RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/215042-23
Datum uitspraak: 31 januari 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:
[De verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] (Roemenië),
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] .
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 januari 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de (ter zitting gewijzigde) vordering tenlastelegging van de officier van justitie mr. S.W.M. van der Linde en van wat verdachte en zijn raadsman mr. D. Eijpe naar voren hebben gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partijen en van wat de advocaat mr. R. Korver namens de benadeelde partijen hierover ter terechtzitting naar voren heeft gebracht.
2. Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd en na wijziging ter zitting – ten laste gelegd dat hij zich op 25 augustus 2023 in Amsterdam schuldig heeft gemaakt aan
Feit 1: medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld van [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] ; subsidiair is dit ten laste gelegd als medeplichtigheid;
Feit 2: medeplegen van afpersing van [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] ; subsidiair is dit ten laste gelegd als medeplichtigheid;
Feit 3: medeplegen van bedreiging van [benadeelde partij 1] en/of [benadeelde partij 2] .
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.
3. Waardering van het bewijs
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft als haar standpunt naar voren gebracht dat het medeplegen van de diefstal met (bedreiging met) geweld, ofwel de woningoverval (feit 1 primair), de afpersing (feit 2 primair) en de medeplichtigheid daaraan (feit 2 subsidiair), alsmede de bedreiging (feit 3) niet kunnen worden bewezen.
De officier van justitie vindt wel bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan medeplichtigheid aan de woningoverval (feit 1 subsidiair). Verdachte heeft verklaard dat hij de auto heeft bestuurd, maar dat hij geen wetenschap had van de woningoverval. Volgens de officier van justitie bevatten de verklaringen van verdachte op essentiële punten tegenstrijdigheden met het in het dossier aanwezige bewijsmateriaal. De officier van justitie hecht dan ook geen geloof aan de verklaringen van verdachte over zijn wetenschap en gaat ervan uit dat verdachte wel had moeten weten dat er een woningoverval zou plaatsvinden, gelet op de volgende omstandigheden. De twee jongens, die verdachte van zijn werkgever moest ophalen, beschikten over een werkende auto. Daarnaast trokken de twee jongens kennelijk voorafgaand aan de woningoverval of in ieder geval tijdens de rit naar de [weg] DHLkleding aan, hetgeen uit camerabeelden blijkt, maar verdachte in zijn verklaring ontkent. Ook zeiden de jongens tegen verdachte dat het tien tot vijftien minuten zou duren voordat zij terug zouden zijn. Het afleveren van een enkel pakket door twee bezorgers is bovendien een ongebruikelijke gang van zaken. Deze omstandigheden maken dat het voor verdachte duidelijk had moeten zijn dat het niet ging om een reguliere pakketlevering. Verder is het opvallend dat de rit van het [plein 1] naar het [plein 2] niet is geregistreerd in de rittenstaat. Door het besturen van de auto heeft verdachte gelegenheid geboden en middelen verschaft om de woningoverval te plegen. Uit het voorgaande volgt dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het plegen van de woningoverval. Hiermee is voldaan aan het vereiste van dubbele opzet voor medeplichtigheid.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken. Op grond van het dossier kan niet worden vastgesteld dat verdachte opzet had op het plegen van de woningoverval of op het afpersen van de slachtoffers, ook niet in voorwaardelijke zin. Dubbel opzet kan niet worden vastgesteld. Uit de WhatsApp gesprekken blijkt dat verdachte in opdracht van zijn werkgever de twee jongens heeft weggebracht, die de woningoverval hebben gepleegd. Uit deze gesprekken volgt echter niet dat verdachte wetenschap van de woningoverval heeft gehad. De volgende feiten en omstandigheden wijzen daarop volgens de raadsman. Ten tijde van de woningoverval stonden de telefoons van de overvallers uit, terwijl de telefoon van verdachte aan stond. Verder heeft verdachte niets opvallends gemerkt aan het gedrag van de overvallers op het moment dat zij bij hem in de auto zaten. Ten aanzien van feit 3 kan niet worden vastgesteld dat verdachte een aandeel had in de bedreigingen, omdat hij niet in de woning is geweest. In de verklaringen van verdachte zitten volgens de raadsman geen onjuistheden.
Oordeel van de rechtbank
Op 25 augustus 2023 heeft een er woningoverval plaatsgevonden. De twee overvallers zijn door een bestelbusje bij de woning afgezet en opgehaald. Verdachte heeft verklaard dat hij de bestuurder van het bestelbusje was, maar dat hij niet op de hoogte was van de woningoverval.
De rechtbank acht, overeenkomend met de standpunten van de officier van justitie en de raadsman, het onder 1 primair, onder 2 primair en subsidiair en onder 3 niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
De rechtbank staat vervolgens voor de vraag of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de medeplichtigheid aan de woningoverval (feit 1 subsidiair). Daarbij is het volgende van belang.
Medeplichtigheid is het bevorderen of gemakkelijk maken van andermans strafbaar handelen, oftewel hulp bieden aan de dader bij het begaan van een misdrijf. Van medeplichtigheid kan alleen sprake zijn als er sprake is van dubbel opzet: de medeplichtige dient opzet te hebben op de ondersteunende handeling die hij verricht – in dit geval het besturen van de vluchtauto – én hij dient opzet te hebben – al dan niet in voorwaardelijke vorm – op het gronddelict, in dit geval de woningoverval.
Verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat er een woningoverval zou worden gepleegd. Op basis van het dossier kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte wetenschap had van een vooropgezet plan tot een woningoverval, waarbij hij bereid was om ter uitvoering van dat plan de vluchtauto te besturen. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is om te kunnen vaststellen dat de verdachte wetenschap, in de zin van dubbel opzet als hiervoor bedoeld, had van de woningoverval.
De rechtbank acht daarom het onder 1 subsidiair ten laste gelegde evenmin bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
4. Vordering van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2]
De benadeelde partijen zullen in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde feiten.
5. Beslag
Onder verdachte is, blijkens de beslaglijst van 5 december 2024, het volgende voorwerp in beslag genomen:
1. 1 STK telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2023192702-G6391284, Samsung).
Teruggave aan verdachte
De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van deze telefoon.
6. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Vrijspraak
Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
De vordering van de benadeelde partijen
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] :
Verklaart [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] :
Verklaart [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in haar vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Beslag
Gelast de teruggave aan verdachte van:
1 STK telefoontoestel (Omschrijving: PL1300-2023192702-G6391284, Samsung).
Dit vonnis is gewezen door
mr. J. Thomas, voorzitter,
mrs. B. Kuppens en R.J. Bartels, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.S. Eisses, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 januari 2025.
[--]
[--] [--]