RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11615718 \ CV EXPL 25-4993
Vonnis van 11 december 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap N.V. UNIVÉ SCHADE,
gevestigd te Assen,
eisende partij,
gemachtigde: Flanderijn & Van Eck Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 maart 2025, met producties,
- het tegen gedaagde partij verleende verstek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
De eisende partij vordert veroordeling van gedaagde partij tot betaling van € 6.950,00 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten. Gedaagde partij heeft in het kader van een betalingsregeling een bedrag van € 2.450,00 voldaan.
De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag dat de eisende partij schade heeft vergoed naar aanleiding van een door de gedaagde partij veroorzaakt ongeval. Er bestond echter geen dekking voor deze schade, omdat gedaagde partij de verzekeringspremie niet (tijdig) heeft betaald.
Aangezien de vordering voortvloeit uit het zogenoemde na-risico als bedoeld in artikel 13 in samenhang met artikel 15 van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorvoertuigen en niet rechtstreeks uit de verzekeringsovereenkomst, zal de kantonrechter de verzekeringsovereenkomst en de daarop toepasselijke algemene voorwaarden niet ambtshalve toetsen.
Gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van eisende partij worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
339,00
(1 punt × € 339,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.095,64
3. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 4.500,00 (€ 6.950,00 - € 2.450,00), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 18 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 811,34 aan tot 18 maart 2025 vervallen wettelijke rente,
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen een bedrag van € 874,23 aan buitengerechtelijke incassokosten,
veroordeelt gedaagde in de proceskosten van € 1.095,64, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als gedaagde partij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. L. van Berkum en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.
519