ECLI:NL:RBAMS:2025:1317

ECLI:NL:RBAMS:2025:1317, Rechtbank Amsterdam, 28-02-2025, 24/3497

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 28-02-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 24/3497
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 1 zaken
Aangehaald door 1 zaken

Verwijst naar

Aangehaald door

Samenvatting

Participatiewet. Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Geen sprake van bijzondere omstandigheden die maken dat eiser de inrichtingskosten niet zelf kan betalen van zijn bijstandsuitkering. Beroep ongegrond.

Uitspraak

[eiser] , uit Amsterdam, eiser

(gemachtigde: mr. S. Toughza),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. H.H.J. ten Hoope).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag bijzondere bijstand voor vergoeding van inrichtingskosten op grond van de Pw.

Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 19 maart 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 28 mei 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

De rechtbank heeft het beroep op 30 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde, mevrouw E.M.A. Ellatif als tolk Arabisch en de gemachtigde van verweerder. Ook was eisers zoon [naam] aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de vraag of de afwijzing van het bedrag aan inrichtingskosten terecht is. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Juridisch kader

Artikel 35, eerste lid, van de Pw bepaalt dat de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand, voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van verweerder niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm.

Op grond van vaste rechtspraakgaat het hier om kosten die, indien zij noodzakelijk zijn, gerekend worden tot de periodieke dan wel incidentele algemene kosten van het bestaan. Die kosten dienen in beginsel te worden voldaan uit het inkomen op bijstandsniveau, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Er wordt alleen bijzondere bijstand verleend indien de zich voordoende, noodzakelijke kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit de algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. De omstandigheid dat de betrokkene al dan niet de mogelijkheid heeft gehad te reserveren voor de kosten, is een aspect dat in laatstgenoemd kader moet worden beoordeeld.

Is sprake van bijzondere omstandigheden?

5. Tussen partijen is niet in geschil dat de kosten zich voordoen en noodzakelijk zijn. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of sprake is van bijzondere omstandigheden die maken dat eiser de inrichtingskosten niet zelf kan betalen van zijn bijstandsuitkering.

6. Eiser voert aan dat zijn aanvraag voor bijzondere bijstand ten onrechte is afgewezen. Er is wel sprake van bijzondere omstandigheden. Hij woonde voorafgaand aan zijn verhuizing samen met verschillende kostendelers, waardoor hij aanzienlijk minder uitkering heeft ontvangen en hij hierdoor niet heeft kunnen sparen.

7. Deze beroepsgrond slaagt niet. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij niet heeft kunnen sparen voor de inrichtingskosten. Hij ontving weliswaar voorafgaand aan zijn verhuizing bijstand met toepassing van de kostendelersnorm, maar ook in deze periode moet de verleende bijstand toereikend worden geacht om te kunnen reserveren voor de inrichtingskosten. Bij toepassing van de kostendelersnorm wordt weliswaar minder bijstand verleend dan bij de norm voor een alleenstaande, maar in die situatie wordt de betrokkene geacht zijn kosten te kunnen delen met een of meerdere medebewoners. Ook staat vast dat eiser geen woonkosten had in de periode voorafgaand aan de verhuizing.

8. Eiser voert verder aan dat hij geen lening kan afsluiten bij de Kredietbank Amsterdam. Zijn aanvraag is afgewezen vanwege een gebrek aan kredietwaardigheid. Op zitting heeft eiser toegelicht dat hij nog een openstaande elektriciteitsrekening heeft van ongeveer € 3.000,- . Hij heeft daarvoor een betalingsregeling afgesproken van € 50,- per maand. Daarnaast heeft hij nog een openstaande schuld bij een vriend van € 1.350,-. Dit bedrag heeft eiser geleend omdat hij - toen hij vanuit Irak naar Nederland terugverhuisde - nog geen zorgverkering had en geen geld had om zijn medicatie te betalen.

9. De rechtbank stelt vast dat uit de brief van 11 maart 2024 blijkt dat de Kredietbank Amsterdam eisers aanvraag voor een lening heeft afgewezen vanwege het bestaan van andere schuld(en). Een nadere onderbouwing van de schuld(en) ontbreekt. De gemachtigde van eiser heeft desgevraagd op zitting gezegd dat het - gelet op de onder 8 genoemde omstandigheden - niet zo is dat eiser hierdoor in het geheel niet heeft kunnen reserveren. De rechtbank is van oordeel dat eiser aldus niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als gevolg van afbetaling van schulden niet kon reserveren voor de inrichtingskosten waarvoor hij bijzondere bijstand heeft gevraagd. Deze beroepsgrond slaagt dus evenmin.

10. Volgens eiser was het vanwege zijn gezondheidssituatie noodzakelijk om zelfstandig te gaan wonen. Daarnaast moet hij, vanwege zijn gezondheid, zijn huis kunnen inrichten met essentiële gebruiksgoederen waarop hij kan rusten.

11. De rechtbank overweegt als volgt. Dat eiser om medisch noodzakelijke redenen is verhuisd, is niet onderbouwd met de door hem overgelegde medische stukken. Uit deze stukken maakt de rechtbank wel op dat eiser onder andere diabetes type 2, te veel cholesterol en depressieve klachten heeft. Hij gebruikt hiervoor medicatie. Eiser heeft echter al langere tijd gezondheidsproblemen waardoor hij rekening had kunnen houden met eventuele extra kosten. Bovendien is het niet zo dat verweerder in het geheel niet tegemoet is gekomen aan eiser. Verweerder heeft de eerste maand huur en een waarborgsom uit coulance aan eiser toegekend. Op zitting is besproken dat hij op grond van de Regeling tegemoetkoming meerkosten (Rtm) een vergoeding krijgt voor zijn extra ziektekosten. Gelet op het voorgaande, oordeelt de rechtbank dat geen sprake is geweest van een noodgedwongen verhuizing op medische gronden waardoor eiser niet heeft kunnen reserveren (voor de kosten van de eerste huur) en voor de inrichtingskosten.

12. Tot slot heeft de gemachtigde van eiser voor het eerst op zitting betoogd dat de situatie van eiser - hij is na de val van Saddam Hoessein weer in Irak gaan wonen maar is daarna weer terugverhuisd naar Nederland - vergelijkbaar is met de situatie waarin een vluchteling verkeert en om die reden bijzondere bijstand zou moeten worden toegekend.

13. De rechtbank volgt dit betoog niet. Eiser is genaturaliseerd en de rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten voor de door de gemachtigde gestelde analoge toepassing.

Conclusie en gevolgen

14. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.E. Berghout, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. V.F.J. Bernt

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?