ECLI:NL:RBAMS:2025:5001

ECLI:NL:RBAMS:2025:5001, Rechtbank Amsterdam, 03-07-2025, 13/845122-18 (ontneming)

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 03-07-2025
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 13/845122-18 (ontneming)
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854

Samenvatting

Ontneming MEGA Fosfor. Het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt vastgesteld op een bedrag van € 121.615,24.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

vonnis

Afdeling Publiekrecht

Teams Strafrecht

Parketnummer: 13/845122-18 (ontneming)

Datum uitspraak: 3 juli 2025

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[veroordeelde] (hierna: [veroordeelde] ),

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,

wonende op het adres [adres] .

1. Het onderzoek ter terechtzitting

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 22 mei 2025, nadat de behandeling van de ontnemingsvordering was aangehouden op de terechtzitting van 28 september 2021.

Voorafgaand aan de laatste zitting heeft een schriftelijke conclusiewisseling plaatsgevonden. De rechtbank heeft in dat kader de volgende conclusies ontvangen:

 een conclusie van antwoord;

 een conclusie van repliek; en

 een conclusie van dupliek.

2. De vordering

De vordering van de officier van justitie van 21 november 2023 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [veroordeelde] opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een bedrag van € 102.010,50. De officier van justitie heeft dit bedrag in haar conclusie van repliek verhoogd naar € 121.615,25.

Gezien de stukken waarop de vordering berust en waarnaar deze vordering verwijst, verstaat de rechtbank de vordering aldus dat deze de feiten betreft waarvoor [veroordeelde] in de onderliggende strafzaak is veroordeeld.

3. Grondslag van de vordering

[veroordeelde] is bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 april 2024 veroordeeld voor (i) het medeplegen van valsheid in geschrift, (ii) het medeplegen van het opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift en (iii) deelneming aan een criminele organisatie, allemaal gepleegd in de periode 2015, november en december 2018 en januari tot en met maart 2019. Dit arrest is onherroepelijk.

4. Het wederrechtelijk verkregen voordeel

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat [veroordeelde] in 2015, november en december 2018 en januari tot en met maart 2019 in totaal € 121.615,25 aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden afgewezen, omdat er geen causaal verband is tussen de strafbare feiten en het salaris en de bonussen van [veroordeelde] . Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de hoogte van de vordering moet worden verminderd, omdat de bonus van € 105.000 – die [veroordeelde] in januari 2016 heeft ontvangen – niet op het jaar 2015 ziet, waardoor deze niet moet worden meegenomen. Het meer subsidiaire standpunt is dat deze bonus op de jaren 2011 tot en met 2015 ziet, waardoor deze maar voor 1/5e deel meegenomen zou moeten worden in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het oordeel van de rechtbank

Het causale verband

[B.V.] B.V. (hierna: [B.V.]) heeft in de periode 2015 tot en met 2019 nietduurzame biodiesel ingekocht. Vervolgens heeft [B.V.] deze nietduurzame biodiesel terug verkocht als duurzame biodiesel aan de oorspronkelijke leverancier van dezelfde biodiesel. [B.V.] ontving in de bovengenoemde periode een bedrag van in totaal € 110.000.000 op haar rekening voor 192 certificaten voor leveringen van zogenaamd omgekatte biodiesel. Zowel deze certificaten, als de inkoop- en verkoopfacturen voor de leveringen zijn valselijk opgemaakt. Deze facturen zijn vervolgens opgenomen in de administratie van [B.V.] , waarmee ook die administratie valselijk is opgemaakt. Gemiddeld was in de genoemde periode 41,3% van de omzet van [B.V.] afkomstig uit fraude. Het gerechtshof heeft in het hiervoor genoemde arrest vastgesteld dat [veroordeelde] wetenschap heeft gehad van het valselijk leveren van omgekatte biodiesel en dat hij – om dat mogelijk te maken – de facturen heeft vervalst, geparafeerd en in de administratie heeft opgenomen. Daarmee heeft [veroordeelde] volgens het gerechtshof een significante rol gespeeld in het samenstel van strafbare handelingen.

[veroordeelde] heeft salaris en bonussen ontvangen van [B.V.] en dus betaald gekregen uit gelden die van misdrijf afkomstig zijn. [veroordeelde] wist dat [B.V.] omzet genereerde vanuit criminele activiteiten en heeft daaraan bijgedragen door voor [B.V.] werkzaamheden uit te voeren om die criminele activiteiten mogelijk te maken. Mede door deze criminele activiteiten heeft [B.V.] grote winsten kunnen behalen. [veroordeelde] heeft uit deze winsten salaris ontvangen en bonussen uitbetaald gekregen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een causaal verband tussen de door [B.V.] aan [veroordeelde] uitbetaalde salarissen en bonussen en de door het gerechtshof bewezenverklaarde strafbare feiten.

De bonus van € 105.000 betaald in januari 2016

De rechtbank volgt het standpunt van de verdediging over de bonus van € 105.000 die in januari 2016 is uitgekeerd niet. De rechtbank oordeelt dat deze bonus volledig betrekking heeft op het jaar 2015. Dit blijkt uit de administratie van de [bedrijf] . Deze administratie bevat een document waarin de loonontwikkeling van [veroordeelde] in de periode 2014 tot en met 2019 is opgenomen. Hieruit volgt dat voor het jaar 2015 een bonus van € 106.187,50 wordt uitgekeerd, waarvan € 1.187,50 in december 2015 wordt uitbetaald en € 105.000 in januari 2016. Deze € 106.187,50 wordt ook genoemd in het document ‘overzicht winstdeling 2015 per persoon’, zijnde de bonus van [veroordeelde] over het jaar 2015. Dit bedrag wordt niet genoemd in het document ‘overzicht winstdeling 2016 per persoon’.

Berekening wederrechtelijk verkregen voordeel

De rechtbank is van oordeel dat voor het schatten van het wederrechtelijk verkregen voordeel uitgegaan kan worden van de (herberekende) percentages die zijn opgenomen in de aanvullende ontnemingsrapportage. Deze percentages betreffen het per jaar bepaalde aandeel dat de omzet uit omgekatte biodiesel had in de totale omzet van [B.V.] ten opzichte van de totale omzet van de [bedrijf] . Voor 2015 is dit percentage berekend op 49,64 en voor de periode november en december 2018 (op basis van de in het openbaar faillissementsverslag d.d. 17 april 2023 opgenomen geconsolideerde omzet van [bedrijf] over 2018) op 29,93. Vanwege het ontbreken van geconsolideerde cijfers over 2019 is voor de periode januari – maart 2019 eveneens uitgegaan van een percentage van 29,93. De rechtbank vindt zowel de gehanteerde berekeningsmethodiek als de berekende percentages over de jaren 2015 en november en december 2018 alleszins aanvaardbaar. Ditzelfde geldt voor de periode januari tot en met maart 2019, nu over het jaar 2019 geen geconsolideerde cijfers beschikbaar zijn.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank tot de volgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel (hierna: WVV):

De rechtbank zal dan ook de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel (hierna: WVW) zoals opgenomen in de aanvullende ontnemingsrapportage overnemen:

Betaald in:

Bedrag:

Percentage:

Berekend WVV:

2015

€ 100.500,60

49,64%

€ 49.888,50

Deel bonus 2015 betaald in 2016

€ 105.000

49,64%

€ 52.122

november en december 2018

€ 25.980

29,93%

€ 7.775,81

januari t/m maart 2019

€ 39.522

29,93%

€ 11.828,93

Totaal

€ 121.615,24

5. De verplichting tot betaling

De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag op € 121.615,24.

6. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

7. Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

Stelt vast als wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 121.615,24.

Legt op aan [veroordeelde] de verplichting tot betaling van

€ 121.615,24 (honderdeenentwintigduizend zeshonderdvijftien euro en vierentwintig eurocent) aan de Staat.

Bepaalt de duur van de gijzeling die ten hoogste door de officier van justitie kan worden gevorderd op 1080 dagen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. C.A.E. Wijnker, voorzitter,

mrs. B. Kuppens en N. Versteeg, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.M. Bos, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 juli 2025].

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. C.A.E. Wijnker

Griffier

  • mr. J.M. Bos

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand