ECLI:NL:RBAMS:2025:10299

ECLI:NL:RBAMS:2025:10299, Rechtbank Amsterdam, 03-07-2025, 761688 / HA ZA 25-16

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 03-07-2025
Datum publicatie 19-12-2025
Zaaknummer 761688 / HA ZA 25-16
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Mondelinge uitspraak
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Mondeling vonnis. Is een overeenkomst tot stand gekomen? Bewijsopdracht.

Uitspraak

RECHTBANK Amsterdam

Civiel recht

Zaaknummer: C/13/761688 / HA ZA 25-16

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 3 juli 2025

in de zaak van

[eiser] ,

te Amsterdam,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. J.D. Poot,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde] B.V.,

te Amsterdam,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,,

advocaat: mr. E. Swart.

De zitting wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Amsterdam.

De zaak wordt behandeld door mr. H.J. Schaberg, rechter, en mr. P.J. van Vliet als griffier.

Aanwezig zijn:

- [eiser] , voornoemd,

- [naam 1] , financier van [eiser]

- mr. Poot, voornoemd,

- [naam 2] , bestuurder van [gedaagde] ,

- mr. Swart, voornoemd.

Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling gesloten en heeft de rechtbank op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1. De beoordeling

Kern van de zaak

Het geschil gaat in de kern om de vraag of partijen een overeenkomst hebben gesloten over de verkoop van 100% van de aandelen in [naam v.o.f.] aan [eiser] en over de beëindiging van een lopende hoger beroepsprocedure.

Standpunt [eiser]

[eiser] stelt dat dit het geval is. Ter onderbouwing daarvan heeft hij verwezen naar de conceptovereenkomsten die tussen partijen zijn uitgewisseld. Met name heeft [eiser] daarbij verwezen naar de conceptovereenkomst die mr. Poot op 13 november 2024 voorzien van commentaar aan de advocaat van [gedaagde] heeft gezonden en die op 14 november 2024 door partijen mondeling is besproken. [eiser] stelt dat tijdens de mondelinge bespreking de opmerkingen zijn doorgenomen en ofwel zijn geaccordeerd door [gedaagde] , ofwel door hemzelf zijn ingetrokken, en dat daarmee overeenstemming tussen partijen is bereikt. Ook stelt hij dat [gedaagde] na 14 november 2024 uitvoeringshandelingen heeft verricht.

Standpunt [gedaagde]

[gedaagde] betwist dat er op 14 november 2024 een overeenkomt tot stand gekomen is. Zij betwist niet dat partijen op 14 november 2024 de conceptovereenkomst van 13 november 2024 hebben besproken, maar stelt dat er tijdens die bespreking met name geen overeenstemming is bereikt over het voorstel van [eiser] om een nader aan te wijzen meester als koper in de overeenkomst op te nemen, alsmede dat er toen geen overeenstemming is bereikt over de prijs. Op 14 november 2024, noch daarna, is er een definitieve overeenkomst tot stand gekomen, aldus [gedaagde] . Volgens [gedaagde] gingen beide partijen ervan uit dat er pas een overeenkomst zou zijn als er een getekende overeenkomst lag.

Toetsingskader

De rechtbank overweegt dat de vraag of een overeenkomst tot stand is gekomen afhankelijk is van hetgeen partijen over een weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen, overeenkomstig de zin die zij daarin in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting door partijen naar voren is gebracht blijkt onvoldoende dat beide partijen voor ogen hebben gehad dat er pas een overeenkomst tot stand zou komen als er een handtekening onder een overeenkomst werd gezet. Een dergelijke bepaling ontbreekt ook in overgelegde conceptovereenkomsten. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de overeenkomst ook mondeling kan zijn gesloten.

Het is daarbij aan [eiser] om te onderbouwen en zo nodig te bewijzen dat er een overeenkomst is gesloten. Hij beroept zich namelijk op de rechtsgevolgen van de gestelde tot stand gekomen overeenkomst. De door [eiser] gestelde handelingen ter uitvoering van gestelde overeenkomst zijn naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om daaruit af te kunnen leiden dat ook [gedaagde] ervan uitging dat een overeenkomst tot stand was gekomen.

Nu [gedaagde] ook overigens gemotiveerd heeft betwist dat die overeenkomst op 14 november 2024 mondeling tot stand is gekomen, is de rechtbank onvoldoende in staat om vast stellen dat partijen inderdaad op 14 november 2024 een overeenkomt hebben gesloten.

Horen getuigen

[eiser] biedt bewijs aan van zijn stelling dat er een overeenkomst tot stand is gekomen door alle middelen rechtens en met name door het horen van getuigen. [eiser] zal tot het bewijs van zijn stelling worden toegelaten. De rechtbank zal [eiser] daarom hierna opdragen te bewijzen dat op 14 november 2024 alle materiële wijzigingen in de conceptovereenkomst van 13 november 2024 zijn geaccepteerd of ingetrokken.

Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

2. De beslissing

De rechtbank

draagt [eiser] op te bewijzen dat op 14 november 2024 alle materiële wijzigingen in de conceptovereenkomst van 13 november 2024 zijn geaccepteerd of ingetrokken,

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 9 juli 2025 voor uitlating door [eiser] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,

bepaalt dat, als [eiser] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,

bepaalt dat, als [eiser] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden augustus 2025 tot en met november 2025 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald, waarbij, zoals ter zitting is besproken, ook meteen dag en uur van de daarna eventueel te houden contra-enquête en eventueel te houden comparitie na enquête zullen worden gereserveerd,

bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. H.J. Schaberg, in het gerechtsgebouw te Amsterdam, Parnassusweg 280,

bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. H.J. Schaberg en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Waarvan proces-verbaal,

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?