RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis
Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/123693-23
Datum uitspraak: 22 april 2025
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1978 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.
1. Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak (ex artikel 279 Wetboek van strafvordering, hierna: Sv) gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 april 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Hoogerheide, en van wat de gemachtigd raadsvrouw van verdachte, mr. N.C. Reehuis, naar voren heeft gebracht. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partijen [bedrijf 1] BV en [bedrijf 2] BV.
2. Tenlastelegging
Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan bedrijfsinbraak, in vereniging gepleegd op 14 mei 2023 te Zwanenburg. Subsidiair is dit tenlastegelegd als het medeplegen van opzetheling dan wel schuldheling.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I bij dit vonnis.
3. Waardering van het bewijs
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie vindt bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde bedrijfsinbraak in vereniging. De betrokkenheid van verdachte kan worden vastgesteld op basis van het volgende. Uit het dossier blijkt dat de Volkswagen Touran (hierna: de Touran) en de Opel Astra (hierna: de Astra) zich gedurende de avond en nacht van de inbraak steeds in de nabijheid van de Mercedes Vito (hierna: de Vito) bevonden. Dit was zowel het geval voorafgaand aan de inbraak als direct daarna. Kort voor de inbraak stapten vier personen van de Touran en de Astra over naar de Vito. Niet lang daarna reed de Vito naar de locatie van de inbraak en stopte de Vito aan de achterkant van het bedrijventerrein. Een verbalisant hoorde vervolgens breek- en sleepgeluiden. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de inzittenden van de Vito de inbraak hebben gepleegd. De Vito reed daarna terug naar de Touran en de Astra, en de vier personen verspreidden zich weer over deze twee voertuigen. Verdachte werd vervolgens in de Touran aangetroffen. Ook werd op de plaats delict een schoenafdruk aangetroffen, die na onderzoek aan verdachte kon worden gekoppeld. Gelet op het voorgaande kan verdachte worden gekoppeld aan de Vito en de daarin aangetroffen goederen. Gezien de hoeveelheid handelingen die in korte tijd werden verricht, moet er sprake zijn geweest van meerdere daders. De volgorde van gebeurtenissen in combinatie met de onderlinge connectie tussen de verdachten en hun vermoedelijke betrokkenheid bij eerdere soortgelijke incidenten maakt dat het redelijkerwijs niet anders kan dan dat de personen die kort na de diefstal in de voertuigen werden aangetroffen de diefstal samen hebben gepleegd en dat zij daarbij nauw en bewust hebben samengewerkt.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van de primair tenlastegelegde bedrijfsinbraak, aangezien het dossier onvoldoende bewijs bevat voor de betrokkenheid van verdachte bij de inbraak. Uit het dossier blijkt dat vijf personen zijn aangehouden, terwijl slechts vier personen bij de inbraak betrokken waren. Verdachte heeft verklaard dat hij zich in de Touran bevond en niet is uitgestapt. Op basis van het dossier kan geen verband worden gelegd tussen verdachte en de Vito. De politie heeft niet geverbaliseerd hoe de personen eruit zagen die in de Vito zijn gestapt. Verder is verdachte niet in de Vito gezien, en er zijn geen sleutels van de Vito bij hem aangetroffen. Het schoensporenonderzoek heeft evenmin een belastend resultaat opgeleverd.
Ook dient verdachte te worden vrijgesproken van de subsidiair tenlastegelegde heling, omdat het dossier geen aanknopingspunten bevat dat verdachte in de Vito heeft gezeten of zich in de directe omgeving van het voertuig heeft bevonden.
Oordeel van de rechtbank
Vrijspraak
De rechtbank acht het tenlastegelegde niet bewezen en overweegt daartoe het volgende.
Feiten en omstandigheden
Tijdens een observatie op 14 mei 2023 heeft de politie waargenomen dat een Volkswagen Touran, een Opel Astra en een Mercedes Vito geparkeerd stonden op een parkeerplaats aan de [adres] . Vervolgens is gezien dat vier personen vanuit de Touran en de Astra zijn overgestapt in de Vito. De Vito is daarna weggereden richting het bedrijventerrein op de Lijnderdijk. Kort daarna heeft een verbalisant breek- en sleep geluiden gehoord. Na vijf minuten rijdt de Vito weer weg en parkeert opnieuw bij de [adres] . Alle vier de personen stappen uit de Vito en verdelen zich over de Astra en de Touran. De Astra en de Touran reden vervolgens weg.. Kort hierna zijn in totaal vijf personen, verdeeld over de Atsra en de Touran, aangehouden.. Verdachte heeft verklaard dat hij in de Touran zat op het moment dat hij werd aangehouden en dat hij de Touran niet heeft verlaten. Later wordt in de Vito gereedschap aangetroffen
Vrijspraak bedrijfsinbraak (primair)
Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat vijf verdachten zijn aangehouden en dat vier van hen betrokken waren bij de inbraak. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat verdachte één van deze vier betrokkenen is. Het dossier bevat geen informatie over de uiterlijke kenmerken van de vier verdachten die zich ten tijde van de inbraak op het bedrijventerrein bevonden. Evenmin kan uit het vergelijkend schoensporenonderzoek worden afgeleid dat het bij de inbraak aangetroffen schoenspoor daadwerkelijk afkomstig is van de schoenen van verdachte. In de conclusie van het ingestelde vergelijkende onderzoek staat hierover immers dat, gezien het ontbreken van beschadigingen aan de schoenen en een veel voorkomend beginnend slijtagebeeld, verder niet is vast te stellen of het spoor daadwerkelijk is veroorzaakt door deze schoenen. Aangezien het dossier geen andere concrete bewijsmiddelen jegens verdachte bevat, zou het resultaat van het sporenonderzoek een essentiële schakel in het bewijs moeten vormen. Nu dit onderzoek dus geen directe aanwijzing oplevert voor betrokkenheid van verdachte, kan het niet bijdragen aan het bewijs dat verdachte bij de bedrijfsinbraak betrokken is geweest. De verklaring van verdachte dat hij in de Touran is blijven zitten en dus niet in de Vito is gestapt, wordt dan ook niet weerlegd door het dossier.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende bewijs voorhanden is om te kunnen vaststellen dat de verdachte betrokken is geweest bij de bedrijfsinbraak. De rechtbank acht daarom de primair tenlastegelegde bedrijfsinbraak niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Vrijspraak heling (subsidiair)
De rechtbank acht de subsidiair tenlastegelegde (opzet- en schuld)heling evenmin bewezen. Gelet op hetgeen de rechtbank hiervoor heeft overwogen, kan niet worden bewezen dat verdachte in de Vito is geweest. Hierdoor kan niet worden bewezen dat verdachte de goederen die in de Vito zijn aangetroffen, heeft verworven, voorhanden heeft gehad of heeft overgedragen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van de heling.
4. Vorderingen van de benadeelde partijen [bedrijf 1] BV en [bedrijf 2] BV
De benadeelde partijen zullen in hun vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat verdachte wordt vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.
5. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Vrijspraak
Verklaart het primair en subsidiair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
De vordering van de benadeelde partijen
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 1] BV:
Verklaart [bedrijf 1] BV niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf 2] BV:
Verklaart [bedrijf 2] BV niet-ontvankelijk in zijn vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter,
mrs. A. Eichperger en L. Baroud, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.S. Eisses, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 22 april 2025.
[...]