beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/780163 / FA RK 25/9536
kenmerk: VCM/IND/187809
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 12 december 2025 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] (Iran),
wonende te [adres] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. H.J.J. Hendrikse te Amsterdam,
zorgaanbieder: Arkin.
1. Procesverloop
Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 11 december 2025, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 10 december 2025 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 december 2025 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk in de Poolse taal;
- de raadsvrouw;
- mw. [naam] , arts;
- de moeder van betrokkene.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
Op grond van artikel 7:7 Wvggz, in samenhang met artikel 7:8 Wvggz, kan de rechter op verzoek van de officier van justitie een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verlenen indien de burgemeester ten aanzien van betrokkene op grond van artikel 7:1 Wvggz een crisismaatregel heeft genomen.
Gelet op artikel 7:1, eerste lid, Wvggz kan deze machtiging slechts worden verleend indien er onmiddellijk dreigend nadeel is, er een ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van betrokkene als gevolg van een psychische stoornis dit dreigend nadeel veroorzaakt, en met de crisismaatregel dit nadeel kan worden weggenomen. Daarbij dient de crisissituatie dermate ernstig te zijn dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht en moet sprake zijn van verzet tegen de zorg als bedoeld in artikel 1:4 Wvggz.
Ter zitting heeft de arts aangegeven dat een voortzetting van de crisismaatregel niet meer nodig is. Betrokkene krijgt ook geen medicatie omdat hij niet psychotisch is. Hij is opgeknapt door slaapdeprivatie en heeft geen zorg meer nodig vanuit een gedwongen kader.
De advocaat heeft verzocht het verzoek af te wijzen.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot het oordeel dat er geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en dat er sprake is van vrijwilligheid. Het verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel zal dan ook worden afgewezen.
3. Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 12 december 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. A.E. van Montfrans, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 18 december 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.