RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Afdeling Publiekrecht
Team Strafrecht
Parketnummer: 13-362727-24
Datum uitspraak: 20 augustus 2025
Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1968,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres
[adres] .
(hierna: verdachte)
1. Het onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 augustus 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. R. Willemsen en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. J. Karstens, naar voren hebben gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij zich - kort weergegeven – op 6 februari 2024 schuldig heeft gemaakt aan
feit 1
het vervaardigen, het verwerven, het in bezit hebben en het zich de toegang verschaffen tot kinderpornografisch beeldmateriaal (7 foto's en 267 video's);
feit 2
het in bezit hebben, het verspreiden van dierenpornografisch beeldmateriaal (1 foto en 6 video's).
De tenlastelegging is opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.
3. Waardering van het bewijs
Standpunt van het openbaar ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat beide feiten kunnen worden bewezen, met uitzondering van het vervaardigen van afbeeldingen met kinderporno en het verspreiden van afbeeldingen met dierenporno.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte partieel moeten worden vrijgesproken van het vervaardigen van afbeeldingen met kinderporno onder feit 1 en het verspreiden van afbeeldingen met dierenporno onder feit 2.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat verdachte:
feit 1
op 6 februari 2024 te Amsterdam 7 foto’s en 267 video’s en gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten een mobiele telefoon, merk LG G6 en een Hitachi Deskstar en een Notebook Asus L210m en een Kingston gegevensdrager en een CD ROM, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met de penis oraal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de
leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt,
en
het met de penis en/of met een voorwerp vaginaal penetreren van het lichaam van een ander persoon, door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt
en
het geheel en/of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of de borsten en/of de billen van deze persoon in beeld worden gebracht.
feit 2
op 6 februari 2024 te Amsterdam op gegevensdragers:
- een mobiele telefoon, merk LG G6 en
- een Notebook Asus L210m, en
- een CD ROM
1. dierenpornografische foto/afbeelding en
6 dierenpornografische film(s)/video's,
in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen ontuchtige handelingen zichtbaar zijn waarbij een mens en een dier zijn betrokken, welke ontuchtige handelingen bestonden uit (onder meer)
- het vaginaal penetreren/likken van een persoon door een dier en
- het penetreren van een dier door een persoon en
- het betasten en/of aanraken van een dier door een persoon.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.
De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, waaronder de bekennende verklaring van verdachte ter zitting. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.
4. De strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
5. De strafbaarheid van verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.
6. Motivering van de straffen
De eis van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uren, alsmede een gevangenisstraf van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft zij gevorderd hieraan als bijzondere voorwaarden te verbinden: een meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling, waaronder het innemen van medicijnen als de zorgverlener dat nodig vindt, het vermijden van online contact met minderjarigen en het vermijden van digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstaf op de leggen, maar te volstaan met een (gedeeltelijk voorwaardelijke) taakstraf en het taakstrafverbod te negeren. Subsidiair heeft zij verzocht geen langere gevangenisstraf op de te leggen dan één dag.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.
De ernst van de feiten
Op gegevensdragers van verdachte zijn 7 unieke foto’s en 267 video’s, waarvan 12 unieke video’s, met kinderpornografisch materiaal aangetroffen. Achter elke afbeelding die verdachte in zijn bezit had, gaat misbruik van een kind schuil. Het is algemeen bekend dat dit misbruik enorme schade kan toebrengen aan de kinderen die daarvan het slachtoffer zijn. De lichamelijke en psychische schade kan kinderen voor het leven tekenen. Door het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen heeft verdachte bijgedragen aan het in stand houden van de vraag en daarmee het aanbod van dit nare materiaal en daarmee dus ook een bijdrage geleverd aan het in stand houden van kindermisbruik.
Daarnaast is bij de verdachte één foto en zes video’s met dierenpornografisch materiaal aangetroffen. Voor de vervaardiging van dit materiaal zijn dieren misbruikt en geëxploiteerd ten behoeve van behoeftebevrediging van personen.
De persoon van verdachte
Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 10 juli 2025 blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.
Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 14 mei 2025. Hierin heeft de reclassering onder meer het volgende over verdachte gerapporteerd.
De reclassering heeft onvoldoende zicht gekregen op de totstandkoming van het delictgedrag om risico- en beschermende factoren in kaart te brengen. Verdachte rapporteert geen seksuele interesse in kinderen of dieren. Het baart de reclassering zorgen dat er, naast het strafbare materiaal, screenshots zijn aangetroffen waarop verdachte online contact legde met minderjarige meisjes.
De reclassering heeft getwijfeld over het al dan niet adviseren van bijzondere voorwaarden. Veroordeelde heeft op vrijwillige basis al een kortdurend behandeltraject doorlopen en uit risicotaxatie van De Waag blijkt dat er een laag risico op recidive is. De reclassering komt echter tot de conclusie dat een dergelijke forensisch psychologische behandeling nog steeds geïndiceerd is. De Waag was namelijk niet op de hoogte van het (volledige) strafdossier en verdachte beëindigde zelf zijn eerdere behandeling. De reclassering hoopt in het behandelcontact meer zicht te krijgen op de seksualiteitsbeleving van verdachte en
eventuele risicofactoren voor delictgedrag. Hoewel verdachte zelf geen hulpvragen heeft, heeft hij te kennen gegeven zijn medewerking hieraan te zullen verlenen.
De straf
Dat de wetgever het bewezenverklaarde ernstig vindt komt tot uitdrukking in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht. Daarin is bepaald dat in beginsel een taakstraf voor feit 1 niet passend wordt geacht en dat een taakstraf alleen kan worden opgelegd, als eveneens een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel wordt opgelegd. De oriëntatiepunten zoals door rechtbanken onderling afgesproken (LOVS) vermelden voor het bezit/verwerven van kinderporno een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en een taakstraf van 240 uur. Hierbij gaat het om een persoon die niet eerder is veroordeeld voor zedendelicten. Voor het bezit van dierenporno is geen oriëntatiepunt voorhanden.
De rechtbank is van oordeel dat er geen omstandigheden zijn die ertoe leiden dat in strafverlagende zin zal worden afgeweken van het genoemde oriëntatiepunt.
Verder vindt de rechtbank het van belang dat een forse voorwaardelijke straf wordt opgelegd als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden om in de toekomst opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. Het dossier bevat aanwijzingen dat verdachte belangstelling heeft voor minderjarige meisjes en dat vindt de rechtbank zorgelijk, gelet op de aangetroffen kinderporno. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte vindt de rechtbank een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet wenselijk, maar dient de nadruk te liggen op behandeling en het voorkomen van herhaling.
Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 240 uren passend en geboden. Gelet op het taakstrafverbod dat van toepassing is en om recidive te voorkomen, zal de rechtbank daarnaast een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Aan de proeftijd zullen de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering, te weten; een meldplicht bij de reclassering, vermijden online contact met minderjarigen, voorwaarde betreffende vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik en ambulante behandeling, met uitzondering van het innemen van medicijnen als de zorgverlener dat nodig vindt. De rechtbank ziet voor dit laatste (vooralsnog) geen noodzaak.
7. Beslag
Onder verdachte zijn meerdere gegevensdragers en een telefoon in beslag genomen. Nu met behulp van deze voorwerpen de bewezen geachte feiten zijn begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, wordt deze voorwerp onttrokken aan het verkeer.
8. Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22, 36b, 36c, 57, 240b (oud) en 254a (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
9. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3.3 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
feit 1
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben, meermalen gepleegd
feit 2
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 179 (honderdnegenenzeventig) dagen, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
Meldplicht bij reclassering
Veroordeelde meldt zich na oproep bij Reclassering Nederland [plaats] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
Ambulante behandeling
Veroordeelde laat zich behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
Vermijden online contact met minderjarigen
Veroordeelde zoekt op geen enkele wijze online contact met minderjarigen. Hij vermijdt deze contacten zoveel mogelijk.
Voorwaarde betreffende vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik
Dat veroordeelde gedurende de proeftijd:
a. digitale omgevingen vermijdt waarin veroordeelde in aanraking kan komen met
kinderpornografisch materiaal;
digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder a en b zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen a. tot en met c. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die de veroordeelde in gebruik heeft.
Veroordeelde werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en
verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die de veroordeelde in gebruik heeft.
Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van
ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past veroordeelde de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet.
De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen.
De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal zes keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van de veroordeelde zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van de veroordeelde.
Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd
Veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen.
Verklaart onttrokken aan het verkeer:
1) 1 STK Telefoontoestel, LG G6 (G6458687)
2) 1 STK Computer, Hitachi deskstar (G6458691)
3) STK Computer, Asus L210M (G6458700)
4) STK Computer, Flowserve (G6458718)
5) STK Computer, Kingston (G6458756)
Dit vonnis is gewezen door
mr. H.B.W. Beekman, voorzitter,
mrs. K.A. Brunner en M. Smayel, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M. Madiol, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 augustus 2025.
[…]