ECLI:NL:RBAMS:2025:10109

ECLI:NL:RBAMS:2025:10109, Rechtbank Amsterdam, 11-12-2025, 13/241372-25

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 05-01-2026
Zaaknummer 13/241372-25
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Executie-EAB Polen. Art. 6a OLW: Beslissingsstaat heeft toestemming gegeven voor het overnemen van de straf. Het certificaat en het veroordelende vonnis zijn toegezonden. De tenuitvoerlegging van de Poolse straf wordt overgenomen door Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/241372-25

Datum uitspraak: 11 december 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 16 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 4 oktober 2010 (en op 26 oktober 2015 gewijzigd) door de Sąd Okręgowy w Zamościu II Wydział Karny [District Court in Zamość Second Penal Division], Polen, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1982,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

feitelijk verblijvend op het adres: [adres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting 13 november 2025

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 november 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. D.S. Altena, advocaat in Utrecht (waarnemend voor mr. R. Zilver), en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.

Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

Tussenuitspraak

Bij tussenuitspraak van 27 november 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en geschorst in verband met een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 4 september 2025, in de zaak CJ (hierna: de zaak CJ) dat van belang is voor de toepassing van artikel 6a OLW.

Zitting 9 december 2025

De behandeling van het EAB is, met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de zitting van 9 december 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, D.S. Altena (waarnemend voor mr. R. Zilver), en door een tolk in de Poolse taal.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Tussenuitspraak van 27 november 2025

Bij tussenuitspraak van 27 november 2025 heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW, en de strafbaarheid van het feit. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 6a OLW

De rechtbank verwijst allereerst naar haar overwegingen onder punt 6 van de tussenuitspraak van 27 november 2025. Die overwegingen moeten als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

Standpunt van de raadsvrouw

De raadsvrouw verzoekt de rechtbank de overlevering te weigeren op grond van artikel 6a OLW en de tenuitvoerlegging van de straf over te nemen. Daarnaast verzoekt zij de rechtbank om uitdrukkelijk in de beslissing op te nemen dat zij voornemens is een verzoek in te dienen na de uitspraak van de rechtbank om bij de tenuitvoerlegging rekening te houden met de in Polen geldende regeling, waarbij de opgeëiste persoon na het uitzitten van de helft van de straf in aanmerking zou komen voor vervroegde invrijheidstelling.

Standpunt van de officier van justitie

Volgens de officier van justitie kan de overlevering op grond van artikel 6a OLW worden geweigerd onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de straf, omdat het vereiste certificaat en het onderliggende vonnis inmiddels zijn ontvangen.

Oordeel van de rechtbank

In voornoemde zaak CJ heeft het HvJ EU zich op 4 september 2025 uitgesproken over de situatie dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit artikel 4, punt zes, van het Kaderbesluit 2002/584/ JBZ wenst toe te passen. Het betreft de situatie, zoals hier aan de orde, dat de rechtbank de overlevering wil weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in Nederland wil bevelen. Zoals de rechtbank in haar uitspraak van 30 september 2025 heeft overwogen volgt uit dat arrest – kort samengevat – dat toestemming van de beslissingsstaat vereist is voordat de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf door een ontvangende lidstaat kan worden overgenomen. Die toestemming wordt uitgedrukt door toezending van het certificaat zoals opgenomen in bijlage 1 bij het Kaderbesluit 2008/909/JBZ en het vonnis waarbij de straf is opgelegd.

In deze zaak heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit op 17 november 2025 het certificaat en het veroordelende vonnis toegezonden. Dit betekent dat de uitvaardigende justitiële autoriteit toestemming heeft gegeven voor het overnemen van de straf door Nederland.

De rechtbank zal daarom de overlevering weigeren en gelijktijdig de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf in Nederland bevelen. Daarbij zal de rechtbank op grond van artikel 27, vierde lid, OLW de gevangenhouding van de opgeëiste persoon tot aan de tenuitvoerlegging van die vrijheidsstraf bevelen.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat de weigeringsgrond van artikel 6a OLW van toepassing is. De rechtbank ziet geen aanleiding om af te zien van toepassing van die weigeringsgrond. Om die reden wordt de overlevering geweigerd onder gelijktijdige overname van de tenuitvoerlegging van de straf.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2 en 10 Opiumwet en 2, 5, 6a en 7 OLW.

7. Beslissing

WEIGERT de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan de Sąd Okręgowy w Zamościu II Wydział Karny [District Court in Zamość Second Penal Division], Polen;

BEVEELT de tenuitvoerlegging van de in overweging 3 van de tussenuitspraak van 27 november 2025 bedoelde vrijheidsstraf in Nederland, te weten een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar;

HEFT OP de – geschorste – overleveringsdetentie van [de opgeëiste persoon];

BEVEELT de gevangenhouding van [de opgeëiste persoon] tot aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Dit bevel is afzonderlijk opgemaakt.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M. Westerman, voorzitter,

mrs. M. Scheeper en J.T.H. Zimmerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier.

en uitgesproken ter openbare zitting van 11 december 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. M. Westerman

Griffier

  • mr. D.F.A. Reuvekamp

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?