ECLI:NL:RBAMS:2025:2308

ECLI:NL:RBAMS:2025:2308, Rechtbank Amsterdam, 02-04-2025, 13/389465-24

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 02-04-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/389465-24
Rechtsgebied Strafrecht; Europees strafrecht
Procedure Eerste en enige aanleg
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 8 zaken
Aangehaald door 4 zaken
3 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0016664 CELEX:32000X1218 EU:32000X1218

Samenvatting

Pools EAB ter vervolging - artikele 11 OLW: detentieomstandigheden - overlevering toegestaan

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/389465-24

Datum uitspraak: 2 april 2025

UITSPRAAK

op de vordering van 9 december 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).

Dit EAB is uitgevaardigd op 22 april 2021 door the Circuit Court in Katowice in Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:

[opgeëiste persoon] geboren in [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1985 ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres]

hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1. Procesgang

Zitting van 4 februari 2025

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.

Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek de gevangenhouding bevolen

met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.

Tussenuitspraak van 18 februari 2025

Bij deze tussenuitspraak is vastgesteld dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering eerst terecht zal komen in de detentie-instelling van Warschau en dat hij van daaruit zal worden geplaatst in de detentie-instelling van Myslowice of die van Tarnowskie Góry.

Verder is geconcludeerd dat op grond van de aanvullende informatie het algemeen gevaar voor de opgeëiste persoon van schending van zijn grondrechten ten aanzien van het remand regime van de detentie-instelling van Myslowice is weggenomen. Het onderzoek is heropend en geschorst voor onbepaalde tijd waarbij de rechtbank via de officier van justitie vragen aan de Poolse autoriteiten heeft gesteld over de detentie-instellingen van Warschau en van Tarnowskie Góry.

Daarnaast is de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd onder gelijktijdige verlenging van de geschorste gevangenhouding op grond van

artikel 27, derde lid, OLW.

Zitting van 19 maart 2025

De behandeling van het EAB is – na toestemming – in gewijzigde samenstelling voortgezet in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. S.J. van der Woude, advocaat in Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.

2. Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3. Tussenuitspraak van 18 februari 2025

Bij deze tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid van de feiten, over artikel 11 OLW in combinatie met artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU en over de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

4. Artikel 11 OLW: detentieomstandigheden in Polen

Inleiding

De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen onder punt 7. van de tussenuitspraak van 18 februari 2025. De overwegingen uit voornoemde uitspraak dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Naar aanleiding van de opgevraagde informatie door de officier van justitie na de tussenuitspraak van 18 februari 2025 hebben de Poolse autoriteiten bij brief van 6 maart 2025, voor zover relevant, als volgt geantwoord:

“(…)

In response to question No. 1, I would like to inform you that it is not possible to determine

precisely the approximate time when [opgeëiste persoon] will be transported to another penitentiary unit. In similar cases, the time is approximately 1-2 weeks.

In response to question No. 2, I communicate that it follows from the information provided by the Remand Centre Warszawa - Bialolyka that, in accordance with the currently applicable legal regulations regarding the method of measuring the living quarters for incarcerated, the area of the living cell per convict is no less than 3 m2. The area of a living space does not include window and radiator recesses, as well as the area outside internal bars and separate sanitary annexes.

In response to question number 3, I communicate that, according to the information

provided by the Remand Centre Warszawa - Bialolyka, [opgeëiste persoon]

will have the right to take at least an hour's walk per day, to participate in cultural and educational activities as well as physical education and sports activities organised within the premises of the prison establishment, carried out on the basis of a weekly schedule.

The schedules of cultural and educational activities are set for each residential unit individually and it is not possible to determine clearly which penitentiary unit [opgeëiste persoon] will be staying. (…) There is no specific number of hours that a detainee can spend outside his/her cell each day.

In response to question number 4, I inform you that the suspect [opgeëiste persoon] will be provided with at least 3 m2 of space in a residential cell during his stay in the Remand Centre in Tarnowskie Góry, in accordance with the applicable regulations. The indicated area does not include sanitary room.

In response to question number 5, I would like to inform you that in the Remand Centre in Tarnowskie Góry temporary detainees may benefit from the following activities outside their living cells: walking (1 hour a day), activities in the community room (1 hour a day), religious services (depending on their reported needs). In addition, they can use the library's collection of books and cultural and educational activities organised in the unit (workshops, meetings with representatives of culture, concerts organised occasionally on the premises of the detention centre), upon prior notification of such a need. The time spent outside the residential cell, when participating in standard activities (walking, activities in the community room, religious services, conversation with an educator or psychologist) is approximately 2-3 hours per day.”

Standpunt van de officier van justitie

Nu uit de aanvullende informatie van 6 maart 2025 van de Poolse autoriteiten blijkt dat de opgeëiste persoon één tot twee weken in het remand regime van de detentie-instelling van Warschau zal verblijven zal op grond van het arrest ML van het Hof van Justitie van de Europese Unie de detentieomstandigheden moeten worden onderzocht.

In de aanvullende informatie staat vermeld dat de opgeëiste persoon over persoonlijke ruimte van 3m2 zal kunnen beschikken, dat hij in elk geval één uur per dag buiten de cel kan wandelen en dat niet precies kan worden gezegd hoeveel uur hij per dag buiten de cel zal kunnen verblijven.

In principe is deze informatie volgens rechtspraak van deze rechtbank onvoldoende om het algemeen gevaar weg te nemen maar de korte duur van het verblijf in deze detentie-instelling kan als compenserende factor worden meegewogen naast de mogelijkheid van één uur per dag verblijf buiten de cel. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat gelet op deze informatie het algemene gevaar voor deze detentie-instelling wordt weggenomen. Artikel 11 OLW vormt dan ook geen beletsel.

Standpunt van de raadsman

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de door de Poolse autoriteiten gegeven garantie voldoende is om het eerder vastgestelde algemene gevaar weg te nemen.

Oordeel van de rechtbank

Warschau

De rechtbank overweegt dat zij gelet op voornoemd arrest ML van het Hof van Justitie van de Europese Unie uitsluitend de detentieomstandigheden dient te onderzoeken in de penitentiaire inrichting(en) waar de opgeëiste persoon, volgens de informatie waarover zij beschikt, naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd, op tijdelijke of voorlopige basis.

Uit de aanvullende informatie van 6 maart 2025 van de Poolse autoriteiten volgt dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering één tot twee weken in het remand regime van de detentie-instelling van Warschau zal worden geplaatst alvorens hij in een andere detentie-instelling zal worden geplaatst. Gelet hierop zal de rechtbank (ook) de detentieomstandigheden van de detentie-instelling van Warschau moeten onderzoeken.

De vraag die thans voorligt is of het reeds bij uitspraak van 5 juni 2024 aangenomen algemene gevaar op schending van artikel 4 Handvest is weggenomen door de aanvullende informatie van 6 maart 2025 van de Poolse autoriteiten.

In de aanvullende informatie staat – kort gezegd – dat de opgeëiste persoon de mogelijkheid heeft tot ten minste één uur wandelen buiten de cel en dat hij kan deelnemen aan verschillende activiteiten die in de detentie instelling van Warschau worden georganiseerd.

De vraag hoeveel uur de opgeëiste persoon per dag buiten zijn cel aan activiteiten kan besteden kan volgens de Poolse autoriteiten niet worden beantwoord. Daarnaast staat vermeld dat de opgeëiste persoon de beschikking zal krijgen over 3 m2 persoonlijke ruimte exclusief sanitair.

De rechtbank acht deze informatie voldoende om het eerder vast gestelde algemene gevaar weg te nemen. Hoewel in andere zaken de rechtbank heeft aangenomen dat een opgeëiste persoon minstens 2 uur per dag buiten de cel moet kunnen verblijven in het geval van persoonlijke ruimte in een meerpersoonscel tussen de 3 en 4 m2 exclusief sanitair, is de rechtbank van oordeel dat het korte verblijf in deze detentie-instelling meebrengt dat de omstandigheid dat de opgeëiste persoon minder dan 2 uur (maar tenminste één uur) per dag buiten zijn cel kan verblijven geen onmenselijke of vernederende behandeling oplevert.

Artikel 11 OLW vormt dan ook geen beletsel voor de overlevering van de opgeëiste persoon.

Tarnowski Gory

Uit de aanvullende informatie blijkt dat de opgeëiste persoon de beschikking zal krijgen over drie m2 persoonlijke ruimte exclusief sanitair en dat hij aproximately twee tot drie uur per dag buiten zijn cel kan verblijven. De rechtbank is op basis van deze informatie van oordeel dat vast is komen te staan dat de opgeëiste persoon ten minste 2 uur per dag buiten zijn cel kan verblijven en dat daarom het eerder vastgestelde algemene gevaar voor de opgeëiste persoon is weggenomen. Artikel 11 OLW vormt dan ook geen beletsel tot overlevering van de opgeëiste persoon.

5. Artikel 13 OLW

Het EAB ziet op feiten die geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied zijn gepleegd.

In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe het volgende aan:

- het onderzoek is aangevangen in Polen;

- het bewijs bevindt zich in Polen;

- de verdovende middelen zijn in Polen ingevoerd;

- de medeverdachten bevinden zich in Polen;

- het Nederlandse Openbaar Ministerie is niet voornemens te vervolgen voor deze feiten.

De rechtbank stelt voorop dat:

- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;

- de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.

De rechtbank stelt vast dat in het licht van de door de officier van justitie gegeven argumenten het gegeven dat de feiten worden geacht geheel of gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding vormt om de weigeringsgrond toe te passen.

6. Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7. Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8. Beslissing

STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Circuit Court in Katowice (Polen) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.

Deze uitspraak is gedaan door

mr. J.G. Vegter, voorzitter,

mrs. M. Westerman en D.M.S. Gribling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier.

en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 2 april 2025.

Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?