiste persoon dient ter voorkoming van vluchtgevaar. De rechtbank is van oordeel dat in dit geval de opgeëiste persoon onvoldoende binding met Nederland heeft om dit vluchtgevaar met schorsingsvoorwaarden te ondervangen.

4. Beslissing

HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in gelegenheid te stellen de hiervoor onder 3.1 genoemde vraag voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit;

BEPAALT dat de vordering opnieuw op zitting moet worden gepland uiterlijk 10 dagen voor 30 december 2025, zijnde het einde van de verlengde beslistermijn;

BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en

tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman;

BEVEELT de oproeping van een tolk in de Engelse taal tegen de voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. A.K. Glerum, voorzitter,

mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 december 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.K. Glerum

Griffier

  • mr. E.A. Harland

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?