ECLI:NL:RBAMS:2025:10570

ECLI:NL:RBAMS:2025:10570, Rechtbank Amsterdam, 31-12-2025, 13-284657-25

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 31-12-2025
Datum publicatie 06-01-2026
Zaaknummer 13-284657-25
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Vervolgings-EAB uit Duitsland. Evenredigheidsverweer verworpen. Overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-284657-25

Datum uitspraak: 31 december 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 30 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 27 februari 2025 door het Kantongerecht (Amtsgericht) Hildesheim, Duitsland (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[de opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1991,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in [detentieadres] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 18 december 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.A.M. Pijnenburg, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Duitse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft.

3. Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel met het oog op voorarrest, uitgevaardigd door Kantongerecht (Amtsgericht) Hildesheim op 19 februari 2025, met dossiernummer 109 Gs 192/25.

De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.

4. Strafbaarheid

Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW

De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:

illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.

Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5. Evenredigheid

Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft een beroep gedaan op de evenredigheid van het EAB en daartoe aangevoerd dat de overlevering wordt gevraagd voor geringe feiten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de afweging om een EAB uit te vaardigen is voorbehouden aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. Door de uitvoerende justitiële autoriteit wordt de evenredigheid getoetst door te kijken naar het strafmaximum. Nu op het feit een strafmaximum van vijf jaren is gesteld is aan het vereiste van de OLW voldaan en betreft het bovendien geen feit van geringe ernst.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt dat uit het stelsel van overlevering volgt dat een evenredigheidsafweging is ingebed in de afweging tot uitvaardiging van een EAB. De Duitse rechter heeft in deze zaak de afweging gemaakt om een EAB uit te vaardigen. Hiermee is de evenredigheid van de uitvaardiging van het EAB in beginsel gegeven. De keuze voor het uitvaardigen van een EAB door de Duitse autoriteiten gaat niet verder dan nodig is om de doelstelling van het Kaderbesluit – het voorkomen van straffeloosheid – te verwezenlijken. Zeer uitzonderlijke omstandigheden die in dit concrete individuele geval tot een ander oordeel zouden moeten leiden zijn gesteld noch gebleken. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

6. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [de opgeëiste persoon] aan het Kantongerecht (Amtsgericht) Hildesheim, Duitsland, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,

mrs. A.L. op ’t Hoog en D.L.S. Ceulen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 31 december 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. O.P.M. Fruytier

Griffier

  • mr. E.A. Harland

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?