ECLI:NL:RBAMS:2025:1496

ECLI:NL:RBAMS:2025:1496, Rechtbank Amsterdam, 13-03-2025, 13-364532-24

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 13-03-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13-364532-24
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 5 zaken
Aangehaald door 2 zaken
8 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001903 BWBR0010171 BWBR0016664 BWBR0031814 CELEX:32000X1218 CELEX:32008F0909 EU:32000X1218 EU:32008F0909

Samenvatting

Einduitspraak na tussenuitspraak van 30 januari 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:602). De rechtbank heeft in andere zaken reeds geoordeeld dat er geen algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden in Barczewo, gelet op de detentieomstandigheden daar, worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling. Daarom is de vraag of de opgeëiste persoon na overlevering in de gevangenis in Barczewo wordt gedetineerd niet langer relevant. Overlevering wordt toegestaan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-364532-24

Datum uitspraak: 13 maart 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 21 november 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 1 augustus 2024 door the Regional Court in Poznań, Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1991,

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de [naam PI] ,

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting 16 januari 2025

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 16 januari 2025, in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat te Haarlem, en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

Tussenuitspraak 30 januari 2025

De rechtbank heeft op 30 januari 2025 een tussenuitspraak gewezen, waarbij het onderzoek ter

zitting is heropend en geschorst om de in de tussenuitspraak onder 6 genoemde vraag voor te leggen aan de Poolse autoriteiten. Bij tussenuitspraak is de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid OLW met dertig dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.

Zitting 27 februari 2925

De behandeling van het EAB is - met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling - voortgezet op de zitting van 27 februari 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. M. de Klerk, advocaat in Haarlem.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft.

3. Tussenuitspraak

De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 30 januari 2025 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van het feit, de verdedigingsrechten van de opgeëiste persoon zoals bedoeld in artikel 12 OLW en de toepassing van artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU (het recht op een eerlijk proces voor een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat vooraf bij wet is ingesteld). Hetgeen de rechtbank heeft overwogen moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4. Artikel 11 OLW: Poolse detentieomstandigheden

Inleiding

De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 30 januari 2025 het onderzoek heropend omdat het onderzoek met betrekking tot de penitentiaire inrichting in Barczewo op dat moment onvolledig was.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat overlevering van de opgeëiste persoon tot een schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zal leiden. Uit de inmiddels in een andere zaak verstrekte informatie over de huidige situatie in de gevangenis in Barczewo blijkt dat er weliswaar maatregelen zijn genomen, maar niet dat er daardoor geen sprake meer is van de zorgelijke omstandigheden zoals beschreven in het NMPT-rapport. Daarbij komt dat het onderzoek dat naar de situatie in Barczewo wordt uitgevoerd niet onafhankelijk is. De overlevering moet daarom worden geweigerd.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat, gelet op de informatie die inmiddels bekend is over de huidige situatie in de gevangenis in Barczewo, er niet van een algemeen reëel gevaar van schending van de grondrechten van de aldaar gedetineerden kan worden gesproken, waarbij zij heeft verwezen naar recente uitspraken van deze rechtbank. Hoewel de in het NMPT-rapport beschreven bevindingen zorgelijk zijn, blijkt uit deze informatie dat de Poolse autoriteiten serieus met de beschreven problematiek bezig zijn. De situatie zoals omschreven in het NMPT-rapport is daarmee niet meer actueel.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft in een andere zaak vragen gesteld over de detentieomstandigheden in de gevangenis in Barczewo. De rechtbank heeft in die zaak op 14 februari 2025 uitspraak gedaan, waarin zij tot het oordeel komt dat er geen algemeen gevaar bestaat dat gedetineerden daar worden onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling, gelet op de detentieomstandigheden. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. Derhalve is de vraag of de opgeëiste persoon na overlevering in de gevangenis in Barczewo wordt gedetineerd niet langer relevant.

5. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6. Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Regional Court in Poznań, Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,

mrs. B.M. Vroom-Cramer en H.H.J. Zevenhuijzen, rechters,

in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier,

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 13 maart 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?