ECLI:NL:RBAMS:2025:11360

ECLI:NL:RBAMS:2025:11360

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 08-10-2025
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 13/224952-24 (tussentijdse toetsing)
Rechtsgebied Strafrecht; Strafprocesrecht
Procedure Tussenbeschikking
Zittingsplaats Amsterdam

Samenvatting

Beslissing voortzetting ISD-maatregel.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

beslissing

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/224952-24 (tussentijdse toetsing)

Uitspraakdatum: 8 oktober 2025

De rechtbank Amsterdam heeft op 18 oktober 2024 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:

[veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1982,

ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:

[adres 1] ,

en daar gedetineerd in het [detentieadres] (hierna: [detentieadres] ),

hierna: de veroordeelde.

1. Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:

De rechtbank heeft op 24 september 2025 de officier van justitie, mr. M.L. Firet, veroordeelde, de raadsman van veroordeelde, mr. G.L.D. Thomas, advocaat te Amsterdam, en de deskundige [persoon] , als senior-casemanager verbonden aan [detentieadres] , op de openbare terechtzitting gehoord.

2. Beoordeling

Verloop van het ISD-traject

Uit het toetsingsverslag van [detentieadres] blijkt dat de ISD-maatregel op 2 november 2024 is gestart en dat dit de vijfde keer is dat veroordeelde de ISD-maatregel opgelegd heeft gekregen. Op 3 juni 2025 is veroordeelde (extramuraal) geplaatst bij de Forensische Verslavingskliniek (FVK) [naam verslavingskliniek] . Hier ging het niet goed. Er was sprake van ambivalentie ten aanzien van de behandeling, een incident met een medepatiënt en toenemende achterdocht. Op 4 juli 2025 is hij daarom teruggeplaatst in het PPC van de PI [plaats] . Gezien het hoge recidiverisico, het vooralsnog niet hebben van een stabiele woon- en verblijfplaats en het nog niet opgestart hebben van ambulante behandeling is het advies de maatregel voor te zetten ter bescherming van de maatschappij. Op die manier kan tijdens de ISD-maatregel een goede plek gezocht worden waar veroordeelde zowel tijdens als na de maatregel langdurig woonachtig kan zijn.

De deskundige [persoon] heeft het advies om de ISD-maatregel voort te zetten op de openbare terechtzitting bevestigd. Zij heeft daar aan toegevoegd dat veroordeelde naar aanleiding van het laatste trajectbepalingsoverleg op 26 augustus 2025 is aangemeld voor ambulante behandeling bij [naam kliniek] . Er wordt niet meer ingezet op een klinische verslavingsbehandeling. De behandeling door [naam kliniek] zal starten als veroordeelde nog in JCZ verblijft. Verder is veroordeelde aangemeld bij het Leger des Heils. Het streven is om hem binnen het kader van de ISD-maatregel uit te laten stromen naar een woonplek van [naam wooncoöperatie] buiten de regio [adres 2] . Zonder een justitiële titel en op basis van zijn huidige WLZ5-indicatie, kan veroordeelde daar niet verblijven. Vanwege die WLZ-indicatie kan veroordeelde ook niet terecht bij de nachtopvang, zoals hij zelf voorstelt. Het is nog niet bekend of veroordeelde bij [naam wooncoöperatie] geaccepteerd wordt en, zo ja, op welke termijn hij daar terecht kan.

Het standpunt van en namens veroordeelde

Veroordeelde en zijn raadsman hebben ter terechtzitting verzocht om de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel te beëindigen. Daartoe is aangevoerd dat op dit moment in feite sprake is van een kale detentie, aangezien veroordeelde op dit moment verblijft in het PPC en niet op de ISD-afdeling. Om die reden draagt de maatregel op dit moment niet bij aan gedragsverandering. Beëindiging van de maatregel zou de weg vrijmaken voor een civiel/WLZ-zorgtraject met meer kans van slagen. Subsidiair heeft de raadsman de rechtbank verzocht om te bepalen dat binnen drie maanden opnieuw wordt getoetst of de maatregel nog langer noodzakelijk is.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel moet worden voortgezet. Het doel van de ISD-maatregel is om de maatschappij te beschermen en om gedragsverandering te bevorderen. Als veroordeelde nu in vrijheid wordt gesteld zonder dat daar een plan voor ligt, dan is het recidiverisico onverminderd hoog. Dat veroordeelde in het PPC verblijft, betekent niet dat sprake is van een kale detentie.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive. Op grond van artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering moet in dat kader worden vastgesteld of opheffing van de maatregel zal leiden tot te verwachten onveiligheid, overlast of verloedering van het publieke domein. Daarna moet worden bezien of verdere voortzetting van de maatregel niet zinvol is door een omstandigheid die buiten de macht van veroordeelde ligt.

Ter terechtzitting is gebleken dat veroordeelde gemotiveerd is om via een civiel zorgtraject zijn leven weer op te pakken. De rechtbank acht dit echter niet de juiste weg voor veroordeelde. De rechtbank acht de kans te groot dat veroordeelde, bij voortijdige beëindiging van de ISD-maatregel, terugvalt in zijn oude gedrag en weer strafbare feiten gaat plegen. Uit het voortgangsverslag volgt dat bij veroordeelde op verschillende leefgebieden nog problemen bestaan. Hoewel de rechtbank ziet dat veroordeelde gemotiveerd is om hieraan te werken, ziet zij ook dat dit veroordeelde al meer keren niet is gelukt en hij steeds terugvalt in zijn oude gedrag. Het is van belang dat binnen het kader van de ISD wordt gewerkt aan deze leefgebieden zodat veroordeelde met hulp en begeleiding kan re-integreren in de maatschappij. Zonder deze begeleiding blijft het recidiverisico onverminderd hoog, zodat het belang van bescherming van de maatschappij op dit moment prevaleert. De rechtbank beslist dan ook dat de maatregel dient te worden voortgezet.

Met betrekking tot het subsidiaire verzoek van de raadsman overweegt de rechtbank dat zij niet over de bevoegdheid beschikt om te bepalen dat over drie maanden opnieuw een tussentijdse toetsing zal plaatsvinden. De rechtbank ziet, gelet op het traject dat nu ingezet gaat worden, ook geen aanleiding om een nieuw toetsmoment te creëren, bijvoorbeeld door aanhouding van de beslissing op het onderhavige verzoek. Wel staat het de veroordeelde vrij om na zes maanden opnieuw een verzoek tot tussentijdse toetsing van de maatregel in te dienen.

Daarom wordt als volgt beslist.

Gezien artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering.

3. Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.

Deze beslissing is gegeven door

mr. I. Timmermans, voorzitter,

mr. G. Beunk en mr. J.C.E. Krikke, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. F.E. Leopold, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 oktober 2025.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. I. Timmermans
  • mr. G. Beunk
  • mr. J.C.E. Krikke

Griffier

  • mr. F.E. Leopold

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand