ECLI:NL:RBAMS:2025:1104

ECLI:NL:RBAMS:2025:1104, Rechtbank Amsterdam, 21-02-2025, 23/6649

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 21-02-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 23/6649
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 2 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om handhavend op te treden tegen een afvoerpijp van een naastgelegen pand. De rechtbank komt tot de conclusie dat de afvoerpijp niet illegaal is (aangebracht). In dit geval was er geen bouwvergunning voor de afvoerpijp nodig, omdat de eigenaar van het naastgelegen pand was gelast om de afvoerpijp aan te brengen. De gegeven last impliceert dan de vereiste toestemming om aan de last te voldoen. Verweerder heeft het verzoek om handhaving daarom terecht afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit Amsterdam, eiseres

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [persoon 1] uit Amsterdam.

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 23/6649

(gemachtigde: mr. G.H. Schoorl)

en

(gemachtigden: mr. H.D. Hosper).

Procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om handhavend op te treden tegen een afvoerpijp (hierna ook: ventilatiekanaal) van het pand [adres 1] . Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

Op 29 oktober 2024 heeft in bijzijn van partijen een onderzoek ter plaatse (descente) plaatsgevonden. Aansluitend heeft de rechtbank het beroep op zitting behandeld. Eiseres is vertegenwoordigd door [persoon 2] en bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Ook de derde-partij is verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en eiseres in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 5 november 2024 kenbaar te maken of zij instemt met het doorverwijzen van de zaak naar een mediator. Op 6 november 2024 heeft de gemachtigde van eiseres bericht dat eiseres niet instemt met mediation.

De rechtbank heeft partijen vervolgens laten weten dat zij een nadere zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een nadere zitting. Vandaag doet de rechtbank uitspraak in het beroep.

Feiten en omstandigheden

2. Eiseres is eigenaar van het pand [adres 2] . Op 22 december 2020 is namens haar een verzoek tot handhaving ingediend tegen een afvoerpijp aan de buitenzijde van het pand [adres 1] . Volgens eiseres is er geen toestemming gegeven voor deze afvoerpijp.

Met het besluit van 28 september 2021 heeft verweerder het handhavingsverzoek toegewezen en aan de derde-partij een last onder dwangsom opgelegd. Daaraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de derde-partij een afvoerpijp heeft aangebracht, terwijl hij daar geen omgevingsvergunning voor had. De derde-partij is vervolgens gelast om de afvoerpijp binnen zes weken te verwijderen en verwijderd te houden. Als hij dat niet doet, moet hij een dwangsom van € 5.000,- betalen.

Met het besluit van 14 november 2022 heeft verweerder het besluit van 28 september 2021 ingetrokken en het handhavingsverzoek afgewezen. Uit stukken die door de derde-partij zijn overgelegd, blijkt volgens verweerder dat geen sprake is van een overtreding. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

Met de beslissing op bezwaar van 4 oktober 2023 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een illegale situatie. Op 13 juni 1997 en 13 november 1997 is de eigenaar van het pand [adres 1] gelast om het bestaande ventilatiekanaal te herstellen op alle verdiepingen of een nieuwe luchtafvoerleiding aan de buitenzijde van de rechterbouwmuur aan te brengen en deze te omkokeren. In dit geval levert de last een omgevingsvergunning vervangende titel op. Dit houdt in dat de eigenaar van het pand de last mocht uitvoeren zonder een daarvoor verleende omgevingsvergunning.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van het handhavingsverzoek van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Is de beslissing op bezwaar zorgvuldig tot stand gekomen?

Eiseres heeft allereerst betoogd dat de beslissing op bezwaar onzorgvuldig tot stand is gekomen. Zo heeft verweerder ten onrechte niet gereageerd op een e-mailbericht van 15 juni 2023, waarin eiseres vragen heeft gesteld over stukken die op de hoorzitting zijn overgelegd. Verder heeft verweerder niet gereageerd op de foto van de diameter van de afvoerpijp, waaruit blijkt dat de diameter 40 centimeter is en geen 25 centimeter. Tot slot heeft verweerder niet aangegeven hoe hij omgaat met de door de derde-partij reeds verbeurde dwangsom.

Deze beroepsgronden falen. Aan de beslissing op bezwaar ligt het advies van de bezwaarschriftencommissie van 13 september 2023 ten grondslag. In de alinea’s 6 en 7 op pagina 4 en 5 van dat advies wordt gereageerd op de opmerkingen die de gemachtigde van eiseres heeft gemaakt in haar e-mailbericht van 15 juni 2023 en op de foto van de diameter van de afvoerpijp. De rechtbank ziet tot slot niet in waarom het feit dat verweerder niet heeft aangegeven of hij de verbeurde dwangsom bij de derde-partij heeft ingevorderd, zou maken dat de beslissing op bezwaar onzorgvuldig zou zijn opgesteld. Eiseres heeft verder ook niet onderbouwd waarom dat wel zo zou zijn, zodat de rechtbank hieraan voorbij gaat.

Is de afvoerpijp aan de buitenzijde van het pand illegaal aangebracht?

Eiseres heeft verder betoogd dat het handhavingsverzoek ten onrechte is afgewezen. De afvoerpijp is namelijk illegaal aangebracht. Volgens de bouwvergunning van 15 juni 1996 dient de afvoerpijp inpandig te worden aangebracht. Verweerder heeft deze vergunning ten onrechte niet in haar besluitvorming betrokken. Het aanbrengen van een afvoerpijp kan verder niet middels een aanschrijving, maar dient constructief te worden getoetst via een vergunningaanvraag.

Deze beroepsgrond slaagt evenmin. Hoewel op 15 juni 1996 een vergunning is verleend voor een inpandige afvoerpijp, heeft het college door de aanschrijvingen op 13 juni 1997 en 13 november 1997 toestemming verleend om een afvoerpijp aan de buitenzijde te realiseren. De derde-partij had voor het realiseren van deze afvoerpijp daarom geen bouwvergunning nodig. Dit is in overeenstemming met vaste rechtspraak waaruit volgt dat geen bouwvergunning is vereist als dient te worden voldaan aan een last (onder bestuursdwang of dwangsom). De gegeven last impliceert dan de vereiste toestemming om aan de last te voldoen. Daarbij is van belang dat verweerder het bevoegde gezag is voor zowel het verlenen van een bouwvergunning als het treffen van handhavingsmaatregelen. Dat betekent dat de afvoerpijp niet illegaal is aangebracht. Dat de afvoerpijp niet in overeenstemming is met de vergunning van 15 juni 1996 doet daar niet aan af.

Voor zover er aan de aanschrijvingen uit 1997, in tegenstelling tot aan de vergunning van 15 juni 1996, geen bouwtekeningen ten grondslag liggen en de afvoerpijp niet constructief is getoetst, kan de rechtbank zich voorstellen dat dat vreemd op eiseres overkomt. Dat doet alleen niet af aan het feit dat verweerder wel toestemming heeft verleend om deze te realiseren. Het had op de weg van eiseres gelegen om, desgewenst, hiertegen bezwaar te maken op het moment dat zij wetenschap kreeg van de realisatie van de afvoerpijp. Dat heeft eiseres niet gedaan.

De brandveiligheid van de afvoerpijp

Eiseres heeft voorts betoogd dat de afvoerpijp niet brandveilig is. De afvoerpijp heeft namelijk geen houten omkokering en evenmin brandkleppen.

Deze beroepsgrond slaagt eveneens niet. De vraag of de afvoerpijp voldoet aan de brandveiligheidseisen is een kwestie van handhaving van het Bouwbesluit en ligt hier niet ter beoordeling voor. Datzelfde geldt voor de stelling dat de afvoerpijp geur- en geluidsoverlast veroorzaakt. Ten aanzien van de brandveiligheid heeft verweerder ter zitting aangeboden om een controle te laten uitvoeren door een bouwinspecteur.

De afvoerpijp en de grond van eiseres

Eiseres heeft tot slot betoogd dat de afvoerpijp boven haar grond hangt en dus ten onrechte ruimte van eiseres inneemt.

Deze beroepsgrond slaagt ook niet. De stelling dat de afvoerpijp zich boven de grond van eiseres bevindt, is iets wat eiseres dient voor te leggen aan de burgerlijke rechter. In deze zaak beoordeelt de rechtbank alleen de afwijzing van het verzoek om handhavend op te treden tegen de afvoerpijp omdat deze zonder bouwvergunning is gerealiseerd. Deze overweging is overigens niet bedoeld als stimulans om een nadere (civiel)rechterlijke procedure te starten. Het verdient de voorkeur dat partijen in onderling overleg tot een oplossing komen. Dit voorkomt juridische escalatie. In dat kader merkt de rechtbank op dat thans de (juridische) situatie door het uitbouwen van het pand van eiseres wellicht ook lastiger is geworden. De uitbouw is namelijk om de afvoerpijp van de derde-partij gerealiseerd, waardoor deze zich nu feitelijk tussen de twee panden bevindt. Bij een oplossing van de kwestie zou gedacht kunnen worden aan het (gezamenlijk) investeren in een ontgeuringsinstallatie (geurfilterkast) als alternatief voor de afvoerpijp.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. De afvoerpijp van [adres 1] is niet illegaal (aangebracht). Verweerder heeft het verzoek om handhaving terecht afgewezen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.R. Bleijendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. Y.Z. van Leeuwen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 februari 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.A.R. Bleijendaal

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?