ECLI:NL:RBAMS:2025:10170

ECLI:NL:RBAMS:2025:10170, Rechtbank Amsterdam, 11-12-2025, C/13/769213 HA RK 25-161

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 11-12-2025
Datum publicatie 21-01-2026
Zaaknummer C/13/769213 HA RK 25-161
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Bodemzaak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

vereffening nalatenschap (4:202 lid 1 sub a BW). Verzoekster en verweerster zijn op grond van art. 4:195 lid 1 BW gezamelijk vereffenaar. Verzoek tot benoeming van een vereffenaar op grond van art. 4:203 lid 1 sub a BW wordt afgewezen omdat er onvoldoende aanleiding is om aan te nemen dat er schulden zijn.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer / rekestnummer: C/13/769213 / HA RK 25-161

Beschikking van 11 december 2025

in de zaak van

[verzoeker] ,

te [woonplaats 1] , [staat] (Verenigde Staten),

verzoekende partij, (hierna: verzoekster),

advocaat: mr. J.J. Bakker,

tegen

[verweerder] ,

te [woonplaats 2] ,

verwerende partij, (hierna: verweerster),

advocaat: mr. J.F.M. Kappé.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 14 mei 2025, met producties,

- de tussenbeschikking van 28 augustus 2025, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,

- het verweerschrift van 30 oktober 2025, met producties,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 30 oktober 2025, met de daarin genoemde stukken.

Ten slotte is de beschikking bepaald.

2. De feiten

Verzoekster en verweerster zijn de dochters van mevrouw [erflaatster] (hierna: erflaatster).

Op 20 januari 2016 zijn de goederen van erflaatster door deze rechtbank onder bewind gesteld en is ten behoeve van haar een mentorschap ingesteld. Verweerster werd daarbij benoemd tot bewindvoerder en mentor van erflaatster. Verzoekster woonde in die periode in het buitenland.

In 2018 is erflaatster verhuisd naar een verpleegtehuis, waar zij op [overlijdensdatum] 2024 is overleden.

Verweerster heeft de kosten van de uitvaart van erflaatster en het leeghalen van de kamer van erflaatster in het verpleegtehuis – in totaal € 6.256,25 – voldaan vanaf de bankrekeningen van erflaatster. De bank heeft de rekeningen van erflaatster op 8 januari 2025 geblokkeerd. Op dat moment stond in totaal een bedrag van € 6.916,00 op de rekeningen van erflaatster. Omdat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over een aan te wijzen notaris, is er ten tijde van het indienen van het verzoek nog geen verklaring van erfrecht afgegeven en is de blokkade door de bank niet opgeheven.

Erflaatster heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt. Partijen zijn haar enige erfgenamen. Verzoekster heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard.

3. Het verzoek en het verweer

Verzoekster verzoekt de rechtbank om mevrouw [naam] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren beschikking te benoemen tot vereffenaar van de nalatenschap en te bepalen dat de kosten die voor deze procedure zijn gemaakt worden aangemerkt als kosten die zijn gemaakt ten behoeve van de nalatenschap.

Verzoekster heeft het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Op grond van artikel 4:195 lid 1 jo. artikel 4:202 lid 1 sub a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) zijn partijen vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster. Omdat de relatie tussen verzoekster en verweerster gebrouilleerd is geraakt, is de vereffening van de nalatenschap stil komen te liggen. Partijen kunnen het niet eens worden over de notaris die de verklaring van erfrecht moet opstellen. Daarnaast is het voor verzoekster onmogelijk om te achterhalen wat er met het geld erflaatster is gebeurd. Dit te meer nu verweerster weigert daar duidelijkheid over te verschaffen. Verzoekster kan hierdoor ook niet vaststellen of erflaatster schulden had die nog voldaan moeten worden. Vanwege deze omstandigheden heeft verzoekster geen vertrouwen meer dat partijen de nalatenschap samen kunnen afwikkelen. Naar aanleiding daarvan verzoekt zij de rechtbank een vereffenaar te benoemen.

Verweerster verzet zich tegen toewijzing van het verzoek.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Onvoldoende belang bij het benoemen van een vereffenaar

Omdat verzoekster de nalatenschap beneficiair heeft aanvaard, moet de nalatenschap op grond van artikel 4:202 lid 1 sub a BW worden vereffend volgens de voorschriften van afdeling 4.6.3. BW. Verzoekster en verweerster zijn op grond van artikel 4:195 lid 1 BW gezamenlijk vereffenaar van de nalatenschap. Een vereffenaar heeft de taak de schulden van de nalatenschap te voldoen. De verplichting tot vereffening in het geval dat een nalatenschap beneficiair wordt aanvaard, strekt tot bescherming van de schuldeisers van de nalatenschap. Op grond van artikel 4:203 lid 1 sub a BW kan de rechtbank na een beneficiaire aanvaarding op verzoek van een erfgenaam een vereffenaar benoemen. Verzoekster is erfgenaam én heeft de nalatenschap beneficiair aanvaard. Dat maakt dat zij dit verzoek kan indienen. De wet stelt daar verder geen inhoudelijke eisen aan.

Verweerster stelt dat alle schulden van erflaatster zijn voldaan, waardoor in dit geval geen rol is weggelegd voor een vereffenaar. De rechtbank volgt verweerster daarin. Sinds 2016 heeft verweerster als bewindvoerster van erflaatster jaarlijks rekening en verantwoording afgelegd bij de kantonrechter. De kantonrechter heeft die rekeningen en verantwoordingen steeds goedgekeurd. Uit de rekening en verantwoording over het jaar 2022 blijkt dat het inkomen van erflaatster bestond uit een AOW-uitkering en zorgtoeslag. Op die inkomsten zijn telkens leefgeld, servicekosten van het verzorgingstehuis, bankkosten, ziektekosten, het eigen risico van de zorgverzekering en de beloning van de bewindvoerder in mindering gebracht. Daarnaast blijkt uit diezelfde rekening en verantwoording dat er geen schulden waren. Na het overlijden van erflaatster heeft verweerster eindrekening en verantwoording afgelegd bij de kantonrechter, waaruit nog eens blijkt dat er geen schulden zijn. Ook die rekening en verantwoording is goedgekeurd door de kantonrechter. Verzoekster wil meer zekerheid over wat er tijdens het bewind met het inkomen van erflaatster is gebeurd. Ook wil zij weten welke inboedel nog resteert en wat daarmee is gebeurd. De rechtbank overweegt dat de rekening en verantwoording aan de kantonrechter voldoende zekerheid geeft over het al dan niet bestaan van schulden. Bovendien is daarin onvoldoende aanwijzing te vinden dat het vermogen van erflaatster niet goed beheerd is. Het doen van onderzoek naar de aanwezigheid van nog te verdelen goederen behoort in beginsel niet tot de taken van een vereffenaar, in ieder geval niet indien er geen schulden zijn. Verweerster heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat partijen de inboedel van erflaatster na haar overlijden in gezamenlijk overleg door een kringloopwinkel hebben laten ophalen. Ter verdeling resteren nog twee schilderijen en een krat met badkamerartikelen. Ook heeft verweerster aangegeven dat zij nog beschikt over een kerstservies van verzoekster. Partijen dienen deze goederen te verdelen, maar hier is geen taak voor de vereffenaar weggelegd.

Omdat is niet gebleken dat er nog schulden van de nalatenschap zijn, komt de rechtbank tot het oordeel dat de vereffening van de nalatenschap reeds is voltooid. Verzoekster heeft daarmee geen rechtens te honoreren belang bij haar verzoek. Haar verzoek tot het benoemen van een vereffenaar zal dan ook worden afgewezen.

Hoe nu verder?

Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen overeenstemming bereikt over de notaris die een verklaring voor erfrecht kan afgeven. De kosten van de verklaring voor erfrecht komen ten laste van de nalatenschap. Nadat de verklaring voor erfrecht is afgegeven, moet het saldo op de bankrekeningen van erflaatster tussen partijen worden verdeeld en moeten zij in overleg treden over de verdeling van de resterende goederen uit de inboedel van erflaatster. Indien dit niet tot een oplossing leidt, kunnen partijen de rechter vragen de nalatenschap te verdelen.

Proceskosten komen niet ten laste van de nalatenschap

Omdat het verzoek tot het benoemen van een vereffenaar wordt afgewezen, zal de rechtbank ook het verzoek tot het aanmerken van de kosten van deze procedure als kosten die ten laste moeten komen van de nalatenschap, afwijzen.

Gelet op de familierelatie tussen partijen ziet de rechtbank geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling ten laste van een van hen.

5. De beslissing

De rechtbank

wijst het verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. L. Voetelink, rechter, bijgestaan door mr. M.A. van Eerde, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 december 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. L. Voetelink

Griffier

  • mr. M.A. van Eerde

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?