RECHTBANK AMSTERDAM
[de terbeschikkinggestelde],
Strafrecht
Parketnummer rechtbank: 13-665333-17
Rolnummer gerechtshof: 23-003531-18
beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling van:
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats],
verblijvend in [instelling],
hierna te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Procesgang
Bij arrest van het gerechtshof te Amsterdam van 11 november 2021 is de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd na bewezenverklaring van onder meer het misdrijf: diefstal, vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen. Dit is een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De terbeschikkingstelling is daarom niet gemaximeerd tot een periode van vier jaar.
De terbeschikkingstelling is ingegaan op 8 december 2021. Deze maatregel is voor het laatst bij beslissing van deze rechtbank van 28 november 2023 met twee jaar verlengd.
De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie van 8 oktober 2025 op de openbare zitting van 2 december 2025 behandeld. De vordering strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
De rechtbank heeft de terbeschikkinggestelde, zijn raadsvrouw mr. C. Stroobach en de officier van justitie op zitting gehoord.
Daarnaast is [GZ-psycholoog], GZ-psycholoog/coördinerend regiebehandelaar, verbonden aan de instelling, als deskundige gehoord.
Stukken
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
Adviezen
Het advies van de [instelling] luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De diagnose
Betrokkene is gediagnosticeerd met een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken.
De behandeldoelen en het behandelverloop
Betrokkene is gemotiveerd voor psychotherapeutische behandeling en heeft zicht op risico-verhogende cognities en gevoelens. Hij denkt actief na over een zinvolle dagbesteding en is bezig met het vormgeven van werkverlof. Hoewel de copingvaardigheden in het afgelopen jaar verbeterd zijn, blijft zijn impulsiviteit hierin soms een belemmerende factor. Vooral bij het opstarten van onbegeleid werkverlof zal aandacht moeten zijn voor de uitdagingen die hij hier zal tegenkomen, met name wanneer stress en frustratie oplopen. Ook bij het in stand houden van een gezonde financiële situatie, daginvulling en een prosociaal netwerk heeft hij nog ondersteuning nodig.
Hij accepteert de tbs-maatregel inmiddels en realiseert zich behandeling nodig te hebben om zijn toekomst zonder crimineel gedrag vorm te geven. De samenwerking met het behandelteam verloopt goed. Middels zijn begeleide verloven toont hij het geleerde in therapieën in de praktijk toe te kunnen passen. Het resocialisatietraject is afhankelijk van de stappen die betrokkene binnen de behandeling weet te zetten, maar gedacht wordt aan Fivoor de Blink Resocialisatie Rotterdam. Als uiteindelijk uitstroomdoel wordt gedacht aan zelfstandig wonen met ambulante begeleiding.Onlangs is de aanvraag beperkt onbegeleid werkverlof ten behoeve van betrokkene afgewezen. Op het moment zal betrokkene enkel begeleid verlof praktiseren. Indien dit goed verloopt en hier meer zicht op is kan opnieuw onbegeleid (werk)verlof worden aangevraagd.
De risicotaxatie en het risicomanagement
Bij het huidige niveau van zorg en toezicht is het risico op terugval in gewelddadig gedrag matig en is er sprake van redelijk tot veel beschermende factoren. Bij volledig verval van zorg en toezicht is het risico op terugval in gewelddadig gedrag hoog en is er sprake van redelijk beschermende factoren.
Het advies luidt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
Ter zitting heeft de deskundige het advies toegelicht en bevestigd en verklaard dat inmiddels weer onbegeleid verlof is aangevraagd.
Advies van de externe gedragsdeskundigen Het advies van de psychiater die de terbeschikkinggestelde heeft onderzocht luidt – zakelijk weergegeven – als volgt.
De diagnose
Betrokkene heeft een antisociale-persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en beperkt prosociale emoties die tot uiting komt in instrumenteel handelen, gebrekkige impulsregulatie, beperkte agressieregulatie, beperkt verantwoordelijkheidsgevoel, verhoogde neiging tot snelle eigen behoeftebevrediging en gebrekkige gewetensvorming.
De behandeldoelen en het behandelverloop
Betrokkene zal, als hij de huidige prosociale levensdoelen in de praktijk wil gaan brengen, nog een aantal stappen in zijn resocialisatie moeten gaan maken. Dit zal naar mening van onderzoeker vooral moeten blijken uit zijn gedrag; Lukt het hem werk te vinden waarmee hij niet alleen in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien maar ook zijn forse schulden zal kunnen gaan afbetalen? Lukt het hem zich duurzaam aan de regels van de instelling te houden en niet meer te worden ‘betrapt’ op contrabanden, middelengebruik of heimelijke contacten met buiten? Zal de partnerrelatie standhouden en bescherming blijven bieden? Er is daarbij vermoedelijk veel herhaling nodig, en behandelaren dienen alert te blijven op manipulatie, heimelijkheid en de daaruit voortvloeiende onttrekkings- en recidiverisico’s.
Het recidiverisico en risicomanagement
Mede op grond van gestructureerde risicotaxatieinstrumenten schat de onderzoeker het recidiverisico op gewelddadig gedrag in als laag binnen de huidige maatregel, doch oplopend tot hoog bij onmiddellijke beëindiging van de huidige maatregel.Het risico op geweld in bredere zin is eerst en vooral afhankelijk van de keuzes
die betrokkene zelf zal blijven maken. Als hij zich onttrekt, is de kans op terugkeer naar een crimineel circuit aanwezig en zal hij mogelijk opnieuw (instrumenteel) geweld niet schuwen. Langdurig extern risicomanagement zal dit risico inderdaad verminderen, maar zo kan ook niet worden onderzocht of betrokkene inderdaad in woord en daad zijn leven gebeterd heeft.
De psycholoog onderschrijft de gestelde diagnose alsmede de risicotaxatie.
De psycholoog kan de visie van de kliniek op de vraagstelling goed volgen en ziet eveneens het onbegeleide (werk-)verlof als een goede opstap. De grote uitdaging van betrokkene ligt – naar de mening van onderzoeker – op het interpersoonlijke vlak. Het is van belang om hem veel sociale inbedding te geven (arbeidsrelaties/persoonlijke relaties) en hem daarmee te laten oefenen. De vervolgstappen dienen binnen een gestructureerd kader plaats te vinden. Betrokkene heeft hier immers nog te weinig vaardigheden (hoewel er wel gesteld kan worden dat er qua coping een progressie is waar te nemen van direct handelen naar het nemen van een pauze en hulp van derden in te schakelen) en structuur voor in huis.
Beide deskundigen adviseren de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaar te verlengen.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen en dat de termijn van de terbeschikkingstelling moet worden verlengd met twee jaar, omdat aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. De behandeling verloopt voorspoedig, maar voor een verdere uitbreiding van verlof en andere vervolgstappen is zeker nog een een termijn van twee jaar nodig.
De advocaat van de terbeschikkinggestelde heeft bepleit de termijn met één jaar te verlengen. De terbeschikkinggestelde is zich er van bewust dat er zeker nog een termijn van twee jaar nodig is voordat zijn tbs-maatregel kan worden beëindigd. Maar omdat de aanvragen voor onbegeleid verlof steeds worden afgewezen, acht de raadsvrouw een toetsingsmoment over een jaar gewenst om te voorkomen dat er onnodige vertraging optreedt.
Beoordeling
De rechtbank heeft kennisgenomen van alle voorgenoemde stukken. Zij komt op grond van de stukken en hetgeen is besproken ter zitting tot het volgende oordeel.
De terbeschikkinggestelde heeft de afgelopen periode zich goed ingezet voor zijn behandeling en belangrijke stappen gemaakt. Zowel de kliniek als de externe deskundigen verwachten echter dat voor het huidige behandeltraject zeker nog twee jaar nodig is. Ook de terbeschikkinggestelde en zijn raadsvrouw gaan daarvan uit. Uitgangspunt is dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en de resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridisch kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging met één jaar. Begeleid verlof is ingezet en onbegeleid verlof is (wederom) aangevraagd. Het is aan het Ministerie om daarop te beslissen en niet aan de rechtbank. De rechtbank ziet hierin dan ook geen reden om de termijn van terbeschikkingstelling te beperken tot één jaar. Met elke stap die de terbeschikkinggestelde zet, krijgt hij meer vrijheden, wat de echte beloning is voor zijn inzet. De terbeschikkinggestelde zal zijn perspectief moeten vinden in de stappen die hij binnen dit traject kan zetten.
De veiligheid van anderen en/of de algemene veiligheid van personen eist daarom de verlenging van de maatregel en de verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Beslissing
De rechtbank verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Deze beslissing is gegeven door
mr. G.M. Beunk, voorzitter,
mrs. C.P.E. Meewisse en P.B. Spaargaren, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. van Randeraat, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen de beslissing staat voor de terbeschikkinggestelde hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na betekening van deze beslissing.