RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11733792 \ CV EXPL 25-7996
Vonnis van 31 oktober 2025
in de zaak van
de naamloze vennootschap
GOUDSE SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Gouda,
eiseres,
gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BELVILLA NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
procederend in persoon.
Partijen worden hierna Goudse en Belvilla genoemd.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 mei 2025 met producties 1 tot en met 5,
- de schriftelijke reactie daarop,
- het tussenvonnis van 26 juni 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald,
- de aanvullende productie 6 van Goudse,
- het e-mailbericht van de griffier van 29 september 2025 aan Goudse,
- de e-mailberichten van Goudse van 30 september 2025 in reactie daarop,
- de mondelinge behandeling van 1 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; tijdens de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter beslist dat de stukken die Goudse bij haar e-mail van 30 september 2025 heeft overgelegd, niet worden toegevoegd aan het dossier,
- het e-mailbericht van 2 oktober 2025 van Belvilla met het ‘Verzoek tot heropening van de zaak en het plannen van een nieuwe zitting’,
- het e-mailbericht van de griffier van 3 oktober 2025 in reactie daarop.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
Belvilla heeft op 1 januari 2015 een ‘CompleetVerzekerd Mijn personeel’ verzuimovereenkomst afgesloten bij Goudse, met [verzekeringspolis] (hierna: de verzekeringspolis). Daarin is bepaald:
“(...) 3.1.1 Schade. Wat nu?
Houdt u zich bij schade aan de volgende voorwaarde.
U meldt schade aan ons. In de Aanvullende Voorwaarden en de handleiding voor uw verzekering leest u wanneer en hoe u dat moet doen.
U geeft ons alle informatie die belangrijk is om de uitkering vast te stellen. In de Aanvullende Voorwaarden en de handleiding leest u welke informatie wij willen ontvangen.
U geeft uw volledige medewerking. In de Aanvullende Voorwaarden leest u welke medewerking wij van u nodig hebben.
U doet niets wat nadelig zou kunnen zijn voor ons. Na melding van een schade kunnen wij u aanwijzingen geven. U leest er meer over in de Aanvullende Voorwaarden.
Deze voorwaarden gelden ook voor de verzekerden.
Minder uitkering of verval van recht op uitkering
Heeft u of een verzekerde zich niet gehouden aan de hiervoor genoemde voorwaarden?
Dan kunnen wij de uitkering verminderen met de schade die wij daardoor hebben geleden.
Het recht op uitkering kan dan echter ook vervallen. Wanneer vervalt het recht op uitkering? Als:
- wij in een redelijk belang zijn geschaad doordat u of de verzekerde zich niet aan de voorwaarden heeft gehouden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als wij de omvang of toedracht van de schade niet meer goed kunnen vaststellen. Of als wij onze schade hadden kunnen beperken. Bij arbeidsongeschiktheid hadden wij bijvoorbeeld door re-integratieactiviteiten een verzekerde weer (gedeeltelijk) aan passend werk kunnen helpen. (...)”
Belvilla heeft in juni 2023 haar werknemer [naam] ziek gemeld bij Goudse. In de periode van 1 juli tot 1 oktober 2023 heeft Goudse op grond van de verzekeringspolis in totaal € 7.944,83 uitgekeerd aan Belvilla.
Goudse heeft op 15 april 2024 een brief aan Belvilla gestuurd. Daarin staat het volgende:
“(...) Afwijzing uitkering
U ontving € 7.944,83 uitkering over de periode van 1 juli 2023 tot 1 oktober 2023. De VerzuimCoach van de Goudse, heeft u meerdere malen telefonisch en per mail proberen te bereiken om het re-integratieproces van uw zieke werknemer [naam] te bespreken. Helaas bent u tot op heden niet bereikbaar, waardoor het voor de VerzuimCoach niet mogelijk is om te beoordelen of u recht heeft op een uitkering. Hierdoor zijn wij genoodzaakt tot het afwijzen van de claim en vorderen wij het uitgekeerde bedrag € 7.944,83 bij u terug. (...)”
Goudse heeft in deze brief Belvilla een termijn van 14 dagen gegeven om te betalen.
3. Het geschil
Goudse vordert dat de kantonrechter Belvilla bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeelt tot betaling van € 9.898,27, vermeerderd met kosten. Het bedrag is als volgt opgebouwd:
a) € 7.944,83 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding,
b) € 934,41 aan buitengerechtelijke incassokosten (inclusief btw),
c) € 1.019,03 aan al verschenen rente,
Goudse legt daar het volgende aan ten grondslag. Uit hoofde van de verzekeringspolis heeft Goudse aan Belvilla een bedrag van € 7.944,83 uitgekeerd. Goudse kon echter niet beoordelen of Belvilla daar recht op had. Goudse heeft de claim afgewezen. Daarom vordert zij het uitgekeerde bedrag als onverschuldigd betaald terug in deze procedure.
Belvilla wil dat de vorderingen van Goudse worden afgewezen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
Goudse beroept zich op onverschuldigde betaling. Daarvoor is nodig dat Belvilla geld heeft ontvangen van Goudse zonder dat daar een rechtsgrond voor bestaat. De kantonrechter oordeelt dat Goudse het betaalde bedrag onverschuldigd heeft betaald en wijst de vordering daarom grotendeels toe. Hierna wordt uitgelegd waarom.
Goudse heeft uitgekeerd aan Belvilla
Belvilla heeft onvoldoende betwist dat Goudse het bedrag van € 7.944,83 aan haar heeft betaald. Daar gaat de kantonrechter dus vanuit.
Goudse mocht de claim afwijzen waardoor geen rechtsgrond voor de uitkering bestaat
Artikelen 3.1.1 en 3.1.2 van de polisvoorwaarden (zie ov. 2.1) bepalen – samengevat – dat wanneer de verzekerde aan Goudse geen informatie verstrekt die belangrijk is om de uitkering vast te stellen, het recht daarop kan vervallen. Die bepalingen zijn duidelijk. Aan het standpunt van Belvilla dat de polisvoorwaarden ‘vaag en voor meerdere uitleg vatbaar zijn’ wordt daarom voorbijgegaan.
Daar komt bij dat Belvilla ook op grond van de wet verplicht is om binnen een redelijke termijn informatie te verstrekken die van belang is voor het beoordelen van de uitkeringsplicht. Een verzekeraar mag bedingen dat het recht op uitkering vervalt als de verzekerde dat niet doet en de verzekeraar daardoor in een redelijk belang is geschaad. Dat heeft Goudse gedaan in artikel 3.1.2. Aan de voorwaarden van dit artikel is hier voldaan. Goudse heeft namelijk onweersproken gesteld dat zij meerdere keren contact heeft gezocht met Belvilla om het re-integratieproces van de werknemer te bespreken en dat Belvilla daar niet inhoudelijk op heeft gereageerd. Zonder informatie over de ziekte of re-integratiepogingen van de werknemer kan zij dus niet vaststellen of er daadwerkelijk een recht op uitkering bestaat. Per brief heeft zij de claim daarom vervolgens afgewezen (zie ov. 2.3). Dit heeft tot gevolg dat Belvilla de uitkering heeft ontvangen van Goudse zonder dat daar een rechtsgrond voor bestaat. De vordering van € 7.944,83 aan hoofdsom wordt daarom toegewezen.
wettelijke rente
Goudse vordert wettelijke rente als bedoeld in 6:119 BW vanaf 30 april 2024 tot de dag van volledige betaling over de hoofdsom. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is niet betwist. De renteberekening van Goudse tot aan de dagvaarding is echter niet inzichtelijk. De rente wordt daarom toegewezen vanaf 30 april 2024.
buitengerechtelijke incassokosten
Goudse vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 934,41. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal. Daarbij geldt dat de wettelijke tarieven van het Besluit geacht worden redelijk te zijn. Goudse heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Goudse heeft vergoeding van btw gevorderd over de vergoeding voor buitengerechtelijke kosten en gesteld omzetbelasting niet te kunnen verrekenen. Daarom wordt de vergoeding verhoogd met btw. Op grond van het Besluit is het gevorderde bedrag bij een bedrag van € 7.944,83 aan hoofdsom redelijk. Dit bedrag wordt toegewezen.
Proceskosten
Belvilla is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Goudse worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
147,32
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.503,32
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt Belvilla om aan Goudse te betalen een bedrag van € 7.944,83 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 30 april 2024, tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt Belvilla om aan Goudse te betalen een bedrag van € 934,41 aan buitengerechtelijke kosten,
veroordeelt Belvilla in de proceskosten van € 1.503,32, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Belvilla niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
wijst het meer of anders gevorderde af,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schaberg, rechter, bijgestaan door mr. L.M. Garritsen, griffier en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2025.