RECHTBANK AMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11671933 \ KK EXPL 25-274
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 6 juni 2025
in de zaak van
[eiseres] ,
te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. A.W. van Dalen,
tegen
STICHTING YMERE,
te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: Ymere,
gemachtigde: mr. M.G. Blokziel.
1. De mondelinge behandeling
Op 6 juni 2025 zijn voor mr. A.J. Wesdorp, kantonrechter, en mr. R. Boerlage, griffier, ter zitting verschenen:
- [eiseres] , vergezeld door haar zoon en bijgestaan door de gemachtigde,
- voor Ymere: [naam 1] en [naam 2] , bijgestaan door de gemachtigde.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten mede aan de hand van een pleitnota toegelicht en vragen van de kantonrechter beantwoord. De kantonrechter heeft na een korte schorsing de behandeling van de zaak gesloten en op de zitting in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.
2. De gronden van de beslissing
[eiseres] huurt van Ymere een woning aan de [adres] . Dit is een portiekwoning met een centrale hal en trap. Ymere verhuurt in datzelfde gebouw een woning aan mevrouw [naam buurvrouw] .
Duidelijk is dat sprake is van een situatie waar een probleem is tussen huurders van Ymere. Door beide huurders zijn overlastmeldingen ingediend bij Ymere. [eiseres] is tevens overgegaan tot aangifte bij de politie, waarvoor [naam buurvrouw] strafrechtelijk wordt vervolgd. Die zaken zijn nog niet op zitting geweest, dus hoe de strafrechter hierover oordeelt is nog niet duidelijk. Dat betekent dat er op dit moment niet meer is dan een aangifte en de uitkomst van die procedure zal moeten worden afgewacht.
Een kort geding, die erop is gericht om op korte termijn voorlopige ordemaatregelen te treffen, leent zich niet voor uitgebreide bewijsvoering of een nader onderzoek naar de feiten. Om de vorderingen over en weer te kunnen toewijzen, moet klip en klaar zijn wat er is gebeurd.
Uit de stukken blijkt dat er een aantal incidenten is geweest bij [eiseres] en [eiseres] heeft ook een aantal verklaringen van buren overgelegd waaruit zou volgen dat [naam buurvrouw] overlast veroorzaakt. Dat er problemen zijn met [naam buurvrouw] , daar twijfelt de kantonrechter niet aan. Aan de andere kant stelt Ymere dat ook gekeken dient te worden naar wat er in het verleden is gebeurd en zij verwijst naar de vele klachten over [eiseres] . Ymere stelt dat een aantal mensen zelfs is verhuisd vanwege overlast van [eiseres] en dat [eiseres] naar een andere woning in het pand is verhuisd ook om te zorgen dat er meer evenwicht kwam in het gebouw. Weliswaar wordt dit door [eiseres] betwist, maar de kantonrechter kan niet uitsluiten dat er ook overlast van [eiseres] is geweest. De kantonrechter kan in dit kort geding niet vaststellen hoe dat precies zit. Dat betekent dat de kantonrechter op dit moment niet kan vaststellen wie overlast veroorzaakt.
De kantonrechter is ter zitting duidelijk geworden dat Ymere kennelijk al enige tijd met dit dossier bezig is. Ymere heeft toegelicht dat zij al een jaar geleden Meldpunt Zorg en Overlast van [stadsdeel] heeft ingeschakeld, waarna een traject is opgestart bij de Afdeling Treiteraanpak. Uit de stukken blijkt ook dat de gemachtigde van [eiseres] Ymere schriftelijk heeft verzocht om maatregelen te nemen tegen [naam buurvrouw] . Daarop reageert Ymere dat [eiseres] zelf overlast veroorzaakt, maar dat Ymere al bezig is met een oplossing en dat zij het Meldpunt Zorg en Overlast ook heeft ingeschakeld. Dit volgt niet uit de overgelegde brieven, waarin alleen wordt gemeld dat er overleg is met het Meldpunt. Dat er ook daadwerkelijk een melding is gedaan, bleek pas ter zitting.
Op grond van wat naar voren is gebracht is in dit kort geding geen plaats om Ymere te veroordelen om een ontruimingsprocedure te starten tegen [naam buurvrouw] . Omdat niet goed kan vast worden gesteld wat er nu precies aan de hand is en er – naar nu blijkt – een traject via de gemeente op gang is gebracht, is dit nu een stap te ver. Daarbij komt, dat het opstarten van een dergelijke procedure moeilijk terug te draaien is en niet als ordemaatregel valt aan te merken, die in het kader van een kort geding kan worden opgelegd.
Ook voor de toewijzing van de over en weer gevorderde op te leggen gedragsaanwijzing is op dit moment geen plaats. De afgelopen vier maanden is het gelukkig qua incidenten rustig geweest. [eiseres] doet haar best om [naam buurvrouw] te ontlopen. Maar ook in het geval de ontbindingsprocedure toch zou worden gestart of een gedragsaanwijzing zou worden opgelegd, dan nog steeds moet [eiseres] rekening houden met haar buurvrouw. Gebleken is dat het Meldpunt Zorg en Overlast is ingeschakeld. Dat traject moet nu eerst gaan lopen, zodat meer duidelijkheid wordt verkregen. Daarmee heeft Ymere reeds passende maatregelen genomen. Dat betekent dat de vorderingen over en weer worden afgewezen. Op het moment dat [eiseres] had geweten dat het Meldpunt was ingeschakeld, dan had zij misschien ook nog even gewacht met het instellen van de vorderingen. Maar [eiseres] wist dat niet en dat kon zij ook niet weten. De kantonrechter oordeelt dat Ymere nalatig is geweest in de informatieverstrekking. Als Ymere hierover duidelijk was geweest in de communicatie, dan had zij deze procedure kunnen voorkomen. De kantonrechter ziet hierin aanleiding om Ymere te veroordelen in de kosten van de procedure.
Dit betekent dat de kantonrechter de vorderingen over en weer zal afwijzen, maar dat Ymere de kosten moet betalen van deze procedure, inclusief nakosten. Omdat [eiseres] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Ymere niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. Vanwege de samenhang van vorderingen in conventie en in reconventie worden de proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
543,00
- nakosten
€
67,50
Totaal
€
700,50
3. De beslissing in conventie en reconventie
De kantonrechter
wijst de vorderingen af,
veroordeelt Ymere in de proceskosten van € 700,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. A.J. Wesdorp en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt.