ECLI:NL:RBAMS:2025:7032

ECLI:NL:RBAMS:2025:7032, Rechtbank Amsterdam, 18-09-2025, 11640153

Instantie Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak 18-09-2025
Datum publicatie 23-10-2025
Zaaknummer 11640153
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Amsterdam
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005289 BWBR0031432 CELEX:31993L0013 EU:31993L0013

Samenvatting

Koopovereenkomst auto. Ambtshalve toetsing: aan de informatieplichten (6:230l BW) is voldaan, op de overeenkomst zijn geen AV van toepassing verklaard. Gedaagde moet de hoofdsom en rente betalen. De gevorderde BIK worden afgewezen omdat voor een te hoog bedrag is aangemaand.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht

Kantonrechter

Zaaknummer: 11640153 \ CV EXPL 25-5679

fno. 64443

Vonnis van 18 september 2025

in de zaak van

[eiser] h.o.d.n. [handelsnaam],

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: Armaere B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 5 april 2025, met producties,- de conclusie van antwoord, ontvangen op 14 april 2025,- het instructievonnis van 1 mei 2025,

- de conclusie van repliek.

[gedaagde] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen conclusie van dupliek ingediend.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Op 4 januari 2023 heeft [gedaagde] een “Contract Auto Verkoop in Termijnen” (hierna: de overeenkomst) ondertekend in de autogarage van [eiser] .

In de overeenkomst staat dat [gedaagde] als koper van de auto met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) een bedrag van € 3.200,00 aan [eiser] als verkoper betaalt in tien maandelijkse termijnen van € 300,00, en één termijn van € 200,00. De eerste termijn diende in januari 2023 betaald te worden, en de laatste termijn in november 2023.

[gedaagde] heeft op 26 januari 2023 € 300,00 aan [eiser] betaald. Op 8 mei 2023 heeft zij opnieuw € 300,00 betaald.

3. Het geschil

[eiser] vordert – na vermindering van eis - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 2.600 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten. [eiser] stelt dat [gedaagde] heeft nagelaten termijnbetalingen binnen de daarvoor gestelde termijnen te voldoen. Daarom is [gedaagde] in verzuim.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] stelt dat de overeenkomst feitelijk is aangegaan namens de heer [naam] . [eiser] heeft uitsluitend contact gehad met de heer [naam] ten aanzien van de koop, levering en betaling en de auto is nooit in bezit van [gedaagde] gekomen. Er bestaat daarom geen grondslag om de betaling te verhalen op [gedaagde] .

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Ambtshalve toetsing

De overeenkomst die aan de vordering ten grondslag is gelegd is gesloten tussen [eiser] als handelaar en [gedaagde] als consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve toetsen aan het consumentenrecht. Onderzocht moet worden of de informatieplichten zijn nageleefd. Daarnaast moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13 EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).

De kantonrechter moet allereerst ambtshalve beoordelen of [eiser] bij het aangaan van de overeenkomst de nodige informatie aan [gedaagde] heeft verstrekt. In dit geval, waarin de overeenkomst in de autogarage is gesloten, zijn de informatieplichten van artikel 6:230l aanhef en onder a, b, c, d en f van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing. De kantonrechter constateert dat de daarin genoemde informatie is verstrekt en dat daarmee de toepasselijke essentiële informatieplichten zijn nageleefd.

De gevorderde hoofdsom is gebaseerd op een transparant kernbeding ten aanzien van de prijs. Ambtshalve toetsing van dat beding op oneerlijkheid is daarom niet aan de orde (artikel 4 lid 2 van Richtlijn 93/13). De hoofdsom is daarom in beginsel toewijsbaar.

Op de koopovereenkomst zijn geen algemene voorwaarden van toepassing verklaard, zodat toetsing aan de Richtlijn 93/13 verder niet aan de orde is.

[gedaagde] moet de hoofdsom betalen

[gedaagde] heeft haar stelling dat de overeenkomst door de heer [naam] is gesloten niet met stukken onderbouwd en deze stelling is door [eiser] gemotiveerd betwist.

[eiser] voert aan dat [gedaagde] de overeenkomst heeft ondertekend, dat de auto op naam van [gedaagde] is gezet, en dat [gedaagde] al twee deelbetalingen vanaf haar rekening aan [eiser] heeft voldaan. Met [eiser] is de kantonrechter van oordeel dat gelet op deze omstandigheden voldoende vaststaat dat [gedaagde] de overeenkomst met [eiser] heeft gesloten. De gevorderde hoofdsom wordt daarom toegewezen.

De wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten

De gevorderde wettelijke rente is gebaseerd op de wet en wordt daarom toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Omdat [gedaagde] een consument is moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De door [eiser] verstuurde aanmaningen voldoen niet aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. In de aanmaningen is namelijk betaling verlangd van een hoofdsom van € 3.300,00. Dat bedrag is hoger dan de

hoofdsom die [gedaagde] op het moment van de aanmaningen nog verschuldigd was, namelijk een bedrag van € 2.600,00. In het verlengde daarvan is in de aanmaningen bovendien een te hoog bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. De gevorderde vergoeding zal daarom worden afgewezen.

De proceskosten

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

113,54

- griffierecht

257,00

- salaris gemachtigde

476,00

(2 punten × € 238,00)

- nakosten

119,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

965,54

5. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 2.600,00 aan hoofdsom en € 265,78 aan verschenen wettelijke rente, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom, met ingang van 29 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 965,54, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.J. Evers, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2025.

Zittende Magistratuur

Rechter

  • mr. J.H.J. Evers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand