RECHTBANK AMSTERDAM
herstelvonnis
Parketnummer: 13.219724.24
[verdachte]
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/219724-24
Datum uitspraak: 23 januari 2025
Herstelvonnis gewezen naar aanleiding van het op 23 januari 2025 door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam gewezen vonnis in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2006,
wonende op het adres [adres] , [woonplaats] ,
hierna: verdachte.
De rechtbank is na het wijzen van het vonnis in de zaak met bovengenoemd parketnummer gebleken dat in het vonnis is opgenomen:
‘12. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van onder 1 en 4:
eendaadse samenloop van:
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
ten aanzien van onder 2 :
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
1. Meldplicht bij de reclassering:
Verdachte meldt zich binnen 5 dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres Drechterwaard 102, 1824 DX in Alkmaar. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
2. Ambulante behandeling:
Verdachte laat zich behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na aanmelding. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
3. Contactverbod slachtoffer:
Verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de heer [slachtoffer] zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
4. Contactverbod mededaders
Verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de medeverdachten – te weten [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] en [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] – zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
5. Locatiegebod (met elektronische monitoring):
Verdachte is op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op het verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start van het locatiegebod hoeft verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 14 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat minimaal 2 uur. In de weekenden heeft verdachte een aaneengesloten blok van 8 uur per dag vrij te besteden. Verdachte werkt mee aan elektronische monitoring van dit locatiegebod. Het huidige verblijfadres is [adres] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft.
6. Dagbesteding:
Verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
7. Geen andere huisvesting zonder toestemming:
Verdachte vestig zich niet op een ander adres zonder toestemming van het Openbaar Ministerie.
Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
Gelast de teruggave aan verdachte van:
nr. 1 – 750 euro (PL1300-2024159054-6524102).
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van:
nr. 2 – 1 STK Munitie (PL1300-2024159054-6524097, Zilver, merk: kogelpatroon);
nr. 3 – 1 STK Wapen (PL1300-2024159054-6524095, Zwart, merk: Vuurwapen);
nr. 4 – 1 STK Munitie (PL1300-2024159054-6524521, Kogelpatroon), en
nr. 5 – 1 STK Vuurwerk (PL1300-2024159054-6524412, COBRA6).
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :
Wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer] , gedeeltelijk toe tot een bedrag van 2.400,00 (tweeduizend vierhonderd) euro, bestaande uit 400,00 (vierhonderd) euro aan materiële schade en 2.000,00 (tweeduizend) euro aan immateriële schade,
Wijst af het meergevorderde ten aanzien van de immateriële schade,
Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen,
Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 juli 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd,
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel:
Legt aan verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] 2.400,00 (tweeduizend vierhonderd) euro, bestaande uit 400,00 (vierhonderd) euro aan materiële schade en 2.000,00 (tweeduizend) euro aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 juli 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal worden 34 (vierendertig) dagen gijzeling toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij of (een van) zijn mededader(s) heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.’
Dat moet zijn:
12. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het onder 3 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.
Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.
Het bewezenverklaarde levert op:
ten aanzien van onder 1 en 4:
eendaadse samenloop van:
medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd houden
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie
ten aanzien van onder 2 :
diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 6 (zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij later anders wordt bevolen.
Stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.
De tenuitvoerlegging kan worden bevolen als de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De tenuitvoerlegging kan ook worden bevolen als de veroordeelde gedurende de proeftijd niet aan de hierna vermelde bijzondere voorwaarden voldoet.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
1. Meldplicht bij de reclassering:
Verdachte meldt zich binnen 5 dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres Drechterwaard 102, 1824 DX in Alkmaar. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
2. Ambulante behandeling:
Verdachte laat zich behandelen door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start na aanmelding. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
3. Contactverbod slachtoffer:
Verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de heer [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] , zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
4. Contactverbod mededaders
Verdachte heeft of zoekt op geen enkele wijze – direct of indirect – contact met de medeverdachten – te weten [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] en [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] – zolang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt.
5. Locatiegebod (met elektronische monitoring):
Verdachte is op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig op het verblijfadres. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met verdachte en afhankelijk van de dagbesteding. Bij de start van het locatiegebod hoeft verdachte op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van 14 uur niet op het verblijfadres te zijn. Op dagen zonder opleiding, (vrijwilligers)werk of behandeling is dat minimaal 2 uur. In de weekenden heeft verdachte een aaneengesloten blok van 8 uur per dag vrij te besteden. Verdachte werkt mee aan elektronische monitoring van dit locatiegebod. Het huidige verblijfadres is [adres] . Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft.
6. Dagbesteding:
Verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
7. Geen andere huisvesting zonder toestemming:
Verdachte vestig zich niet op een ander adres zonder toestemming van het Openbaar Ministerie.
Geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
Gelast de teruggave aan verdachte van:
nr. 1 – 750 euro (PL1300-2024159054-6524102).
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van:
nr. 2 – 1 STK Munitie (PL1300-2024159054-6524097, Zilver, merk: kogelpatroon);
nr. 3 – 1 STK Wapen (PL1300-2024159054-6524095, Zwart, merk: Vuurwapen);
nr. 4 – 1 STK Munitie (PL1300-2024159054-6524521, Kogelpatroon), en
nr. 5 – 1 STK Vuurwerk (PL1300-2024159054-6524412, COBRA6).
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] :
Wijst de vordering van de benadeelde partij, [slachtoffer] , gedeeltelijk toe tot een bedrag van 2.400,00 (tweeduizend vierhonderd) euro, bestaande uit 400,00 (vierhonderd) euro aan materiële schade en 2.000,00 (tweeduizend) euro aan immateriële schade,
Wijst af het meergevorderde ten aanzien van de immateriële schade,
Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen,
Veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 juli 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd,
Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel:
Legt aan verdachte hoofdelijk op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] 2.400,00 (tweeduizend vierhonderd) euro, bestaande uit 400,00 (vierhonderd) euro aan materiële schade en 2.000,00 (tweeduizend) euro aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 juli 2024) tot aan de dag van de algehele voldoening. Bij gebreke van betaling en verhaal worden 34 (vierendertig) dagen gijzeling toegepast. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.
Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij of (een van) zijn mededader(s) heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.
De rechtbank heeft abusievelijk in het dictum niet opgenomen dat verdachte wordt vrijgesproken van het onder 3 tenlastegelegde. Daarnaast heeft de rechtbank in het dictum in punt 4 van de bijzondere voorwaarden de geboortedatum van het slachtoffer niet opgenomen.
Dit herstelvonnis is gewezen door
mr. D.A. Segbedzi, voorzitter,
mrs. M.C. Danel en A.K. Glerum rechters,
in tegenwoordigheid van mr. T. Alexeas griffier.