ECLI:NL:RBAMS:2025:4589

ECLI:NL:RBAMS:2025:4589, Rechtbank Amsterdam, 02-07-2025, AMS 24/4906

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 02-07-2025
Datum publicatie 24-10-2025
Zaaknummer AMS 24/4906
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Voertuig weggesleept en de hieraan verbonden kosten zijn op eiser verhaald. Ontvankelijkheid beroep. Geen beroepsgronden ingediend na de geboden herstelmogelijkheid. Beroep niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

Bestuursrecht

zaaknummer: AMS 24/4906

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Procesverloop

1. Met het besluit van 9 maart 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de auto van eiser laten wegslepen, overbrengen en in bewaring laten stellen omdat de auto van eiser op een parkeerplaats stond die bestemd is voor elektrische voertuigen, terwijl de auto van eiser niet was aangesloten op de laadpaal. De hieraan verbonden kosten van € 373,- heeft verweerder op eiser verhaald.

2. Eiser heeft op 18 maart 2024 tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt en op15 augustus 2024 een ingebrekestelling gestuurd.

3. Met het bestreden besluit van 20 augustus 2024 heeft verweerder, overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie, het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

4. Met het besluit van 25 augustus 2024 heeft verweerder besloten om geen dwangsom toe te kennen, omdat binnen 14 dagen na ontvangst van de ingebrekestelling is beslist op het bezwaarschrift.

5. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

6. De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van verweerder deelgenomen. Eiser was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader

7. Voordat de rechtbank de zaak inhoudelijk beoordeelt, moet eerst de ontvankelijkheid van het beroep beoordeeld worden.

8. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in dat hij moet aangeven op welke specifieke punten hij het niet eens is met het bestreden besluit. Wanneer dit niet wordt gedaan, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep op grond van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaren.

9. De rechtbank stelt vast dat er in deze zaak geen beroepsgronden zijn ingediend. Het beroepschrift van 23 augustus 2024 bevat geen inhoudelijke beroepsgronden die zien op het bestreden besluit. De rechtbank heeft eiser in haar bericht van 15 mei 2025 erop gewezen dat het beroepschrift ziet op de ingebrekestelling, maar dat de beslissing op de ingebrekestelling een ander besluit is. Daarbij heeft de rechtbank aangegeven dat het voor de rechtbank nu niet duidelijk is waar het beroep op is gericht en aan eiser gevraagd wat hij wil bereiken met zijn beroep. De rechtbank heeft eiser één week de gelegenheid gegeven om te reageren. Op 6 juni 2025 heeft eiser een reactie gestuurd. In deze reactie heeft eiser geen gronden vermeld die zien op het bestreden besluit.

10. Omdat eiser geen gronden heeft ingediend die zien op het bestreden besluit, ook niet na de geboden herstelmogelijkheid, komt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep niet-ontvankelijk is.

Conclusie

11. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Simonis, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2025.

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingediend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De indiener van het hoger beroep kan de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening te treffen.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. R. Hirzalla

Griffier

  • mr. C. Simonis

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand