ECLI:NL:RBAMS:2025:10327

ECLI:NL:RBAMS:2025:10327, Rechtbank Amsterdam, 22-12-2025, 25/4225

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 22-12-2025
Datum publicatie 12-01-2026
Zaaknummer 25/4225
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Artikel 60a, tweede lid, van de Participatiewet. Verrekening bijstandsuitkering met WIA-uitkering van het Uwv. Verschil jaaropgave van de gemeente Amsterdam en de declaratie aan het Uwv in beroep alsnog voldoende gemotiveerd. Beroep gegrond. De rechtbank ziet aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden beesluit in stand te laten.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiseres

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

Samenvatting

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 25/4225

(gemachtigde: mr. B. Mous),

en

(gemachtigde: mr. S.S. Kisoentewari).

1. Deze uitspraak gaat over verrekening van de bijstandsuitkering van eiseres met de uitkering die zij van het Uwv ontvangt. Verweerder heeft daartoe een declaratie bij het Uwv ingediend ter hoogte van € 17.218,96 op grond van artikel 60a, tweede lid, van de Participatiewet (Pw). Eiseres stelt dat het verschil tussen de jaaropgave 2024 die zij van verweerder heeft ontvangen en het bedrag van de declaratie niet inzichtelijk is en zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het bestreden besluit een motiveringsgebrek bevat. Het beroep is om die reden gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten. Eiseres krijgt dus gelijk, in de zin dat het bestreden besluit onvoldoende inzichtelijk is gemotiveerd. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 8 juli 2025 is het bezwaar van eiseres deels gegrond verklaard. Het besluit van 17 januari 2025 (het primaire besluit 1) is onzorgvuldig tot stand gekomen en verweerder heeft gedurende de bezwaarprocedure een nieuw terugvorderingsbesluit van 20 maart 2025 (het primaire besluit 2) genomen. Verweerder heeft het verschil tussen de jaaropgaaf 2024 en de declaratie toegelicht en zich op het standpunt gesteld dat de verrekening correct heeft plaatsgevonden.

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft het beroep op 17 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich op 3 november 2025 afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit

3. Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd bij het Uwv. Deze is afgewezen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

4. Eiseres heeft op 15 februari 2024 een bijstandsuitkering bij verweerder aangevraagd. Met een besluit van 28 februari 2024 is aan eiseres vanaf 1 maart 2024 een bijstandsuitkering toegekend naar de norm van een alleenstaande.

5. Met een e-mail van 21 oktober 2024 heeft eiseres verweerder geïnformeerd over de hoorzitting bij het Uwv. Zij schrijft dat, afhankelijk van de beslissing van het Uwv, haar uitkering van het Uwv mogelijk wordt verrekend (met terugwerkende kracht) met haar bijstandsuitkering van de gemeente Amsterdam. Eiseres heeft verweerder verzocht om voor 31 december 2024 aan de Belastingdienst door te geven dat haar uitkering van de gemeente Amsterdam is gecorrigeerd naar nul euro. Anders gaat de Belastingdienst ervan uit dat zij twee uitkeringen ontving in 2024 en bestaat de kans dat zij een groot bedrag moet terugbetalen in 2025. Naar aanleiding van de e-mail van eiseres heeft verweerder het Uwv op 21 oktober 2024 een brief gestuurd met als onderwerp “machtiging tot verrekening”.

6. Op 10 januari 2025 heeft verweerder aan eiseres een jaaropgave 2024 verstrekt. Hierop staat onder andere vermeld dat eiseres in het jaar 2024 een bruto-uitkering van € 15.432,- van de gemeente Amsterdam heeft ontvangen.

7. Verweerder is in het kader van de verrekening een onderzoek gestart en heeft zijn bevindingen vastgelegd in een rapport van 16 januari 2025. Uit dit rapport volgt dat het Uwv verweerder heeft geïnformeerd dat eiseres vanaf 25 september 2023 recht heeft op een WIA-uitkering. Verweerder heeft van het Uwv bericht ontvangen dat er gedeclareerd kan worden. Verweerder zal een declaratie bij het Uwv indienen over de periode vanaf 1 maart 2024 tot en met 31 december 2024.

8. Met het primaire besluit 1 heeft verweerder eiseres geïnformeerd over de declaratie.

9. Met de brief van 17 januari 2025 heeft verweerder het Uwv verzocht om aan hem het brutobedrag van € 17.218,96 te betalen, nu gebleken is dat eiseres recht heeft op een WIA-uitkering. Verweerder heeft over de periode vanaf 1 maart 2024 tot en met 31 december 2024 genoemd bedrag verstrekt.

10. Naar aanleiding van voornoemde stukken hebben eiseres en een medewerker van de afdeling terugvordering van de gemeente Amsterdam op 23 en 24 januari 2025 per e-mail contact gehad.

10. Met het besluit van 27 januari 2025 heeft verweerder vanaf 1 januari 2025 de bijstandsuitkering van eiseres ingetrokken. Verweerder heeft dit besluit gebaseerd op het rapport beëindigingsonderzoek van 27 januari 2025. Eiseres ontvangt een arbeidsongeschiktheidsuitkering waarmee zij in de kosten van levensonderhoud kan voorzien.

12. Eiseres heeft tegen het primaire besluit 1 op 10 februari 2025 bezwaar gemaakt. Verweerder heeft de e-mailcorrespondentie met eiseres vastgelegd in een rapport van 12 februari 2025. Verweerder heeft in een e-mail van 13 maart 2025 aan de gemachtigde van eiseres erkend dat is verzuimd om een terugvorderingsbesluit te nemen.

13. In deze periode is ook aan eiseres een uitkeringsspecificatie van 27 februari 2025 verstrekt. Hierop staat vermeld dat een bedrag van € 456,71 aan vakantiegeld wordt uitbetaald.

14. Met het primaire besluit 2 heeft verweerder alsnog een terugvorderingsbesluit genomen. Verweerder vordert op grond van artikel 58, tweede lid, aanhef en onder f, onderdeel 2, van de Participatiewet (Pw) de te veel verstrekte bijstand van eiseres terug. Het gaat om een brutobedrag van € 17.218,96. Op 23 januari 2025 heeft verweerder eiseres een berekening van dit bedrag gestuurd. Op grond van artikel 60a, tweede lid, van de Pw is het brutobedrag van € 17.218,96 rechtstreeks bij het Uwv gedeclareerd.

15. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres, gelet op artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht, in behandeling genomen als zijnde gericht tegen het primaire besluit 2. Het primaire besluit 2 treedt in de plaats van het primaire besluit 1. Met het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit 2 aangevuld. Verweerder heeft het bezwaar deels gegrond verklaard. Verweerder is het met eiseres eens dat de werkwijze rondom de primaire besluiten 1 en 2 niet zorgvuldig en niet transparant is verlopen. Verweerder biedt hiervoor zijn excuses aan. Verweerder heeft het verschil tussen de jaaropgaaf 2024 en de declaratie toegelicht. In het bestreden besluit staat onder andere vermeld dat:

“Een jaaropgaaf wordt afgegeven door een inhoudingsplichtige op grond van de wetgeving over de loonbelasting. Het bestaat uit de uitbetaalde netto-bijstandsuitkering met de daarover af te dragen loonbelasting/ premie volksverzekeringen over het jaar 2024. Daarop is tevens vermeld de af te dragen inkomensafhankelijke bijdrage Zvw.

De declaratie is gebaseerd op de totaal verleende periodieke bijstandsuitkering, verhoogd met vakantietoeslag, de afgedragen loonheffing/ premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Dat is niet gebonden aan een kalenderjaar. De declaratie van 17 december 2024 van de gemeente naar het UWV moet voldoen aan de regels in (de bijlage van) het Besluit verrekening van sociale uitkeringen van 11 december 2000 en de Rekenregels en handleiding loonbelasting/premie volksverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zvw over bijstand 2024, met name hoofdstuk 7.

De jaaropgaaf en de declaratie zijn dus niet met elkaar te vergelijken. Aan de basis daarvan liggen verschillende bedragen ten grondslag, zoals met en zonder vakantiegeld.”

Het standpunt van eiseres

16. Eiseres voert aan dat verweerder het verschil van € 1.786,- tussen de jaaropgaaf 2024 (bruto inkomen van € 15.432,-) en de declaratie (van € 17.218,96) niet inzichtelijk heeft gemaakt. Dat het gaat om twee verschillende stukken is onvoldoende. Inzicht in de exacte berekening en motivering hiervan ontbreekt. Eiseres bestrijdt dat de verrekening over een heel jaar moet worden getrokken, het betreft hier een verrekening van negen maanden. Volgens eiseres is het verschil van € 1.786,- nog steeds niet duidelijk en verweerder heeft nagelaten om uit te leggen welke gevolgen die berekening heeft voor hetgeen zij moet terugbetalen. Volgens eiseres heeft verweerder dan ook ten opzichte van haar onrechtmatig gehandeld en de zorgvuldigheid geschonden.

Het oordeel van de rechtbank

17. De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. In het bestreden besluit is het verschil tussen de jaaropgave 2024 en de declaratie die is ingediend bij het Uwv toegelicht. Daarbij is echter ten onrechte vermeld dat op de jaaropgave 2024 de uitbetaalde netto-bijstandsuitkering staat vermeld, terwijl het gaat om een bruto bedrag. Daarnaast is ten onrechte gesproken van de declaratie van 17 december 2024 in plaats van 17 januari 2025. Ook is nagelaten om met een (nadere) cijfermatige berekening het verschil tussen de jaaropgave 2024 en de declaratie inzichtelijk te maken.

18. Verweerder heeft in het verweerschrift een berekening gemaakt van het bedrag dat is gedeclareerd: het bruto bedrag van € 15.432,- + € 2.904,- (loonheffing/premie volksverzekeringen) = € 18.336,- minus € 1.014,- (werkgeversheffing Zorgverzekeringswet) = € 17.332,-.

19. Op zitting is besproken dat dit bedrag niet overeenkomt met het bedrag van de declaratie, te weten € 17.218,96. Verweerder heeft toegelicht dat in het verweerschrift is gerekend met de afgeronde bedragen zoals vermeld op de jaaropgave van 2024. Daarnaast heeft verweerder toegelicht dat in totaal een bedrag van € 649,28 aan vakantiegeld aan eiseres is uitbetaald.

20. Verweerder gaat in de toelichting op de declaratie van 17 januari 2025 en in het bestreden besluit uit van een brutoloon van € 16.157,42. De rechtbank heeft dit bedrag niet exact kunnen herleiden, maar meest voor de hand liggend bestaat dit bedrag uit de verstrekte bruto bijstandsuitkering van € 15.432,- (maar dit is een afgerond bedrag en deels inclusief het vakantiegeld dat is uitbetaald in mei 2024) + het vakantiegeld van € 456,71 dat is uitbetaald in 2025 = € 15.888,71. Met het bedrag dat is betaald aan werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet van € 1.061,54, gaat het om een totaal van € 16.950,25.

21. In beide berekeningen is sprake van een (klein) verschil met de declaratie van € 17.218,96. De verschillen zijn volgens verweerder verklaarbaar doordat (deels) is gerekend met afgeronde bedragen. Daarnaast heeft verweerder op zitting verklaard dat eiseres niet is benadeeld en niet zal worden geconfronteerd met een naheffing. Als dat wel het geval is, kan zij zich wenden tot verweerder. Verweerder zal dan onderzoeken op welke manier aan eiseres kan worden tegemoetgekomen, mogelijk in de vorm van bijzondere bijstand.

21. Gelet op het voorgaande en het feit dat eiseres niet met stukken heeft onderbouwd dat de Belastingdienst aan haar een terugbetalingsverplichting heeft opgelegd als gevolg van de verrekening die heeft plaatsgevonden tussen het Uwv en verweerder, ziet de rechtbank aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten.

Conclusie en gevolgen

23. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Omdat verweerder in het verweerschrift en met de toelichting op zitting alsnog voldoende heeft uitgelegd hoe de declaratie tot stand is gekomen en het verschil met de jaaropgave 2024 nader heeft toegelicht, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.

24. Omdat het beroep gegrond is, moet verweerder het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Verweerder moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in totaal € 907,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand blijven;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 907,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.D. Belcheva, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.E. Berghout, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. A.D. Belcheva

Griffier

  • mr. S.E. Berghout

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?