ECLI:NL:RBAMS:2025:1613

ECLI:NL:RBAMS:2025:1613, Rechtbank Amsterdam, 12-03-2025, AMS 24/5913, AMS 24/5914, AMS 24/5915, AMS 24/5916, AMS 24/5917, AMS 24/5918, AMS 24/5919, AMS 24/5920, AMS 24/6167

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 12-03-2025
Datum publicatie 22-09-2025
Zaaknummer AMS 24/5913
Rechtsgebied Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Beroep niet-ontvankelijk. Naheffingsaanslag parkeerbelasting niet aan eiser opgelegd, niet gebleken dat eiser feitelijk parkeerder is of de aanslag heeft voldaan.

Uitspraak

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach),

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank de beroepen van eiser tegen negen aan [bedrijf] opgelegde naheffingsaanslagen in de parkeerbelasting.

2. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen die naheffingsaanslagen. Met de negen uitspraken op bezwaar van 11 september 2024, 19 september 2024, 20 september 2024, 24 september 2024 en 4 oktober 2024 (de bestreden besluiten) heeft de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen in stand gelaten. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

3. De rechtbank heeft de beroepen op 6 maart 2025 gelijktijdig op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [de persoon] als waarnemer van de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank zal het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

5. In artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen. Dat betekent in parkeerbelastingzaken dat degene aan wie de aanslag is opgelegd, de feitelijk parkeerder en degene die de belastingaanslag heeft voldaan beroep in kunnen stellen.

6. In de hier aan de orde zijnde zaken zijn de naheffingsaanslagen opgelegd aan [bedrijf] Deze entiteit beschikt over een hulpverleningsvergunning waar een groot aantal parkeerders met wisselend kenteken gebruik van kan maken. Eiser is bestuurder van [bedrijf]

7. De beroepen zijn door de gemachtigde van eiser namens hem ingesteld, waarbij niet is gesteld dat eiser handelt namens [bedrijf] Tijdens de zitting heeft de waarnemer van de gemachtigde van eiser bevestigd dat de beroepen namens eiser, en niet namens [bedrijf] , zijn ingesteld. De waarnemer van de gemachtigde van eiser heeft desgevraagd niet kunnen bevestigen dat eiser de feitelijk parkeerder is dan wel degene die de naheffingsaanslagen heeft voldaan. De heffingsambtenaar heeft aangegeven ook niet te kunnen zien wie de feitelijk parkeerder is dan wel wie de naheffingsaanslagen heeft voldaan.

8. Dat eiser in de negen zaken de feitelijk parkeerder is, is bovendien niet aannemelijk, omdat een groot aantal mensen gebruik kan maken van de hulpverlenersvergunning en er in een aantal zaken naheffingsaanslagen zijn opgelegd wegens het parkeren op dezelfde datum en hetzelfde tijdstip. Dat eiser alle naheffingsaanslagen heeft voldaan, terwijl deze zijn opgelegd aan [bedrijf] , vindt de rechtbank ook niet aannemelijk. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen belanghebbende is bij de bestreden besluiten. Om die reden moeten de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard.

Conclusie en gevolgen

9. De beroepen zijn niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de zaken niet inhoudelijk beoordeelt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Hansen-Löve, rechter, in aanwezigheid van mr.S.A. Adriaanse, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Amsterdam waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Amsterdam vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl NLF 2025/2021
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand