beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/779310 / FA RK 25/9068
kenmerk: ZM/IND/186262
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 12 december 2025 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verblijvende te [verblijfplaats] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. N. de Vos te Amsterdam,
zorgaanbieder: UMC, locatie [locatie] .
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 25 november 2025.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 12 december 2025 in het gebouw van de zorgaanbieder.
Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsvrouw;
- dhr. [naam] , arts.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.
2. Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van psychotische episode in het kader van schizofrenie en stoornis in het gebruik van cannabis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in: ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, alsmede gelet op hetgeen bij de mondelinge behandeling naar voren is gekomen acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk voor de duur van zes maanden:
toedienen van medicatie;
het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
beperken van de bewegingsvrijheid;
onderzoek aan kleding of lichaam;
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen en het nakomen van afspraken met het ambulant behandelteam;
opnemen in een accommodatie.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Door en namens betrokkene wordt primair afwijzing van het verzoek verzocht, omdat betrokkene bereid is vrijwillig mee te werken aan de behandeling. Betrokkene ziet in dat er sprake is van een psychose en dat het een gevolg was van het niet regelmatig innemen van zijn medicatie.
Subsidiair is verzocht de duur van de machtiging te beperken tot drie maanden zodat daarna opnieuw naar de vrijwilligheid kan worden gekeken en zodat betrokkene een beetje autonomie heeft.
Ter zitting heeft de arts aangegeven dat het fijn is dat betrokkene inziet dat het een psychose was. Over de gedragingen die daarbij horen is nog wel een meningsverschil. Ook de samenwerking met FACT is een belangrijk punt, dat is nog niet helemaal rond.
De rechtbank ziet aanleiding om de duur van de machtiging te beperken tot drie maanden. Het is fijn dat het goed gaat met betrokkene, maar er is nog twijfel bij de artsen en spanningen waardoor een zorgmachtiging nog nodig is. Om betrokkene een kans te geven zal de zorgmachtiging voor drie maanden worden toegewezen.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van drie maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] , dat gedurende de looptijd van de machtiging bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.4 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 12 maart 2026.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 12 december 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. A.E. van Montfrans, rechter, bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 18 december 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.